Nieuwe stemwijze benadeelt Nederland

De grote EU-landen zijn sinds 1 november nog machtiger. Een nieuwe stemprocedure reduceert het gewicht van kleine lidstaten reduceert, soms bijna tot nul, en dat van Duitsland, Frankrijk, het VK en Italië fors vergroot.

De afspraken uit 2009 zijn een correctie voor het ‘overgewicht’ dat de kleintjes genoten. Maar de grote vier ogen nu erg zwaar. De Brusselse klimaatlobbyist Dings spreekt van „aardverschuiving” die ook Nederland kan raken.

Nationale ministers stemmen zelden in Brussel; consensus is chiquer. Maar achter de schermen wordt altijd druk gerekend, voor ’t geval dat. De invloed van de rekensommen op het resultaat is groot.

In het oude systeem werden 352 stemmen verdeeld over de lidstaten, niet op basis van bevolkingsaantal, maar ‘gewogen’. Een Malteser had twintig keer meer stemgewicht dan een Duitse. In het nieuwe systeem zien de grote vier hun stemgewicht groeien van 33 naar 54 procent. Vanuit Duits perspectief is ‘één burger, één stem’ eerlijker. Malta gaat nu van 1 procent stemgewicht naar 0,1 procent.

Nederland gaat van 3,7 naar 3,3 procent. Dat lijkt weinig. Volgens Dings heeft de dominantie van de grote landen toch gevolgen. „Nederland vormt graag blokken met kleinere landen. Het moet meer tegen grote landen aanschurken.”

De regels maken het voor Oost-Europese lidstaten moeilijker ‘blokkerende minderheden’ te vormen, zoals bij klimaatregels. Daar zijn nu minstens 4 lidstaten voor nodig, met samen 35 procent van de EU-bevolking.

Tot 2017 geldt een overgangsregeling voor de procedure: landen kunnen tot dan verzoeken volgens het oude systeem te stemmen.