Het ministerie van kruimels

Moederdepartement. Dat was lange tijd de bijnaam van het ministerie van Binnenlandse Zaken. Daterend uit 1798 toen het ministerie nog „departement van inwendige politie en toezicht op de staat van dijken, wegen en wateren van de Bataafse Republiek” heette en voor alles stond.

Tegenwoordig is het ministerie van Binnenlandse Zaken het departement van, ja van wat eigenlijk? Van niet zo veel meer voor zover het gaat om het takenpakket. De zorg voor essentiële veiligheidstaken zoals politie en brandweer zijn in 2010 in een vlaag van politieke stoerheid bij het ministerie weggehaald en ondergebracht bij de buren van Justitie. Goed wellicht voor het ‘crimefighters-imago’ dat dit departement wil uitstralen, maar desastreus voor de soevereine positie van het aloude ministerie van Binnenlandse Zaken binnen het zorgvuldig opgebouwde Nederlands staatsbestel.

Het woord moederdepartement viel de afgelopen dagen in de Tweede Kamer nog een enkele keer tijdens de begrotingsbehandeling van het ministerie van Binnenlandse Zaken. Maar dan bedoeld als illustratie van wat het ministerie niet meer is. Minister Plasterk (PvdA), de huidige politieke baas van het departement, heeft de afgelopen twee jaar weinig gedaan om aan te tonen dat Binnenlandse Zaken nog wel ergens voor staat. Er was weliswaar veel Plasterk, maar slechts weinig resultaat.

De plannen om het ‘huis van Thorbecke’ te verbouwen door een grondige herindeling van de provincies zijn vooralsnog gesneuveld. Dat kan Plasterk, die te maken had met hardnekkig verzet vanuit de provincies, vanzelfsprekend niet volledig worden aangerekend. Maar een meer open houding om de te verwachten kritiek uit het veld tegemoet te treden, was effectiever geweest.

Hoe nu verder, met wat in het Haagse beleidsjargon bekendstaat als bestuurlijke drukte? Het probleem wordt alom erkend, maar er gebeurt vervolgens weinig substantieels. Treurigstemmend voorbeeld is de Randstad. Voor steeds meer mensen die er wonen en/of werken is dit één stad. Maar in bestuurlijk opzicht is er nog altijd een overvloed aan deels gescheiden, deels overlappende bevoegdheden inclusief de daarbij horende hoeveelheid bestuurders. Voornemens en initiatieven om hier iets aan te doen, bestaan al decennia, maar wat veelal ontbreekt is de stimulerende hand van de minister van Binnenlandse Zaken.

Het gebrek aan ambitie is een bedreiging voor de immense decentraliseringsoperatie die aanstaande is met de overheveling van zorgtaken en sociale zekerheid naar gemeenten. Plasterk speelt hierin een cruciale rol. Te hopen valt dat hij deze rol aankan.