Vier verschoppelingen kregen één idee: de pil

Over de geschiedenis van de pil woedt een bescheiden strijd. Een nieuw boek wijst vier personen aan als ‘makers’. De auteur beschrijft ook hoe de pil werd ontwikkeld met vrouwen als proefdieren.

Foto Hollandse Hoogte

Wie, vroeg de Amerikaanse journalist Jonathan Eig zich af, is eigenlijk de uitvinder van de pil? Vagelijk wist hij dat zijn landgenoot Margaret Sanger er iets mee te maken had, een radicale feministe, maar zij was geen chemicus of gynaecoloog en ze was al over de zeventig toen de pil begin jaren zestig op de markt kwam. Het intrigeerde Eig, die eerder boeken schreef over maffiabaas Al Capone en beroemde honkballers. Hij herinnerde zich een rabbijn die zei dat de pil de belangrijkste uitvinding van de twintigste eeuw was, wat ook door de Economist is verkondigd.

Het was hoe dan ook een van de meest succesvolle uitvindingen. Vijf jaar nadat hij was goedgekeurd, waren 6,5 miljoen Amerikaanse vrouwen aan de pil.

Eig dook in de archieven en stuitte op „vier verschoppelingen die iets controversieels deden, iets illegaals”, zegt hij in een interview via Skype. Zijn boek The Birth of the Pill kwam onlangs in Nederland uit als De man die seks uitvond, een titel die geen recht doet aan de drie anderen die volgens Eig aan de wieg stonden van de pil. „Ze waren alle vier nodig. Als een van hen het had opgegeven, was de pil er niet gekomen.”

De verpleegkundige met een sterk libido

Margaret Sanger was zeker een van hen: zij droomde van de pil voordat hij bestond. „Ik heb kruiden uit Fiji waarvan ze zeggen dat ze de bevruchting voorkomen”, schreef ze in 1939 in een brief. „Ik hoop dat dit de ‘magische pil’ is waar ik al sinds 1912 op hoop (...).”

Het hele idee van zo’n pil was ongehoord in die tijd. Geboortebeperking was strafbaar. Als er al wetenschappelijke belangstelling voor was, was het in verband met bestrijding van de overbevolking. Seks voor het plezier van vrouwen werd gezien als gevaarlijk, een bedreiging van de goede zeden. De functie van de vrouw was baren, opvoeden en dienstbaar zijn aan haar man.

Sanger, geboren in 1879, kwam uit een gezin van elf kinderen. „Haar filosofie ontstond vanuit een sterk libido en een sterke geest”, schrijft Eig. Als verpleegkundige maakte ze mee dat arme vrouwen „terpentijnwater dronken, zich van de trap lieten rollen en boomtakken, breinaalden of schoenhaken in de baarmoeder inbrachten” om een zwangerschap af te breken. Abortus was illegaal en duur.

In 1913 schreef Sanger een serie artikelen over seks en voortplanting voor een radicale krant onder de titel Wat ieder meisje moet weten. Drie jaar later opende ze een illegale kliniek voor geboortebeperking in New York, die condooms en pessaria verstrekte.

In 1922 trouwde Sanger met een conservatieve Republikein, die ze overhaalde een handel in anticonceptiva voor medici op te richten. Het werd de grootste leverancier van pessaria van het land.

De geniale wetenschapper

Maar de pil kwam voort uit de chemie tussen Sanger en anderen, om te beginnen de geniale wetenschapper Gregory Pincus, geboren in 1903 als oudste van zes kinderen. Zijn familie was twaalf jaar eerder uit Odessa aangekomen in New York, gevlucht voor anti-Joodse pogroms in Rusland. Pincus studeerde landbouwwetenschap met als specialisatie pomologie: fruitkunde. Zijn scriptie ging over de erfelijkheid van de vachtkleur bij ratten. Hij deed op Harvard onderzoek naar buitengeslachtelijke voortplanting, maar moest weg toen hij zich in de pers al te enthousiast had uitgelaten over de mogelijkheid van reageerbuisbaby’s. Hij werd gezien als revolutionair, als man met gevaarlijke ideeën.

Bij een universiteit in Worcester, Massachussets zette hij zijn onderzoek voort, bijvoorbeeld naar testosteron als middel tegen kaalheid bij mannen en gebruik van hormonen om fabrieksarbeiders productiever te maken. Na een ontmoeting met Sanger in 1950 richtte hij zich vol op de ontwikkeling van een anticonceptiepil en begon progesteron te testen op vrouwen, het hormoon waarvan al langer bekend was dat het de eisprong onderdrukte.

