Frans voetbal is een mengelmoes, maar niet naar ieders zin

De Franse trainer Willy Sagnol analyseerde openlijk de voor- én nadelen van zijn Afrikaanse spelers. Was dat racistisch?

Willy Sagnol, trainer van de Franse club Girondins de Bordeaux, zegt sorry. Als hij met zijn vermeend racistische uitspraken over „de typische Afrikaanse speler” deze week iemand heeft gekwetst, dan spijt hem dat zeer, zei hij gisteren. Maar daarmee lijkt het door hem opgerakelde debat over het grote aantal Afrikaanse voetballers in de Franse Ligue 1 nog niet voorbij. Wat is er gebeurd?

Afgelopen dinsdag liet de coach van de nummer 4 in de ranglijst zich interviewen door lezers van de regiokrant Sud-Ouest. Op een vraag over de voor Europese clubs altijd onhandig geplande Africa Cup of Nations, waardoor iedere twee jaar midden in het seizoen Afrikaanse internationals weken weg moeten, antwoordde hij dat hij er als trainer van Bordeaux voor zal zorgen dat er „veel minder Afrikaanse spelers bij de club komen” omdat hij „geen zin heeft iedere twee jaar met twaalf mogelijke absenties te zitten”.

Tot zover weinig aan de hand, leek het. Maar hierna waagde Sagnol zich aan een diepere beschouwing over de voor- en nadelen van Afrikaanse spelers. „Het voordeel van wat ik een typische Afrikaan zou noemen: hij is niet duur, meestal klaar voor de strijd en hij is machtig op het veld. Maar voetbal is niet slechts dat, het gaat ook om techniek, intelligentie, discipline”, zei hij. „Je hebt ook noorderlingen nodig, die hebben een goede mentaliteit. Het voetbal is een mengelmoes, net als Frankrijk.”

De invloedrijke organisatie SOS Racisme eiste onmiddellijke actie van de club, de Franse bond en zelfs van de politiek tegen Sagnol wegens de „smerige” en „racistische” tegenstelling die hij creëerde tussen het stereotiepe beeld van de fysieke Afrikaanse speler tegenover intelligentere spelers uit het noorden. Een andere antiracismeorganisatie, de Licra, verbrak direct zijn partnerschap met de club.

Maar volgens clubvoorzitter Jean-Louis Triaud is de coach verkeerd begrepen. „Iedereen die Willy Sagnol kent weet dat hij alles behalve racistisch is”, zei hij. Sagnol speelde als verdediger (‘petit Willy’) 58 interlands voor Frankrijk en stond in de WK-finale van 2006. Die selectie was een van de meest multiculturele ooit: op een foto die Libération afdrukte, staat Sagnol in de opstelling van een wedstrijd tegen Bosnië tussen acht zwarte spelers. ‘Voetbal is niet racistisch, maar...’, kopte de krant op de cover.

Een „eenvoudige onhandigheid” noemde de staatssecretaris voor Sport de uitlatingen. Maar dat was het niet, vindt Pape Diouf, de (zwarte) voormalige voorzitter van topclub Olympique de Marseille. Hij verwees in Le Monde naar een eerdere affaire die het Franse voetbal in verlegenheid bracht en die nadreunt in Sagnols wens „minder Afrikaanse spelers” op te stellen.

In 2011 lekten opnamen uit van een vergadering bij voetbalbond FFF, waarop serieus besproken wordt of een „quotum” voor Afrikaanse en Arabische voetballers in opleiding ingesteld moet worden. En precies zo had het rechtse blog Boulevard Voltaire de uitspraken van Sagnol ook begrepen: die prees hem voor het „doorbreken van een taboe” door te pleiten voor een eind aan de „stupide Afrikanisering van het Franse voetbal” en zo „onze jongeren” een kans te geven.

Sagnol zei gisteren dat zijn opmerkingen slechts verwezen naar de gebrekkige opleiding in Afrika en de „armoedige” achtergrond van spelers.

Maar Pape Diouf, een machtig man in het Franse voetbal, laat het er niet bij zitten: hij wil dat spelers met Afrikaanse roots de competitie een hele speeldag boycotten om Sagnols ongelijk te bewijzen. „Dat zal een bijzonder en leerzaam beeld opleveren.”