Column

Kunst die in één hokje past? Ouderwets.

Rolinde Hoorntje spot trends en geeft tips. Deze week: clubkids die naar klassieke muziek luisteren.

‘This is an electronic music festival, isn’t it?”, fluisterde Nils Frahm aan het begin van zijn set afgelopen vrijdag op Catch, een dancefestival in het nieuwe TivoliVredenburg. Frahm is van oorsprong klassiek pianist. Op het podium beweegt hij heen en weer tussen vleugel, synthesizer, drumcomputer en instrumentarium waarmee hij loops van zijn pianostukken maakt.

Dat Catch een elektronisch muziekfestival was, wist Frahm natuurlijk best. Frahm speelde met de verwachting van het publiek: een pianist op een dancefestival? Dat is gek. Maar eigenlijk is dat al lang niet meer zo raar. Frahm was de openingsact van het Kroatische festival Dimensions en toerde deze zomer langs tal van Europese dancefestivals. In Nederland was hij te zien op 5daysoff en vrijdag op het kleine broertje van Pitch, Catch, in Utrecht.

En zo zijn er steeds meer muzikanten die klassiek verweven met elektronische muziek. Neem Jeff Mills. Gisteravond trad de grootmeester van de Detroit-techno op in De Wereld Draait Door met percussionisten van het Residentie Orkest; vanavond voert hij met het 80-koppige Residentie Orkest een door hemzelf geschreven orkestwerk uit in het Muziekgebouw in Eindhoven. Mills staat achter de draaitafels, en gaat ‘op unieke wijze techno laten versmelten met symfonische muziek’, belooft de site. Of neem Henrik Schwarz, gevierd houseproducer uit Berlijn, die vorig jaar acht van zijn producties tot partituur bewerkte voor het Nederlands Kamerorkest tijdens het Amsterdam Dance Event.

De overeenkomsten tussen het werk van klassieke minimal-componisten als Steve Reich en Philip Glass en techno – het minimale, het repetitieve – zijn al langer bekend. Maar nu valt op hoe populair neoklassiek ook buiten de orkestbak is. Dit weekend is Schwarz te zien in Den Haag op Rewire Festival, met andere artiesten die passen binnen het thema. De rode draad van het festivalprogramma is de hunkering naar het tastbare, naar analoge middelen. „Ik heb het idee dat mensen een beetje klaar zijn met die man achter de laptop”, legt festivaldirecteur Bronne Keesmaat (30) uit. Dus boekte hij Jozef van Wissem, die een vierhonderd jaar oude luit bespeelt, en de Britse pianist Greg Haines die elektronische beats en soundscapes combineert met klassiek pianospel. Keesmaat: „Techniek is zo onderdeel geworden van ons leven. Alles is digitaal. Nu gaan mensen weer op zoek naar de oorsprong. Geluidsdragers worden weer belangrijker, kijk naar de terugkeer van vinyl.” Het kan een nostalgisch verlangen zijn van de clubkids, maar het is ook de behoefte van klassieke musici zoals Frahm en Haines die zijn opgegroeid met elektronische tools van deze tijd. Kunst die nog in één hokje moet passen, is gewoon niet meer van deze tijd.