Ik doe niet mee aan deze herdenking

De nationale herdenking MH17 is te vrij van protocol voor een ritueel, meent Coen Simon.

Illustratie Hajo

Mijn dochter doet nooit mee aan de herdenking op 4 mei. Ze vindt niet dat iemand haar kan dwingen aan de dood te denken. Ik dacht dat het iets van haar leeftijd was. Maar haar vriendinnetje herdenkt wel, vertelde de moeder van dat vriendinnetje. „Toch heeft je dochter gelijk”, zei ze. „Ik doe ook niet mee. Ik maak zelf wel uit wanneer ik de doden herdenk.”

Tot dan toe schaarde ik herdenkingsweigeraars altijd onder dezelfde groep achtelozen, die om acht uur op 4 mei luidkeels blijven bellen in de trein. Ik stond er niet bij stil dat erachter ook een moreel principe kon schuilgaan. In dit geval: ‘Herdenken moet van jezelf uitgaan en niet van een autoriteit komen.’

Afkeer van autoriteit kenmerkt onze tijd, maar een legitiem moreel standpunt is het niet. De Duitse filosoof Hans-Georg Gadamer wees er in Wahrheit und Methode (1960) al op dat redeneringen als deze de onredelijkheid van twee cultuurhistorische stromingen in zich verenigen. Dat zijn: de rationele periode van de Verlichting, die gezag niet als vanzelf accepteert, en de Romantiek, die het ‘zelf’ ziet als enige bron van authentiek handelen.

De afkeer onder Verlichtingsdenkers was goed te begrijpen, na eeuwenlange kerkelijke onderdrukking van het vrije denken. Maar in hun enthousiasme over het feit dat ze eindelijk zelfstandig mochten denken, zagen ze volgens Gadamer over het hoofd dat autoriteit ook een vorm van redelijkheid impliceert. Erkenning van autoriteit is altijd verbonden met de gedachte dat wat de autoriteit zegt niet onredelijk en willekeurig is, omdat autoriteit altijd steunt op eerder beproefde kennis.

Een herdenking is afhankelijk van dit redelijke beroep op autoriteit. De wijze waarop we herdenken, is immers, net als opvoeding, het resultaat van een jarenlang debat waarvan de gewogen standpunten niet telkens opnieuw afgewogen kunnen worden. Kortom, het is rationeel te herdenken ‘zoals het hoort’.

En ‘hoe het hoort’, oftewel de vorm van het herdenken, is net als bij ieder ander ritueel het belangrijkste onderdeel ervan. De rituele functie van een herdenkingsplechtigheid is het in ere herstellen van een gemeenschappelijke voorstelling van de wereld nadat deze door een gruwelijke gebeurtenis is vernietigd. De herdenking is pas geslaagd als deze samen en volgens de traditie wordt uitgevoerd. Dit betekent niet alleen dat herdenken geen individuele activiteit is, maar ook dat je een zwaarwegend argument moet hebben om er niet aan mee te doen. Het ritueel is namelijk cruciaal voor de eenheid van iedere gemeenschap.

Dit jaar kwamen ineens twee debatten over herdenken samen. Het ene ging over de invulling van de jaarlijkse dodenherdenking, het andere over de publieke en politieke reacties op de ramp met MH17. Terwijl het Nationaal Comité 4 en 5 mei in beraad was over ‘een gemeenschappelijke basis’ in een ‘fase dat we steeds meer afscheid nemen van mensen die uit eigen waarneming kunnen vertellen over de oorlog’, had heel Nederland plotseling de beelden op zijn netvlies van tientallen onschuldige landgenoten die het slachtoffer waren van een nieuwe oorlog. Geen tijd voor een debat. Herdenken moest nú.

De verbijsterde publieke opinie smeekte de autoriteiten om alle soorten daden. Gevoed door de kop ‘Ingrijpen!’ op de voorpagina van de Telegraaf, en door tweets zoals die van The New York Times-columnist Roger Cohen: „Is dit het Srebrenicasyndroom of zo? Ik begrijp de passiviteit niet van Nederland wiens burgers zijn vermoord.” – 532 retweets.

Minister-president Rutte ging praten met de nabestaanden, maar liet aanvankelijk aan de Tweede Kamer weten dat herdenkingen in de vorm van een dag van nationale rouw „niet in de Nederlandse traditie passen”.

Ineke Strouken, directeur van het Nederlands Centrum voor Volkscultuur en Immaterieel Erfgoed, ondersteunde deze visie meteen in de Volkskrant. „In Frankrijk, Engeland en België kan dat prima van bovenaf, maar hier levert zoiets protesten op. Hier bepalen we dingen liever zelf.”

Strouken kreeg wél en ook helemaal geen gelijk. Nog geen dag later kreeg het volk waar het om twitterde: een dag van nationale rouw.

De premier en de minister van Buitenlandse Zaken werden als staatsmannen op de schouders gehesen. ‘Diep respect’, klonk het in sociale media. ‘Vooral voor minster Timmermans. U hebt ons in ons hart geraakt, u was een rots in de branding. U heeft het fantastisch gedaan. Petje af, alles was tot in de puntjes geregeld, trots op Nederland.’ Zie hier het verschil tussen een slaafse behoefte aan een sterke leider en het uit redelijkheid instemmen met autoriteit.

De nationale herdenking die maandag wordt gehouden ter nagedachtenis aan de MH17-slachtoffers kan niet worden losgezien van de euforische dynamiek na de verslagenheid. Het lichtzinnige protocol is daarvan een bewijs. De eerste ‘Nationale Herdenking’ waarvoor, aldus een overheidscommuniqué, „geen landelijke richtlijnen voorgeschreven” zijn. „Iedereen kan hieraan op eigen wijze invulling geven.”

Het niet willen volgen van een autoriteit, uit angst slaafs te lijken, levert het al te rationele individu over aan de irrationele waan van de dag. Die brengt de traditie van herdenken zelf in gevaar. Een bezwaar dat zwaarwegend genoeg is om aan deze herdenking níet mee te doen.