Minimale middelen met sterk effect in opera ‘Médée’

In de tweede akte blijkt je buurman op rij 15 niet zomaar een mede-operaliefhebber, maar een zanger. Scholieren en amateurs vormen vanuit de zaal het onderdanenkoor van koning Créon. Het schokeffect is groot, omdat de grens tussen ‘zij’ (podium) en ‘wij’ (zaal ) wegvalt.

Maar de scène is vooral een schoolvoorbeeld van participatietheater. Die 136 pubers van het Herman Wesselinck College (in andere steden andere scholen) staan daar wel Cherubini te zingen, en ze hebben er nog lol in ook.

Opera2day is een kleinschalig jong operagezelschap dat met weinig budget (subsidie en fondsen) twee producties per jaar maakt, met een orkest van jonge professionals, vaak van het Kon. Conservatorium Den Haag, en een (onbezoldigd) koor van jonge zangers.

Artistiek leider Serge van Veggel verdient lof voor zijn repertoirekeus. Cherubini’s Médée (1797), ooit een glansrol van Maria Callas, is een te weinig opgevoerde opera, fascinerend fel en scherp in de muzikale en menselijke tekening van de tragedie over Medea’s ultieme wraak op echtgenoot Iason: de moord op hun zoontjes en zijn nieuwe geliefde. De bottleneck – lange gesproken dialogen – is opengebroken door veel te schrappen en de resterende dialogen in modern Frans te hertalen.

Een spectaculaire voorstelling? Nee, daarvoor is het orkestje in dee Médée wat te wankel en de enscenering ook te sober. Maar Van Veggel en de zijnen slagen er knap in je met minimale middelen te betrekken bij het gruwelijke verhaal. Daaraan dragen vooral de drie sterk zingende en acterende hoofdrolzangers bij: de charismatische Huub Claessens als strenge Créon, Barbara Kozelj als invoelende Neris en Sabrina Cirera als felle Médée, bij wie stem en oogwit al in vroeg stadium oplichten richting fatale waan.