‘Muziek laat je een andere wereld proeven’

De voormalige voorman van de Talking Heads schreef zijn levensverhaal in muziek. ‘Er is altijd ruimte genoeg om innovatief te zijn.’

David Byrne: ‘De terugkeer van vinyl is leuk, maar dat zet niet echt zoden aan de dijk’ Foto Robin Utrecht

‘Ik hou niet zo van musicals of rockopera’s. En ook niet van conceptalbums eigenlijk.” David Byrne komt net uit Londen, waar hij de première heeft bijgewoond van Here Lies Love, de musical/rockopera over Imelda Marcos op basis van het conceptalbum uit 2010 dat hij samen met Fatboy Slim heeft gemaakt. Ondanks zijn aversie tegen het genre is hij alweer met een volgend stuk muziektheater bezig. „Ik heb er al 23 of 24 liedjes voor. Als ik precies weet wat er op een bepaalde plek moet komen, wat een liedje moet zeggen of doen om het verhaal op gang te krijgen of een personage te karakteriseren, dan is het snel geschreven. Maar de beste liedjes in oude musicals zijn juist altijd degene die het verhaal ophouden. Die niet zozeer onderdeel uitmaken van het plot, maar die proberen over te dragen wat er op een dieper niveau gebeurt. Dat zijn ook de liedjes die het meeste tijd kosten om te schrijven.”

De 62-jarige Byrne is in Amsterdam om te praten over Hoe muziek werkt, zijn boek over muziek dat net in Nederlandse vertaling is verschenen. In zijn vorige boek – Op de fiets – schreef hij over hoe het is om in grote steden te fietsen; nu komt de muziekliefhebber veel meer aan zijn trekken. Dit is Byrne’s levensverhaal in de muziek: hij schrijft over wat liedjes teweeg kunnen brengen, over het creatieve proces en ook over het traject daarna.

Het boek staat vol met verhalen uit CBGB’s, de kroeg waar hij met Talking Heads zijn eerste triomfen vierde en uit de studio – zowel met de band als met zijn muzikale samenwerkingspartners. Het gaat over de werking van muziek in het brein maar ook over de veranderende aard van de muziekindustrie: in zakelijke passages met taartdiagrammen en tabelletjes laat hij zien waar het geld blijft.

Een springerig, eigenwijs, informatief en vooral enthousiasmerend boek, vol informatie van het soort dat je graag van Byrne wil vernemen: voormalig Talking Heads voorman, oorspronkelijk liedjesschrijver, oprichter van een van de eerste ‘wereldmuziek’-labels (al heeft hij inmiddels een hekel aan de term) die onophoudelijk zoekt naar onvoorspelbare nieuwe wegen: creatief én zakelijk. Niet dat Hoe muziek werkt te lezen valt als een gebruiksaanwijzing voor de jonge muzikant. Verhalen heeft hij, geen oplossingen. Op mijn vraag hoe je muziek tegenwoordig het best kunt marketen, blijft het lang stil. „Dat weet ik eigenlijk niet.”

Het is duidelijk dat vragen Byrne meer interesseren dan antwoorden maar zijn mening over onlinediensten als Spotify is duidelijk genoeg: „We zijn zo gewend geraakt dat muziek of films gratis of vrijwel voor niets verspreid worden, maar niemand kan daarvan rondkomen. En de terugkeer van vinyl is leuk, maar dat zet niet echt zoden aan de dijk.”

Is het dan moeilijker geworden om muzikant te zijn?

„Om mij hoeft niemand zich zorgen te maken, ik red me wel. Maar hoewel het makkelijker geworden is om muziek te maken, is het veel lastiger geworden om gehoord te worden, om er geld mee te verdienen. Als je veel kunt optreden, of als je een mecenas hebt, maar Red Bull steunt je natuurlijk alleen als je al bekend bent, en dan ook niet voor je hele leven.

„Waar het op neer komt is dat je moet zorgen dat je met je muziek iets te bieden hebt dat nergens anders te halen valt. En dat is toch meestal het liveoptreden, want muziek is iets wat je meemaakt. Als ik nadenk over mijn werk, dan denk ik aan composities en aan uitvoeringen, niet aan albums. Soms komt een opname in de buurt, maar die kan eigenlijk nooit definitief zijn. Het liedje is het voertuig voor wat je wilt overdragen. Het mooiste is wat er gebeurt wanneer een liedje bij iemand binnenkomt. Er is geen kunstvorm zo direct als muziek, die geeft je een blik op een ander universum buiten de werkelijkheid, en het gevoel dat je dat kunt delen, dat je iemand daar kan ontmoeten.”

