‘Er wonen hier heus niet alleen maar tokkies’

Als je de tweedeling érgens goed ziet, is het in Utrecht waar een rijke wijk dichtbij een arme ligt.

De Postcodeloterij zal nooit in de Sterrenwijk vallen. De moord op Fortuyn was een complot van de regering, met Geert Wilders willen ze nu hetzelfde doen en Zwarte Piet wordt hun afgepakt terwijl de Marokkanen wel hun Suikerfeestje hebben. „De gemeente is zo corrupt als het maar zijn kan.”

Complottheorieën buitelen over elkaar heen in gesprekken met bewoners van de Utrechtse Sterrenwijk. Met naam willen de meesten niet in de krant, want journalisten schrijven leugens zeggen ze. De volksbuurt staat bekend om de uitbundige straatfeesten en overvloedige versieringen tijdens grote voetbalwedstrijden. „Als iemand in de wijk is overleden, haalt de buurt geld op voor een bloemstuk”, typeert verkoopster Petra van snacksalon Abstede. En: „Er wonen echt niet allemaal tokkies, zoals ze zeggen”, vinden drie meiden in de Orionstraat.

De wijk ligt naast de Wilhelminaparkbuurt. Daar staan herenhuizen waar chirurgen, advocaten, politici en directeuren wonen en zijn er dure auto’s, vrouwen in chique mantels en mannen in pak op straat; in de Sterrenwijk hebben de sociale huurwoningen vaak geen voortuin. Als je érgens de tweedeling in de samenleving kan bezien waar SCP en WRR zich zorgen over maken in hun boek Gescheiden werelden? van vorige week, dan is het hier.

Sterrenwijkers zijn trots op hun buurt maar zeggen met lede ogen aan te moeten zien hoe allochtonen hun straten „inpikken”. Een schilder die niet met zijn naam in de krant wil, wijzend naar de hoek van de straat: „Daar staan ze ’s avonds te blowen. De politie rijdt er gewoon langs. Maar als wij verkeerd geparkeerd staan krijgen we een boete. Tegen een jochie van een jaar of vier, die erbij staat: „Wat doen we met de politie? Zo toch?” Hij maakt een kopje-kleiner-gebaar. „Zo moeten we de kinderen hier opvoeden.”

Over hun ‘overburen’ in de herenhuizen langs het Wilhelminapark hebben de Sterrenwijkers een duidelijke mening: kakkers. De schilder zegt tegen hen dat hij uit de buurt van het Wilhelminapark komt, want als Sterrenwijker zegt hij niet op een schilderklus te hoeven rekenen. „Ze vinden ons aso’s”, klinkt het in koor.

In de Wilhelminaparkwijk is de eerste vraag die aan de verslaggever gesteld wordt: „hoe lang duurt het?” „Kakkers? Ja, dat zijn we”, lacht een pensionado die zijn hond uitlaat. De man wil net als zovelen niet met zijn naam in de krant, omdat „de ruiten er dan straks uitliggen”. Hij ergert zich aan jongelui van de overkant die naar het park komen met „een tas vol bier van de Jumbo”. Er is verder „geen enkel contact” met Sterrenwijkers. Vroeger kwamen ze elkaar nog wel eens tegen bij voetbalwedstrijden. Elke buurt had zijn eigen team. Volgens een zakenman woonden zo’n veertig jaar terug juist veel echte Utrechters rondom het park. Later kwam het vol te zitten met studenten, die na hun studie bleven hangen. „Zo is de wijk veryupt.”

Een gepensioneerde journalist noemt de Sterrenwijk een „leuke, gezellige, sociale buurt, op wat probleemgevallen na”. „Het WK vieren ze met de hele straat; wij zitten in ons eentje tv te kijken”, zegt een ander. „Dat moet je niet erg vinden. Ik zou dáár niet gelukkig zijn, zij hier niet. Aso’s wonen er inderdaad, al moet je niet generaliseren. Burenruzies zullen daar sneller voorkomen, maar ook eerder bijgelegd zijn. Als je hier onenigheid hebt, praat je twintig jaar lang niet met elkaar.”

„Confronterend”, noemt een dame het WRR-rapport waarover ze in NRC heeft gelezen. „Herkenbaar.” Een bewoner op het terras van Parkcafé Buiten maakt zich minder druk om de gescheiden werelden. „We begrijpen elkaar niet, maar leven niet in haat en nijd. Dat is zo en zal zo blijven – het verschil in levensstijl is te groot. Als je hier over 100 jaar komt, is dat nog zo.”