Een driedimensionale foto van ieder slachtoffer van MH17

Alle bodybags van vlucht MH17 gingen door een CT-scanner, zo blijkt nu. Het hielp enorm bij de identificatie.

Militairen dragen teruggekeerde slachtoffers van de vliegramp in Oekraïne naar rouwauto’s op vliegbasis Eindhoven. Foto ANP

Een dag nadat vlucht MH17 was neergestort, belde Ingrid Haest naar het Landelijk Team Forensische Opsporing. „Denk aan ons”, zei ze. Met ‘ons’ bedoelde ze de unit forensische radiologie van het Maastrichtse universitair ziekenhuis, het Maastricht UMC.

Haar voorstel: dat de lichamen (of lichaamsdelen) van de omgekomen passagiers door een CT-scanner zouden gaan. Zo’n scan levert driedimensionale röntgenfoto’s op, waarop alles in, op en bij het lichaam valt waar te nemen. Bijvoorbeeld vroegere botbreuken en littekens van een operatie. Ook pacemakers, metalen plaatjes of een spiraaltje zie je op de scan. Het lichaam wordt als het ware zowel van binnen als van buiten in kaart gebracht.

Ingrid Haest hoorde eerst niets. Maar op woensdag 23 juli, zes dagen na de ramp, ging de telefoon: kon het team uit Maastricht over twee dagen in Hilversum zijn? Daar, in de Korporaal Van Oudheusdenkazerne, boog het Landelijk Team Forensische Opsporing zich over de identificatie van de slachtoffers.

Ja, dat kon. De mobiele CT-scanner die de Maastrichtse onderzoekers nodig hadden, werd verscheept van Engeland naar Rotterdam. En van daar onder politiebegeleiding naar Hilversum gebracht. Binnen acht uur was alles geïnstalleerd en operationeel.

Vanaf dat moment zijn negentien (kinder)radiologen, ICT’ers en laboranten negen dagen bezig geweest de bodybags te scannen. Tot nu toe was niet bekend dat alle bodybags met lichamen of lichaamsdelen van slachtoffers op deze manier zijn gescand.

Bedoeling was eerst dat de scans een bijdrage zouden leveren aan het onderzoek naar de toedracht van het ongeluk. Maar al snel bleek dat ze ook waardevolle informatie bevatten voor het identificatieproces. Dankzij de scanner kon minutieus worden vastgesteld wat er aan stoffelijke resten en andere voorwerpen in de bodybags te zien was. Alles werd in kaart gebracht en op papieren afdrukken van het lichaam aangegeven. Daardoor konden bijvoorbeeld pathologen en andere betrokkenen bij de identificatie gerichter zoeken naar overeenkomsten met de gegevens die zij al hadden.

Het Maastrichtse team is ervan overtuigd dat mede hierdoor de identificatie zo snel en zorgvuldig heeft kunnen plaatsvinden, zegt Ingrid Haest. Radiologisch onderzoek is relatief onbekend bij rampen als deze. Haest, die jurist is, studeerde af op het onderwerp en wist dat er in omliggende landen al mee werd gewerkt.

De unit forensische radiologie in Maastricht werd opgericht in 2009. Ze verricht onderzoek naar slachtoffers van misdrijven en ongevallen, om bijvoorbeeld meer informatie te krijgen over de toedracht. Zo onderzochten de radiologen het lichaam van de doodgeschoten overvaller in de juwelierszaak in Deurne. Ook het lichaam van minister Borst ging in Maastricht door de CT-scanner.

Koudwatervrees

Slachtoffers identificeren gebeurt nu nog aan de hand van wat de drie D’s wordt genoemd: dactyloscopie, dentologie en DNA. Ofwel: vingerafdrukken, gebit en erfelijke informatie. Dat de R van radiologie in Nederland nog ontbreekt, heeft volgens Paul Hofman, hoofd van de Maastrichtse unit, „te maken met koudwatervrees”. De radioloog vindt dat er te snel genoegen wordt genomen met de schouw door een forensisch arts. Een driedimensionale röntgenfoto, zegt hij, kan veel meer vertellen over de toestand voor de dood of de toedracht van een misdrijf.

Op het recente bericht dat er kleine metaaldelen in de lichaamsdelen van slachtoffers zijn gevonden, wil hij niet reageren: dat is voorbehouden aan het Openbaar Ministerie. Wel kan Hofman in zijn algemeenheid zeggen dat een CT-scan „buitenmatig geschikt is om metalen delen op te sporen”. De artsen en andere medewerkers van zijn unit zijn nog bezig de scandata verder te onderzoeken. Hun rapport maakt straks deel uit van het strafrechtelijk onderzoek naar de oorzaak van de ramp.

Op vliegbasis Eindhoven komt morgen opnieuw een Nederlands militair transportvliegtuig aan met stoffelijke resten en persoonlijke bezittingen van slachtoffers, gevonden door de Nederlandse repatriëringsmissie in Oekraïne. Volgens Hofman zijn de lichaamsresten die nu terugkeren „van geringe waarde” voor het forensisch onderzoek. Sinds de ramp is er veel tijd overheen gegaan.

Of Ingrid Haest al gebeld is? „Nee”, antwoordt zij. „Maar als er weer een beroep op ons wordt gedaan, zijn we vanzelfsprekend weer ter plaatse.”