Sociale media bestaan toch bij uitstek bij de gratie van delen?

„Maar dat is veel minder persoonlijk. Als je iemand een mixtape geeft, dan geef je iets van jezelf. Het is een uitwisseling, als het goed is. Het kan een jaar later zijn, het kan ook een boek zijn, maar het idee is dat je iets terugkrijgt. Soms maak je het ook voor één persoon, ik tenminste. Je verzamelt muziek voor iemand in wie je je inleeft. Het samenstellen van een verzameling muziek kost tijd, en moeite. Tegenwoordig is er vaak een ander mechanisme actief, op sociale media: iedereen vindt dit leuk dus jij moet het ook leuk vinden.”

Wanneer bent u gaan nadenken over de vraag hoe muziek werkt?

„Lang geleden, al vrijwel meteen toen ik zelf muziek ging maken. Het is heel interessant: waarom werkt dit hier en niet daar? Waarom vindt een publiek dit leuk en dat niet? Ik ben opgevoed met klassieke muziek en folk music, en op mijn twaalfde hoorde ik opeens dat er nog een heel andere wereld bestond. Een parallel universum dat enorm spannend is. Muziek kan je dat zo direct vertellen. Je kunt eraan proeven, die andere wereld, je ervaart het meteen, dat is heel wat anders dan erover te lezen.

„Toen ik voor het eerst popmuziek hoorde, wist ik dan ook meteen: dat wil ik óók doen. Niet dat ik er een carrière van wilde maken. Pas toen we met Talking Heads gingen optreden realiseerde ik me: als deze mensen het al zo leuk vinden, dan moeten er nog meer zijn. Dit kan wat worden. En vanaf dat moment ga je je met praktische dingen bezighouden. Kunnen we dit met zijn vieren spelen? Zit er genoeg energie in voor het publiek? Het waren geen bewuste beslissingen, pas achteraf realiseer je je wat je besloten hebt. Het boek is een poging om al die factoren op een rij te zetten.

„Ik ben ook erg geïnteresseerd in hersenonderzoek, er is de laatste vijftien jaar enorm veel fascinerend werk gedaan. Het idee van spiegelneuronen spreekt me erg aan, dat er neuronen zijn die ervoor zorgen dat je empathie ervaart, en ik realiseerde me: zo werkt muziek. Het publiek raakt betrokken bij muziek via die spiegelneuronen, zo ervaren ze de emotionele resonantie van een gebaar. Dat hoef je niet te vertalen, dat gaat vanzelf. Spiegelneuronen zijn de sleutel tot dat andere universum.”

Bent u zo bewust bezig met het effect van muziek op het brein?

„Grotendeels niet, al die beslissingen neem je intuïtief. Je bent gebonden aan je omstandigheden, en er is altijd ruimte genoeg om innovatief te zijn, en dat vind ik interessant: de krachten die muziek vormgeven, de beperkingen waarbinnen het moet gebeuren. Mijn plaat met St. Vincent bijvoorbeeld, Love This Giant, ontstond omdat een liefdadigheidsorganisatie ons om een liedje vroeg. Het was toen haar idee om alles met een blazersgroep op te nemen. Een dapper idee, dat ze eigenlijk wilde laten varen, maar toen vond ik ook dat de hele plaat zo gemaakt moest worden, dat we consequent moeten zijn. Dan moet je opeens binnen heel andere wetten gaan schrijven. Het resultaat is iets wat niet op haar platen lijkt, en ook niet op de mijne.”

Bent u wel bezig met hoe iets bij de luisteraar terecht komt?

„O ja, zeker. In de studio probeer je je dat wel voor te stellen. Een rockband realiseert zich: dit moet in de arena werken. Hiphop moet goed klinken in de auto, en er zullen artiesten zijn die rekening houden met oordopjes of computerspeakers!”

Of een telefoon...

„Ach ja, zelfs op een telefoon... Ik weet heel goed dat niet alles wat ik doe geschikt is voor een heel groot publiek, maar ik wil altijd toegankelijk zijn. Als iemand aangetrokken wordt door het geluid wil ik hem vasthouden. Ik wil geen moeilijke muziek maken. Maar binnen die grenzen wil ik wel iets nieuws proberen. Het moet interessant blijven. Ook dat is geen bewuste beslissing, maar ik weet dat er een kleine overlap bestaat tussen wat ik maak en waar mensen graag naar luisteren. Het is onvoorspelbaar wanneer dat gebeurt, maar daar probeer ik altijd terecht te komen, in het gebied wat ik interessant vind en waar mensen plezier aan beleven.”