‘Literatuurcritici in Nederland zijn mannen van middelbare leeftijd’

Dat stelde schrijver Philip Huff gisteren in een opiniestuk in de Volkskrant

illustratie Jet Peters

De aanleiding

56, 70, 55, 52, 60, 50, 51, 43 – dat zijn de leeftijden van de meest toonaangevende literaire critici van Nederland, zo somde schrijver Philip Huff (30) gisteren op in de Volkskrant. „Ik klaag niet, ik tel en concludeer: de criticus in Nederland is een man van middelbare leeftijd.” Hoeveel waarheid schuilt er in die bewering?

Waar is het op gebaseerd?

Huff schreef zijn opiniestuk als reactie op een interview met De Groene-criticus Joost de Vries (31). Die zei zaterdag in de Volkskrant: „Ik heb net iets te vaak jonge schrijvers horen klagen dat recensenten allemaal oude mannen van boven de vijftig zijn.” Jonge schrijver Huff ging tellen. In zijn stuk noemt hij acht critici van De Groene, Vrij Nederland, Trouw, de Volkskrant, Het Parool en NRC. Zeven ervan schrijven over Nederlandse romans: zes mannen en één vrouw, hun leeftijden staan hierboven. Plus: Huff noemt vijf schrijvers die essays over „de stand van de literatuur” schreven. Ook stelt hij dat er bij „de vijf belangrijkste uitgeverijen” maar één directeur een vrouw is. Conclusie: „het hele waardensysteem van de literatuur in Nederland [is] opgehangen rondom mannen van middelbare leeftijd, van recensenten tot uitgevers”.

En, klopt het?

De eerste vraag moet natuurlijk zijn: werken er voor de literaire bijlagen en rubrieken dan maar acht critici? Nou, nee. Zelfs niet als je alleen de recensenten neemt die regelmatig over Nederlandse literatuur schrijven, buitenlandse literatuur dus niet meegerekend. Huff koos dus selectief – al valt zijn keuze wel te verdedigen. Hij pikte namelijk de critici eruit die doorgaans de grootste stukken schrijven, en hun licht laten schijnen over de boeken van de ‘belangrijkste’ Nederlandse auteurs.

Toch is er wel wat op af te dingen. Om te beginnen wordt Joost de Vries al niet meegerekend, die voor De Groene regelmatig belangrijke Nederlandse romans bespreekt. Maar er mogen best nog wel wat meer critici genoemd worden om Huffs schets van de Nederlandse literatuurcriticus te toetsen.

Want de door Huff genoemde Rob Schouten (man, 60) wisselt in Trouw de wekelijkse recensie over Nederlandse literatuur af met Jann Ruyters (vrouw, 53). In de Volkskrant recenseren momenteel behalve Arjan Peters (50) ook Daniëlle Serdijn (46), Persis Bekkering (vrouw, 27) en Loes Reijmer (vrouw, 29) Nederlandse romans. Bij Het Parool deelt Arie Storm (man, 51) de besprekingen met Dries Muus (man, 29).

Bij NRC is Arjen Fortuin (man, 43) ook niet de enige. Hij is wel de meest zichtbare, omdat hij ook een boekencolumn schrijft, maar Nederlandse literatuur wordt ook gerecenseerd door Janet Luis (vrouw, 57) en Sebastiaan Kort (man, 33) en, om even met de billen bloot te gaan: ik ben zelf (man, 27) óók literatuurcriticus, voor deze krant en NRC Handelsblad.

Buiten die kranten zijn er nog wel een paar critici van wie je kunt stellen dat ze van invloed zijn op „het waardensysteem van de literatuur” – al zullen de literatuurwetenschappers daar nog wel een noot over willen kraken. Maar we noemen in elk geval Theo Hakkert (man, 57), criticus van alle regionale GPD-dagbladen, en het duo Onno Blom (man, 45) en Ingrid Hoogervorst (vrouw, 62), die een populaire boekenrubriek verzorgen op de radio bij de Nieuwsshow. Daar trekken we de grens: de boekrecensies in De Telegraaf, Elsevier en andere (online) tijdschriften beschouwen we als niet substantieel of invloedrijk genoeg.

Nog een keer tellen: we hebben nu 18 critici, waarvan 11 mannen en 7 vrouwen. Daarvan zijn er zes jonger dan veertig, dus zeker niet van ‘middelbare’ leeftijd. Van alle genoemde critici samen is de gemiddelde leeftijd 46 jaar.

Conclusie

Jonge en vrouwelijke critici zijn er wel degelijk, maar je kunt – op basis van een iets uitgebreidere rondgang dan Huff maakte – wel zeggen dat de gemiddelde criticus in Nederland „een man van middelbare leeftijd” is. Daarom beoordelen we de stelling als grotendeels waar.