Een soort handjeklap voor gevorderden

Luxemburg is net als Ierland en Nederland een gewilde partner in fiscale constructies.

Woedend waren ze. Waarom zouden wij veel belasting betalen als anderen dat niet doen? De gebroeders Baan, oprichters en eigenaren van het destijds zo succesvolle softwarebedrijf Baan Company, pikten het niet meer.

Eind jaren ’90, toen menig politicus dweepte met het wereldwijde succes van het Nederlandse IT-bedrijf, zetten zij beleidsmakers voor het blok: of ons bedrijf draagt minder belasting af, of we verhuizen de gehele onderneming naar Ierland. Een succesvol dreigement. Ze sloten een op maat gesneden overeenkomst en kregen voortaan een vriendelijker fiscale behandeling.

Zo eenvoudig kan belastingafdracht soms zijn. Als je maar groot en succesvol genoeg bent, kun je meer regie krijgen over wat je wel en wat je niet aan belastingen betaalt. Onderhandelingsmacht telt.

Nederland werd binnen de Europese Unie wel teruggefloten voor de koopmansgeest die bij de Nederlandse fiscus heerste. Andere lidstaten voelden zich benadeeld door de Nederlandse rulings – de praktijk van de belastingdienst om grote belastingbetalers vooraf zekerheid te geven over wat wel en wat niet kan.

Maar ze zijn nooit echt uit het straatbeeld verdwenen, die rulings. Ze zijn hardnekkig, want zeer aantrekkelijk. Ook na decennia van Europese integratie concurreren lidstaten nog steeds met elkaar om de belastinginkomsten van bedrijven. De verleiding voor lidstaten is groot om een concern uit een buurland op papier te laten verhuizen om extra inkomsten te genereren – uiteraard tegen een lager belastingtarief. Het bedrijf wint, de adviseur wint, en de lidstaat wint.

Dat is in essentie de achtergrond van de meer dan vijfhonderd belastingovereenkomsten die de Luxemburgse fiscus sloot met zo’n 340 multinationale ondernemingen. Een omstreden praktijk, want elke euro die de Luxemburgse autoriteiten met een afspraak op maat binnenhalen, loopt een ander land mis. En dan eigenlijk nog iets meer.

De techniek en praktijk is veel complexer dan hier geschetst, maar uiteindelijk is belastingafdracht voor multinationals toch gewoon een soort handjeklap voor gevorderden.

Het gevaar van rulings is dat het uitnodigt tot opzetjes waarbij bedrijven de mazen van de wet verkennen. Lekker knutselen aan een exotische constructie en na het fiat van de belastinginspecteur is de buit binnen.

De bouwwerken die fiscalisten bouwen zijn in de loop der tijd steeds ingenieuzer geworden. Om optimaal gebruik te maken van de verschillen tussen belastingstelsels, loopt een moderne fiscale vluchtroute dikwijls over meerdere landen.

De Algemene Rekenkamer vatte gisteren nog eens de truc van de Double Irish Dutch Sandwich samen. Amerikaanse bedrijven verkopen dan patentrechten aan een Ierse dochter, waarvan de leiding op Bermuda is gevestigd. Vervolgens stroomt het geld via een Nederlandse brievenbusmaatschappij naar Ierland.

Dat wordt allemaal gedaan om de lage winstbelasting van het ene land te combineren met uitzonderingsgronden in een ander land. Als de belastinginspecteur in Ierland die regeling fiatteert, en dat deed hij tot voor kort, is het hele bouwwerk witgewassen.

Luxemburg is net als Ierland en Nederland een belangrijke internationale draaischijf in financieringsstromen, blijkt uit 28.000 vertrouwelijke documenten, waaruit sinds woensdagavond wordt onthuld door een internationale groep onderzoeksjournalisten.

Het gebruik van de constructies gaat het bevattingsvermogen soms te boven. Zo blijken er meer dan 1.600 ondernemingen kantoor te houden op een en hetzelfde adres in Luxemburg: Rue Guillaume Kroll, nummer 5.