Van zaadje tot karbonaadje

Boer Bert van der Aalst heeft een varkensmuseum in Eersel. Hij wil laten zien waar vlees vandaan komt. Er zijn ook echte varkens. Als je lang wacht kun je zien hoe er een biggetje „uitfloept”.

Foto Corbis

Ze ligt in een piepkleine bikini met haar hand in haar broekje. Een gelukzalige glimlach speelt rond haar snuit. Haar snuit? Ja, ze is een varken. Een beeldje. Ze is een van de ruim zesduizend voorwerpen van de omvangrijke varkensverzameling van varkensmuseum ‘t Rundal in Brabant. Veel zijn braaf of grappig, sommige schunnig. Boer Bert van der Aalst, eigenaar van het museum, moet erom lachen: „Ja, onze verzameling is heel eh… divers.” Er zijn vitrines vol knuffels, beeldjes, posters, sleutelhangers, borden, theedoeken, tassen, spelletjes, spaarpotten en héél véél andere dingen. Alles in het teken van varkens. Een groot gedeelte komt van vlooienmarkten, maar ook de mensen uit de buurt weten de boer te vinden. „Bijvoorbeeld als oma overlijdt en haar varkensbeeldjes achterblijven.”

Boer Bert is varkenshouder en begon het museum, dat hij nu samen met zijn vrouw en zoon runt, in 2001. Omdat hij zijn varkenshouderij niet wilde uitbreiden, installeerde hij glazen wanden langs de stal en nodigde de „gewone burger” uit om een kijkje te komen nemen. Op die manier wilde hij mensen bewust maken van de herkomst van het vlees op hun bord. Het museum trekt gemiddeld 10.000 bezoekers per jaar. Dat zijn onder anderen vakantiegangers uit Nederland, België en Duitsland, omdat de boer veel reclame maakt bij de campings in de buurt.

Echte varkens zijn er dus ook. Het museum is nog steeds een varkenshouderij. Achter glazen vitrines slapen en eten de échte varkens. Volgens de talrijke ‘wist je dat’-bordjes op de route is dat eigenlijk ook het enige wat ze doen. Van zaadje tot karbonaadje heet de route, en dat is het vrij letterlijk: hok na hok zie je de varkens in verschillende levensfasen.

Hoogzwangere zeugen

Het begint met hoogzwangere zeugen en daarna zijn er aaibare biggetjes. Elke drie weken worden er nieuwe biggetjes geboren. Op die dagen blijven bezoekers net zo lang kijken tot er eentje „uitfloept”. Het liefst geeft boer Bert zoveel mogelijk rondleidingen, zodat hij op alle vragen en zorgen over het welzijn van de varkens kan reageren. „Ik schuif ook zeker niet onder stoelen of banken dat de varkens uiteindelijk geslacht worden”, licht hij toe. De route eindigt met een groep volgroeide varkens die rijp is voor de slacht. Dat laatste hoef je niet te zien, het staat gewoon op een bordje.

Behalve de varkens scharrelen er ook zeldzame Nederlandse landbouwhuisdieren rond het museum, zoals het Drents heideschaap en de krombekeend. „Levend antiek” noemt de boer ze. Voor kinderen is er nog een speciale speelruimte, daar mogen ze cavia’s knuffelen en in een bak met 3500 kilo maïs springen. Ook in het café staan vitrinekasten vol met beeldjes. Het zijn de exemplaren die ze dubbel hebben en daarom zijn ze te koop. De opbrengst ervan gaat naar een goed doel: de BIG Challenge tegen kanker. Het schunnige varkentje in de piepkleine bikini ligt er niet bij. Zij is uniek.