Alleen wie al heeft, wordt beloond

Voor poptempel Paradiso stond woensdagavond een lange rij mensen die niet voor een concert kwamen. Thomas Piketty is in town; het gerucht verspreidde zich zelfs onder toeristen. Die middag was de econoom en auteur van Kapitaal in de eenentwintigste eeuw ook al op bezoek geweest in de Tweede Kamer. Daarover meldde hij in Paradiso desgevraagd dat hij het naar zijn zin had gehad. Hij sprak diplomatiek als een politicus, prees hun hartelijke ontvangst en vragen.

Je zag het interviewer Joris Luyendijk denken: hoe ontketen je verandering met zo’n aangepaste houding? Het enige waar je Piketty een beetje op kon pakken was dat er een stukje been tussen de zoom van zijn pantalon en zijn hoog opgetrokken sok verscheen. Niet helemaal volgens de etiquette van een nette heer, maar toch ook weer niet revolutionair. Rechtlijniger dan zijn historische analyse van 700 pagina’s wilde hij niet worden. Piketty verduidelijkte dat zijn boek niet voor politiek links of rechts is bedoeld. „Het is een boek voor mensen die van boeken houden.”

Algauw mocht het publiek vragen stellen. Wie boven zat, zoals ik, kon zijn vraag opschrijven en een vliegtuigje vouwen. Er zeilden direct allerlei frommels naar beneden, wie er één op schoot kreeg leverde die bij Luyendijk in. Het gezellig solidaire daarvan deed me denken aan de ‘mic checks’ die je tijdens de 2011 Occupy Wall Street in NYC zag: bij gebrek aan apparatuur schreeuwde iedereen de spreker na; een versterker van mensenmonden zou het beeld van een wereldwijde opstand worden. Het probleem is dat de communicatie stokte zodra je aan de rand kwam van wie erbij hoorde. Het vuur verspreidt zich niet, maar bereikt alleen hen die zelf de warmtebron zoeken.

Het belastingbeleid dat Piketty voor ogen heeft, leek me helder, maar ik vroeg me af wat voor advies hij had voor de ‘gewone’ consument. Mijn vraag dwarrelde meer dan dat-ie vloog en belandde ongemerkt in de winterjas van iemand onder mij. Ik vouwde nog een vliegtuigje en wilde er iets zwaars instoppen, een steentje ofzo. Maar ik vreesde dat dat een te harde roep om aandacht was, één die direct als te radicaal kon worden weggezet. Op de basisschool knipte ik altijd met mijn omhooggestoken vinger. Het duurde lang voordat ik begreep dat de juf me juist daarom geen beurt gaf.

Wie vraagt wordt overgeslagen. Alleen wie al heeft wordt beloond, schrijft Piketty in zijn boek.

Omdat ik zo zat te klooien met vliegtuigjes vol vragen, dacht ik aan het spelletje rock-paper-scissors. De schaar knipt het papier, de steen slaat de schaar neer en het papier verpakt de steen, zo wint er altijd één. Het probleem is dat je alle wapens in kunt zetten, maar dat de geschiedenis aan de winnende hand blijft.