Onder de koele oppervlakte straalt Pettersons lyriek

Hij draagt een zonnebril om alle ongewenste blikken af te wenden. De rand van zijn laarzen heeft hij omgeslagen, en met grote letters staat er Beatles op geschreven. Audun Sletten is onaangepast, hij is een rebel without a cause, maakt op school geen vrienden en gedraagt zich onaanraakbaar. Zijn broertje is dood, zijn vader een gewelddadige drankverslaafde. Alleen in het Noorse landschap voelt hij zich thuis.

Dit zijn de bittere ingrediënten van de roman Ik vind het best (Det er greit for meg), de tweede roman van de Noorse auteur Per Petterson uit 1992. Na het succes van Twee wegen en, eerder, Paarden stelen is het terecht dat een van zijn vroegste werken in vertaling verschijnt. In prille, rauwe vorm bevat het alle elementen die we uit zijn latere boeken kennen, alsof we in een binnenspiegel achteruit blikken.

Dit feest van de herkenning is nog groter voor wie de nieuwste Karl Ove Knausgård kent, Schrijver. Pettersons werk heeft de zestien jaar jongere Knausgård onmiskenbaar geïnspireerd. Als je oneerbiedig bent lijkt het of de binder per ongeluk een katern Petterson (1952) in Knausgård heeft gestoken. Of andersom. Maar er is geen enkele reden tot oneerbiedigheid, Pettersons roman is een indrukwekkend loflied op onaangepast gedrag. Audun heeft een krantenwijk om rond te komen. Met vrienden beleeft hij jongensachtige avonturen, waarin een Volvo Amazon een cruciale rol speelt. Zijn broer gaat joyriden met fatale gevolgen. Audun leeft met zijn moeder in eenzaamheid en armoede. Tijdens zijn werkzaamheden in een drukkerij laat hij de reusachtige machines spaak lopen. En nergens een spoortje van sentimentaliteit. Dat is klasse.

Audun speelt met brille de rol van outsider. Zijn droom is het om schrijver te worden, en ook dat verbindt Petterson met Knausgård. Auduns literaire helden zijn Jack London en Hemingway. Hij zou net zo willen schrijven en precies zo willen leven: rauw en poëtisch tegelijk, met een innige band met de natuur. Wat Audun ook overkomt, hij behoudt een emotieloze koelheid die hem intrigerend maakt. Geleidelijk komt, rond zijn zeventiende, de schrijver in hem naar voren. Zijn levenshouding ‘ik vind het best’ maakt hem onaanraakbaar, maar er is meer: hij vindt zijn toon en stem in een schrijfstijl die ogenschijnlijk koel is aan de oppervlakte maar daaronder een en al lyriek en emotie uitstraalt.