Laat hun vrouwen een gil geven in het donker

Vanuit het wc-raam keek ik de maanlichte nacht in toen (het was echt angstaanjagend) knal! beneden een dreun (wie komt daar mijn huis binnen en gooit met de deuren?) weerklonk en mijn hart oversloeg en (je weet echt niet meteen wat er gebeurt) daar klonk een diep rommelen (het gaat heel snel en mijn hart bonkte zo) en een harde sidderende schok (alles bewoog) doortrok het huis. Een aardbeving dacht ik toen eindelijk (maar het zijn maar een paar seconden) en daarom riep ik dom „waah!” (ongelooflijk hoe je hart slaat bij zoiets) en omdat het huis niet was afgeknapt (het had makkelijk kunnen knappen) ging ik weer naar bed en bleef daar als verstijfd liggen (boink boink, de innerlijke beving gaat langer door) wachten of er misschien nog iets, nog één (aardbevingen hoeven niet in hun eentje te komen) zou plaatsvinden. Stilte over heel dat wijde land waar overal nu mensen in hun bed hun hart hoorden slaan en in gedachten nog eens die eerste luide knal hoorden en dan dat rommelen en dan die rilling die het huis doortrekt, een angstaanjagende rilling.

Ik ben een goede slaper, zei ik zachtjes tegen mezelf, ik ben een heel goede slaper, ik slaap gewoon weer in. Dit is niet de eerste keer. Vooruit. Slapen.

De klok sloeg half drie beneden – goddank hangt de klok nog aan de muur – stel je niet zo aan natuurlijk hangt de klok nog aan de muur, slaap nu toch – boinkboink – ga dan zo liggen dat je je hart niet hoort! – hoor ik daar buiten weer gerommel – nee gek dat is de verwarmingsketel…

De klok slaat drie.

De klok slaat half vier.

En de laatste tijd voelde ik me toch al niet goed. De Volkskrant van afgelopen weekend beweerde heel groot dat het rijk de noordelijke provincies heeft afgeschreven. „Een cocktail van aardbevingen, bevolkingskrimp, werkloosheid, investeringen die alsmaar uitblijven en Den Haag dat zich steeds nadrukkelijker afkeert” zou de Noorderlingen het gevoel geven dat zij er niet erg toe doen.

Toevallig net de avond voor de beving bij vrienden gegeten die flinke lekkages hebben omdat de vloer verzakt is. Maar bodemverzakking als gevolg van gaswinning, telt niet, dat is geen aardbeving, daar hoeft de NAM niets aan te doen. Zak maar de grond in met je huis.

We spraken over hoe sommigen van ons soms wel eens droomden van ooit terug naar Amsterdam, en glimlachten om ons gebrek aan realisme – wij kunnen nooit meer naar Amsterdam. Wij hebben waardeloze huizen.

De vrienden wonen in een schitterende boerderij, mooie tuin erom, heerlijk gelegen.

Afgelopen weekend liepen we met vrienden uit het westen te wandelen langs het Meedstermaar, een kronkelend watertje door de akkers, langs prachtige boerderijen met grote dubbele schuren, de zon scheen, de vrienden voelden dat ze hier heel gelukkig zouden kunnen zijn.

Oh! Hier te wonen!

En het is ook heerlijk hier te wonen.

In de nacht dacht ik gemene dingen. Laat Henk Kamp maar eens zo in bed liggen! Laat Kamp en de NAM-directie verplicht in Groningen wonen! Met eigen geld in eigen huizen! Laat hun kinderen op krakende zolders slapen! Laat hun vrouwen een gil geven in het donker!

En dan is het weer dag en ik kijk naar mijn uitzicht, de herfstkleuren, het weiland in de mist waar heel voorzichtig wat zon doorheen breekt. Het is stil. Wat houd ik van dit land.

Maar ’s nachts klinkt je stem iel als je in het donker schreeuwt.