Er moest iets lelijks bij

Van je kinderen moet je het hebben. Al jaren vroeg de moeder van fotograaf Pieter Hugo wanneer hij haar eens zou fotograferen. In het portret dat hij uiteindelijk van haar schoot, vier jaar geleden, zie je veel gebeuren in haar blik. Ze kijkt recht vooruit, het gezicht in de plooi, maar ergens vermoed je dat ze intussen denkt: ‘eikel’. Want hij liet haar poseren toen ze in het ziekenhuis lag wegens een borstverkleining. Op de foto ligt ze naakt in bed, met beurse borsten.

De foto is te zien in Hugo’s fotoboek Kin, met portretten van naasten en zanderige landschappen van het Zuid-Afrika waar ze wonen. Het boek gaat vergezeld van een tentoonstelling bij galerie Cokkie Snoei in Rotterdam. Schoonheid is te vinden op veel plekken en Hugo tast met zijn technische camera oppervlaktes af. Zijn personages poseren voor verweerde muren en op meubels met gebarsten leer. Alsof hij ook daarvan de binnenkant wil laten zien. Net als bij zijn moeder vangt Hugo hier een gelaagdheid aan emoties en laat hij geportretteerden meer prijsgeven dan ze wellicht willen.

Arme moeder, want die genadeloosheid had niet gehoeven. Drie jaar geleden toonde Hugo bij Cokkie Snoei armen op een Ghanese gifbelt die hij juist bijzonder mooi fotografeerde. Afgelopen voorjaar bij het Nutshuis in Den Haag toonde hij foto’s van daders en slachtoffers van de Rwandese genocide, in geënsceneerde ontmoetingen. Daar hield hij afstand.

Maar niet bij zijn moeder en ook niet bij zijn zwangere vrouw, die hij weinig charmant fotografeerde met donkere wallen en oplichtende aderen. Zoals de armen op de gifbelt juist schoonheid behoefden, moest hier voor het evenwicht iets lelijks bij. Laten we hopen dat zijn vrouw en moeder dat als een compliment opvatten.