Reis door Hertzbergers wereld

Zes schetsboekjes van Herman Hertzberger op de expositie in het Nieuwe Instituut. Foto Johannes Schwartz

Structuralisme is, net als alle andere -ismes in de architectuur, een vaag begrip. De grondlegger van het Nederlandse structuralisme, Aldo van Eyck, wilde er daarom niets van weten. Zoals Karl Marx eens zei dat hij in geen geval een Marxist was, zo vond Van Eyck zichzelf beslist geen structuralist. Hij gaf de voorkeur aan de omschrijving ‘configuratieve architectuur’ voor bijvoorbeeld zijn Burgerweeshuis in Amsterdam uit 1960, dat met zijn aaneenschakeling van kleine en grote betonnen dozen met koepels als het eerste ‘structuralistische’ gebouw geldt.

Maar zoals iedereen wel een idee heeft over wat bijvoorbeeld postmodernisme is, zo is ook structuralisme duidelijk genoeg om er de eerste grote tentoonstelling over architectuur van het twee jaar geleden opgerichte Nieuwe Instituut aan te wijden. Er is dan ook te zien wat we al wisten: het Nederlandse structuralisme was een reactie van jonge architecten op het technocratische, grootschalige modernisme van de wederopbouw. Architecten als Aldo van Eyck, Herman Hertzberger en Jaap Bakema stelden daar ‘de andere gedachte’ tegenover, die ze omstreeks 1960 uiteenzetten in het tijdschrift Forum . Vooral het met behulp van modules ‘klein’ maken van grote gebouwen werd een vaak gebruikt middel om een ‘menselijke’ schaal te bereiken.

Structuralisme is een dubbeltentoonstelling. De kleinste van de twee is „een installatie in vier bedrijven”, ontworpen door bureau LADA in opdracht van het Jaap Bakema Study Center dat ook al de Nederlandse inzending naar de Architectuurbiënnale in Venetië verzorgde. (Het lijkt wel of het Nieuwe Instituut de architectuur uitbesteedt aan dit centrum.) LADA heeft een rood reuzenmeubel ontworpen met lades met ontwerpen van Van Eyck, Piet Blom en andere structuralisten.

Het grootste deel van de grote zaal wordt in beslaggenomen door Ruimte maken, ruimte laten, gemaakt door Herman Hertzberger (82), de enige nog levende grote structuralist in Nederland.

Hertzberger heeft een onorthodoxe, buitengewoon boeiende tentoonstelling gemaakt. In vier ‘straten’ die worden begrensd door lange kasten waaraan foto’s en tekeningen zijn gehangen, laat hij de wording van zijn architectuur zien. In de eerste ‘straat’ zijn de kasten behangen met foto’s die vooral tonen hoe zijn gebouwen worden gebruikt: kinderen spelen op de trappen van een van zijn vele scholen en ouden van dagen leunen gezellig over de halve deur van hun woning in een verzorgingstehuis.

In de tweede ‘straat’ is aan de hand van tientallen ontwerptekeningen te zien hoe Hertzberger schetsend zoekt naar de juiste vorm van zijn gebouwen als het muziekcentrum Vredenburg in Utrecht. De kasten van de derde afdeling zijn behangen met de foto’s die hij verzamelt. Ze komen vaak uit kranten en tijdschriften en laten bijvoorbeeld een gebouw vol kogelgaten zien of een zwarte vrouw die water haalt. In het midden liggen tientallen schetsboekjes – Hertzberger heeft er altijd een bij zich – waarvan de omslagen zijn veranderd in abstract-geometrische kunstwerkjes.

De laatste afdeling is een soort Wunderkammer, een uitstalling van schoenzolen, stenen, zaaddozen en andere dingen die Hertzberger heeft verzameld.

Zo is Ruimte maken, ruimte laten een reis door het universum van Herman Hertzberger. De tentoonstelling laat in omgekeerde volgorde zien hoe foto’s en objecten hem hebben geïnspireerd tot zijn ontwerpen. Wat het verband tussen de voorwerpen en Hertzbergers ontwerpen precies is, wordt niet duidelijk. Maar dit weet Hertzberger waarschijnlijk zelf ook niet.