Segregatie. ‘Waar blijft de PvdA?’

Voorzitter MBO-raad

Het ‘verheffingsideaal’ lijkt te zijn uitgewerkt, toch is er ongelijkheid. Er dreigt een „apartleving”. En nu?

Jan van Zijl, oud-Tweede Kamerlid voor de PvdA en sinds 2008 voorzitter van de MBO-raad, zag al jaren geleden hoe de kinderen van zijn oppas van een lage opleiding in een slechtbetaalde baan terechtkwamen. En ook de nichtjes en neefjes van de oppas.

Zijn eigen kinderen, en zijn nichtjes en neefjes, gingen naar de universiteit, kregen een goedbetaalde baan, ze spaarden, kochten een huis. Waren de kinderen van zijn hulp dan te beroerd geweest om hun kansen te grijpen? Of was het niet zo’n eerlijk verhaal en was het sociaal-democratische verheffingsideaal, waar hij zo graag in geloofde, achterhaald? Er was geen docent meer die tegen een slim kind zei: ‘Voor jou is het vmbo goed genoeg’ en toch was de ongelijkheid in de samenleving niet verdwenen – wel veranderd.

Uit het boek Gescheiden Werelden? van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) en de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) dat vorige week verscheen, bleek dat Nederland sociaal-cultureel verdeeld raakt: er is een steeds grotere groep van hoogopgeleiden die het liefst alleen met elkaar omgaan en een bijna even grote groep van laagopgeleiden die ontevreden zijn over hun prestaties en de politiek en Europa wantrouwen.

Van Zijl schreef er al in het voorjaar een lange brief over, Gelijke Kansen, het ongemakkelijke verhaal, en stuurde die naar de leden van zijn MBO-raad en PvdA-leider Diederik Samsom. Die vroeg hem om langs te komen.

Een paar weken geleden praatten ze ruim een uur over een maatschappij met een laag van ‘nikshebbers’ die ook ‘nikskunnenkrijgers’ zijn. En wat de PvdA daarmee aan moest. „Diederik zoekt nu naar een manier om het in de partij bespreekbaar te maken”, zegt Van Zijl in zijn kantoor van de MBO-raad in Woerden.

Waarom vindt de PvdA de nieuwe verdeeldheid zo ingewikkeld?

„Misschien is het te Darwinistisch: het idee dat je je cognitieve vermogens net zo goed erft van je vader of moeder als het kuiltje in de kin of je muzikaliteit. Maar wij zíjn toch ook van Darwin en niet van de oerknal?”

Het was voor het eerst dat Van Zijl er gehoor voor vond in zijn partij. Zijn idee is: als het ideaal van verheffing door het onderwijs uitgewerkt raakt, is het nog steeds de taak van de PvdA om iedereen te laten meedoen. Daar hoort volgens hem een overheid bij die niet per se groot is, maar wel goed werk aflevert en dienstbaar is – vooral aan de mensen die in hun leven „een kontje” nodig hebben.

Zo’n tien jaar geleden begon Van Zijl over die sterke overheid tegen Wouter Bos, toen PvdA-leider. Die zei: „Jan, mensen houden niet van de overheid.” Daar waren geen stemmen mee te winnen.

Van Zijl probeerde het daarna in een PvdA-commissie die de sociale zekerheid onderzocht, hij had het erover met Ronald Plasterk, nu minister van Binnenlandse Zaken. „Hij vond het een ongemakkelijk en een beetje gevaarlijk onderwerp. De tijd was er nog niet rijp voor, denk ik.”

We horen de PvdA nog steeds niet over de tweedeling, toch?

„Ik zou graag wat meer van mijn partij hierover horen, ja. D66 komt met de discussie over een basisinkomen, wat ik het onderzoeken waard vind. De SP is druk met de vermogensongelijkheid. Mijn partij zou op dit onderwerp zichtbaar moeten zijn. Zeker als wij blijven vinden dat we de brug zijn tussen de cultureel progressieven en de mensen die het materieel minder hebben.”

Waarom zijn die gescheiden werelden in Nederland een probleem?

„Polarisatie maakt een samenleving kwetsbaar. Het draagt niet bij tot goede arbeidsverhoudingen of het gevoel dat je samen moet zorgen voor een goede welvaartsverdeling en goede economie, alle zegeningen van ons model. Een samenleving waarin de verschillende lagen elkaar niet meer ontmoeten en elkaar niet snappen, vind ik ook niet aangenaam. Ik wil mij ook thuis voelen bij mensen met een ander opleidingsniveau. Anders heb je een ‘apartleving’ met niveaureservaten.”

Hoe doet de PvdA het nu, als ‘brug’ tussen de twee groepen?

„Laat ik maar zeggen dat het de PvdA moeilijk valt om die opdracht goed te vervullen en meer zeg ik er niet over. Ik wil geen gemakzuchtige praatjes houden, ik zou het regeerakkoord als Kamerlid waarschijnlijk ook mee ondertekend hebben.”

U schrijft wel dat er ‘kritisch gekeken moet worden’ naar de mate waarin de overheid zich terugtrekt uit het publieke domein. En: de ‘modernisering van de verzorgingsstaat’ mag er niet toe leiden dat ‘de groep die geen kansen kan grijpen, de toegang tot onze welvaart wordt onthouden’. Dat gebeurt nu door het kabinetsbeleid?

„Ik denk dat zal blijken of we dat risico lopen voor kwetsbare mensen en dat de PvdA daar dan iets aan doet.”