Amsterdam als meer dan een decor, de stad als derde hoofdpersoon

Zondag begint het tweede seizoen van A’DAM-E.V.A., een tv-serie over twee jonge mensen. En Amsterdam.

De hoofdpersonen: Adam en een zwangere Eva in een bootje op de gracht. Foto Nyk Dekeyser

Hij haalt veel voldoening uit zorgvuldigheid. Dat wat hij laat zien ook de realiteit is. Daarom wilde hij filmen in de Bijlmerbajes, omdat een verhaal daarom vroeg. Een onneembare vesting voor filmploegen, maar hij kwam binnen. En dat voelt dan best goed. De enige plek waar Norbert ter Hall (1966), regisseur en medebedenker van A’DAM-E.V.A., echt eens niet naar binnen mocht, was het Amstel Hotel. „Het was echt ordinair. De man met wie we spraken vond de acteurs ook niets, had-ie nog nooit van gehoord. ‘Geer en Goor, dat is het Amstel Hotel, maar dit…’ Nou ja, goed. Het is inmiddels weer verkocht.” Hij lacht. „Dit beleid heeft dus niet geholpen.”

Maar dat was nog seizoen één. Drieënhalf jaar geleden uitgezonden, vijf jaar geleden gefilmd. Toen was Job Cohen nog burgemeester van Amsterdam, toen was de serie nog een experiment van acht afleveringen, en toen bleef de deur van het Amstel Hotel dus nog dicht. Inmiddels is zelfs de Bijlmerbajes geen probleem meer.

Het mozaïekverhaal over de Amsterdamse Eva (Eva van de Wijdeven) en de Zeeuwse import-Amsterdammer Adam (Teun Luijkx) begint zondag aan zijn tweede reeks. Zij (inmiddels zwanger), hij (de vader) en hun alledaagse leven vormen weer het enige constante verhaal, terwijl om hen heen we elke aflevering weer het vaak niet zo alledaagse leven van stadgenoten meemaken, wier paden elkaar kruisen.

De verhalen zijn fictief, geschreven door zijn echtgenoot Robert Alberdingk Thijm. Maar idealiter spelen die zich wel af op echte locaties, tussen de echte mensen in de stad. „Het mooiste is wanneer de realiteit zich mengt met de fictie”, zegt Ter Hall op een bank in een café aan de Nes, niet ver van waar hij zelf woont. „We gaan juist draaien op veel plekken waar we geen controle hebben. In een van de nieuwe afleveringen loopt Eva over het Amstelveld en roept zo’n marktkoopman: wat is het geworden, een jongen of een meisje? En vervolgens schiet zij in de lach – dat is gewoon leuk.”

Het zijn de toevalligheden waar hij op hoopt. Soms moet je je plannen daardoor aanpassen. Zoals in 2009, toen Ter Hall bezig was met opnames op Koninginnedag. „We waren op een boot aan het filmen, en toen werd er vanaf de kant geroepen: ‘Er is een aanslag gepleegd op de koningin’. Dat je ook meteen denkt: oh god, we moeten dit erin verwerken.”

Ode aan het stadsleven

Achter iedereen en alles schuilt een verhaal en al die verhalen hebben ergens een gemene deler, dat is wat Ter Hall fascineert en wat uiteindelijk leidde tot A’DAM-E.V.A. „Een econoom beschreef ooit hoeveel mensen er nodig zijn om één potlood te maken. Dat zijn er miljoenen. Het hout moet gehakt worden, die man heeft kleren aan die door mensen gemaakt zijn en woont in een huis dat gebouwd is. Uiteindelijk zijn we één geheel; dat is bijzonder en fascinerend.”

Amsterdam is de gemene deler, veel méér dan een decor in de serie, eerder een derde hoofdpersoon. De stad verbindt alle verhalen en alle personages. Maar het is niet per se een ode aan Amsterdam. „Het is een ode aan het leven in een stad.” ‘Contrasten’, Ter Hall heeft het er meerdere keren over. ‘Verschillen’. Die konden voor dit seizoen niet groot genoeg zijn tussen verhalen en scènes, zegt hij, waar hij daar in het eerste seizoen nog wat voorzichtiger mee omging. En die contrasten – net als de dynamiek, de interactie – die heb je volgens hem alleen in een grote stad. „Daar heb je echt het contrast tussen anonimiteit en intimiteit. Wij kunnen een heel persoonlijk gesprek hebben en elkaar nooit meer tegenkomen. Dat geeft een soort vrijheid om soms bepaalde dingen tegen elkaar te zeggen. Dat is mooi en ontroerend en verwarrend en eenzaam.” En soms ben je heel anoniem en weet je niet wie je buren zijn die in hetzelfde huis wonen, zegt hij. „Die contrasten, en dat die zich zo snel afwisselen, zijn een enorme bron van inspiratie.”