Concert is Van der Aa op z’n best

Bluegrass, jazz, een knipoogje naar Tsjaikovsky: componist Michel van der Aa was zelden zo eclectisch als in zijn gisteren door het Concertgebouworkest gedoopte nieuwe Vioolconcert. Hij schreef het tailormade voor Janine Jansen en omarmde haar zwierige motoriek en podiumcharisma als enig ‘theatrale’ element in zijn stuk. Dat maakte extra benieuwd, want Van der Aa concentreerde zich de laatste jaren op multimediale producties.

Herken je Van der Aa meteen als hij unplugged componeert? Direct. Aan het felle knipgeluid dat al snel op Jansens broos met harp en blazers mengende cantilene inbreekt. Aan de intrinsieke nervositeit. Zo hups en monter als Van der Aa (44) na afloop naar het podium draafde om zijn staande ovatie van veel jong publiek in ontvangst te nemen, zo donker is zijn muziek in wezen – zie ook de sombere, op zijn opera’s terughakende lamentolijn voor Jansens viool in het middendeel.

Het derde deel brengt de opluchting van het tumult, met virtuoos showwerk voor Jansen én de percussiesectie (glansrol: eng tikkende kralen): een spectrum waarin Van der Aa excelleert.

‘Eigenheid’ is geen kenmerk van een geslaagd concert, maar het imponeerde hoe Van der Aa op het ruggenmerg van zijn idioom de actuele relevantie van een ‘ouderwets’ genre demonstreert. Zijn concert plaatst de solistische kwaliteiten van Jansen in het middelpunt en Vladimir Jurowski dirigeerde het uitmuntend spelende KCO met een ideale mix van theatraliteit en helderheid.

Rest de vraag hoe vaak dit concert wordt hernomen. Voor een meerjarig publiek succes fou is het – de hier ook gespeelde, stilistisch en in orkestratie warmbloediger klassiekers van Debussy en Janácek indachtig – uiteindelijk misschien toch een beetje te hermetisch en te uitgebeend.