De vriendin met een miljoenenerfenis

Het geld hiervoor kwam niet van de overheid of van een universiteit, maar grotendeels van één vrouw: Katherine McCormick, een vriendin van Margaret Sanger die in 1947 op 72-jarige leeftijd meer dan 35 miljoen dollar had geërfd van haar man. McCormick had zich ingezet voor de suffragettebeweging die zich inzette voor het vrouwenkiesrecht. In de jaren twintig had ze pessaria voor Sangers kliniek van Europa naar Amerika gesmokkeld, ingenaaid in kledingstukken.

Vrouwen die de pil wilden testen waren niet makkelijk te vinden. Ze moesten bereid zijn een experimenteel medicijn te slikken, dagelijks een uitstrijkje te laten afnemen, elke 48 uur urineonderzoek te laten doen en af en toe een endometriumbiopsie te ondergaan, waarbij een stukje weefsel uit het baarmoederslijmvlies wordt genomen.

De rebelse katholieke arts

Pincus ging samenwerken met een gedistingeerde katholieke vrouwenarts, John Rock, de vierde onmisbare figuur in het verhaal. Ook Rock was een rebel, hij trotseerde de katholieke kerk met progressieve ideeën over geboortebeperking. De eerste vrouwen op wie de pil werd getest waren patiënten die zich bij Rock tegen onvruchtbaarheid lieten behandelen. Rock geloofde volgens Eig oprecht dat zij na de hormoonbehandeling een grotere kans hadden om zwanger te worden. Maar het kwam ook goed uit dat het onderzoek formeel niet over anticonceptie ging. Daar hadden ze vijf jaar cel en een boete tot 1.000 dollar voor kunnen krijgen.

Pincus experimenteerde verder op straatarme vrouwen in Puerto Rico, waar de strenge Amerikaanse wetten niet golden. Ook liet hij zestien psychotische vrouwen in een psychiatrisch ziekenhuis in Worcester de pil innemen, zonder hun om toestemming te vragen. Ironisch, noemt Eig het: „De pil bevrijdde vrouwen, maar de onderzoekers die hem ontwikkelden behandelden vrouwen als proefdieren.” De proeven hadden makkelijk verkeerd kunnen aflopen. In 1957 kwam in Europa het middel softenon tegen zwangerschapsbraken op de markt, dat later zeer schadelijk bleek voor de ongeboren vrucht.

Margaret Sanger bleef intussen ijveren voor de pil. Ze ging daartoe zelfs banden aan met de eugeneticabeweging, die wilde dat alleen bepaalde groepen vrouwen minder kinderen zouden krijgen. In 1953 zei ze op een congres dat het tijd was „iets definitiefs te doen aan de ongebreidelde vermenigvuldiging van ziekelijke families, geestelijk gehandicapten, idioten, ongezonde en zieke mensen”.

Eig ziet er een strategische zet in. De eugeneticabeweging had in de VS lang meer aanzien dan aanhangers van geboortebeperking. In 1952 waren er 1.401 officieel geregistreerde sterilisaties van ‘geestelijk beschadigden’. „Sanger ging met die beweging in zee omdat ze zag dat die van nut kon zijn voor haar missie.”

En toch mislukte het bijna

Toen de Food and Drug Administration (FDA) de pil in mei 1960 goedkeurde, stond nog niet vast of vrouwen de pil veilig jaren achtereen konden slikken. Eig zegt dat het hem heeft geschokt dat de ontwikkeling van de pil bijna was gestrand. „Als ze iets langer hadden gewacht, tot na softenon, zou de pil nooit zijn goedgekeurd. Dan zou hij eerst nog duizend jaar op duizenden vrouwen beproefd moeten zijn.”

En ja, hoewel er meer vormen van anticonceptie zijn, had de wereld er dan anders uitgezien. „De pil heeft de seksuele revolutie niet veroorzaakt, maar was er wel de brandstof van. Ook de strijd voor vrouwenrechten kreeg er vaart door. Er zitten vrouwen in het Hooggerechtshof die daar zonder de pil misschien niet zouden zitten. Ze studeerden rechten in een tijd dat ze, zonder de pil, waarschijnlijk waren thuisgebleven om voor hun kinderen te zorgen.”