Wist Juliana nu wel of niet dat Bernhard haar ontrouw was?

Echt gebeurd: Annie M.G. Schmidt schreef in 1958 op verzoek van koningin Juliana een korte komedie, die ze met een vriendinnenclubje in besloten kring op paleis Soestdijk heeft opgevoerd. Daarbuiten werd de tekst pas bekend, toen die na de dood van de schrijfster in haar paperassen werd aangetroffen. Een pikante vondst, want het stuk (Vrouwen om Dr. Deninga) bleek over een overspelige man te gaan, die zelf niet ten tonele verscheen, en de vrouwen om hem heen die hem op allerlei manieren de hand boven het hoofd trachten te houden.

In de voorstelling Annie M.G. op Soestdijk, geproduceerd door Het Toneel Speelt, is bijna de hele Schmidt-tekst verwerkt. En daaromheen is een nieuw toneelstuk gefantaseerd, dat laat zien hoe de koningin met haar damesclubje aan het repeteren is – kort nadat het toenmalige kabinet-Drees had verboden dat Juliana nog langer contact zou hebben met de gebedsgenezeres Greet Hofmans, en ten tijde van de eerste geruchten over de vreemdgaande prins Bernhard.

Of ook Annie Schmidt destijds al de parallellen heeft gezien tussen haar toneelstukje en de werkelijkheid, is niet bekend. Maar natuurlijk is die vergelijking tussen de toneelfictie en de realiteit ten paleize de voornaamste attractie van dit nieuwe stuk. Als de koningin, in de rol van de schoonmoeder van de bedrogen echtgenote, uitroept dat zo’n vrouw heus wel iets zal merken van ’s mans overspel („welke vrouw weet zoiets nou níét!”), krijgt dat immers al gauw een extra betekenis die naar de historische werkelijkheid verwijst.

In hun nieuwe script hebben de schrijvers Janine Brogt en Ton Vorstenbosch de dubbelzinnigheid behendig uitgespeeld. Aan het slot trekt de koningin zelfs een expliciete les uit de strapatsen van de niet bestaande dr. Deninga die zo veel op haar eigen Bernhard lijkt. „Zo’n man heb je nooit alléén”, constateert ze, „en het is míjn man.” Waarna ze kordaat besluit haar leven op Soestdijk – en haar huwelijk – voort te zetten.

Ria Eimers vertolkt de Juliana-rol met veel nuances. Ze is verdrietig, opstandig, een dwingeland en een dweepster, ze voelt zich bedrogen en ze vertoont trekjes van de echte koningin, met haar ijle dictie en de manier waarop ze zichzelf tijdens kwaaie buien op de bovenbenen slaat – net zo driftig als Juliana op tafel sloeg tijdens haar legendarische tv-interview met Maartje van Weegen. En toch weet ze meestal wel haar waardigheid te bewaren, net als Annet Malherbe die een van de vriendinnen speelt.

Maar te vaak laat regisseur Mette Bouhuijs de vijf topactrices (ook Trudy de Jong, Saskia Temmink en Julia Akkermans) ook een onbedaarlijk potje schmieren. Met gekke bekken, fysieke fratsen, lollige loopjes en mallotige geluidjes. Dat kan nog passend zijn zo lang ze de amateurtoneelspeelsters voorstellen die op hun rollen in Dr. Deninga zwoegen. Maar niet als ze even pauze nemen en weer gewoon dames van goeden huize zijn. Dan klopt de kluchtige overdaad niet meer met het wrang-komische effect dat het oude toneelstukje binnen deze nieuwe context krijgt. Zo is Annie M.G. op Soestdijk een goed idee dat een subtielere voorstelling had verdiend.