‘Even slikken’ bij de Nationale Politie is een understatement

Veel lijken in de kast, onverwachte grote klussen (jihadisme, MH 17 en de nucleaire top) en een veel te hoge moeilijkheidsgraad. De vorming van de Nationale Politie, onderweg sinds 2012, hapert. En niet zo’n beetje ook. Gisteren stuurde minister Opstelten (Justitie, VVD) een wel heel slecht geschreven brief naar de Tweede Kamer waaruit met enige moeite op te maken valt dat hij er iets aan doet. Voor de hele bedrijfsvoering wordt „nadrukkelijk gekeken naar volgordelijkheid in consolideren, harmoniseren en innoveren”. De minister gaat hier versnellen en elders juist weer temporiseren. Juist, ja. Het is klassiek Opsteltiaans: krachtige woorden die niet makkelijk op betekenis of concrete beleidsinhoud betrapt kunnen worden.

Dan luisteren wij liever naar korpschef Gerard Bouman. Hij verklaarde „dat het natuurlijk even slikken is als je naar het totaalbeeld kijkt”. Maar tevens belooft hij er „gericht wat aan te doen”. Opstelten herschikt wat taken in de top, voegt (externe) deskundigen toe en schuift wat met prioriteiten. Maar het zal inderdaad van korpschef Bouman moeten komen, die zich ook niet beklaagt. Maar wel de taaiheid van deze megafusie steeds meer naar voren brengt. De euforie van 2012 is wel weg. Hij moet in één keer het achterstallig onderhoud bij 26 korpsen oplossen, een nieuwe organisatie en werkwijze invoeren en tegelijk de politie draaiende houden.

Opstelten blijft de Kamer opgewekt per 1 januari een mijlpaal beloven: nieuwe basisteams en districtsrecherches met een „op kwaliteit geselecteerde teamchef”. De Kamer doet er na deze brief toch goed aan niet al te veel op die datum te rekenen.

Nieuw is de falende personeelszorg bij veel politiekorpsen die nu proberen samen te gaan. TNO deed onderzoek en komt met harde conclusies. Bij veel korpsen moet het een ziekmeldparadijs zijn, of geweest zijn. Waar de rest van werkend Nederland gewend is geraakt aan meer of minder dwingende begeleiding, terug naar het werk of naar de uitgang, zit een stevig deel van de politie soms jarenlang ouderwets betaald thuis. Dat leidde tot „opvallend veel loonsancties van het UWV”. 13 procent van de zieke politiemensen blijkt langer dan de wettelijke termijn van twee jaar thuis te zitten!

Intussen had de leiding bij veel korpsen noch de kennis, noch kennelijk de belangstelling om er iets aan te doen. TNO noemde de kwaliteit van de personeelsdossiers „ernstig onvoldoende”. Het zorgde voor een toestand waarin iedereen, „inclusief de verzuimers” te veel kansen kreeg „om onder hun verantwoordelijkheid uit te komen”. Er zit dus veel ‘blauw’ ziek thuis en wordt daar verwaarloosd. Of laat zich het extra verlof aanleunen. Dat is dus verspilling, onverschilligheid en wanbeheer. Een bloody shame dus.