Column

Van Rijn en onze moeilijke familieleden

Wie durft toe te geven dat hij het tv-optreden van staatssecretaris Martin van Rijn over zijn dementerende moeder, in Pauw, óók huiverend bekeek omdat hij zelf een of meer van die familieleden heeft die je liever niet in de schijnwerpers zet? En al helemaal niet in relatie tot jezelf?

Bij u functioneert alles uiteraard vol-ko-men normaal. Iedereen gelukkig hoor, kijk maar op Facebook. Maar wie bewonderde, naast natuurlijk veel gepast hoofdschudden over de bezuinigingen op verplegend personeel en het iets te vaak herhaalde „dat ik hiervoor de politiek ben ingegaan”, wie bewonderde daarnaast niet stiekem óók de zelfbeheersing van een zoon, die door zijn vader in een afschuwelijke situatie was gebracht?

De zoon moest staatssecretaris blijven tegenover Ben Oude Nagel, de hoogbejaarde vriend die met vader Van Rijn in het Algemeen Dagblad vertelde over het schandalig gebrekkig toezicht op hun echtgenoten. En die nu voor het oog van de camera mocht doen alsof de zoon dat niets kon schelen, met een beschuldigend: „Jij kunt misschien eens per 14 dagen naar je moeder toe!”

Niet genoeg naar je moeder toe in de prestatiemaatschappij. En dat in de week tegen de werkstress: u en ik hadden die oude activist allang van katoen gegeven. Maar Van Rijn zei slechts: „Nee hoor, ik ben er vaker.” Dit terwijl Jeroen Pauw dreigend met „het familieboek” zwaaide, waar ook nog van alles in zou staan, maar dat kregen we godzijdank niet meer te horen.

Het was verschrikkelijk.

En dat net met Martin van Rijn. „Zijn vader was timmerman, eerst in de scheepsbouw, later in de volkshuisvesting”, staat onder ‘wetenswaardigheden’ bij zijn naam op de website Parlement en Politiek: de enige zin over zijn privéleven. Slaagde erin als persoon vakkundig onopvallend te blijven. Niet voor niets gold hij in zijn vorige carrière als de ideale moderne topambtenaar, een witte raaf, want bijna niemand kon zich ingewikkelde materie sneller eigen maken én tegelijk voorkomen dat zijn persoonlijkheid een stempel drukte op zijn portefeuille. Geen persoonlijkheid zijn wordt sinds een jaar of tien heel belangrijk gevonden voor moderne topambtenaren. Inmiddels lijkt het ook voor politici op te gaan. Misschien hangt een toegenomen zucht naar privé-informatie daarmee samen.

Maar dit is Amerika niet, zeggen we dan trots. Zelfs toen destijds staatssecretaris van Defensie Jack de Vries met medeweten van toenmalig premier Balkenende stiekem op een kazerne mocht bivakkeren om zijn affaire met een ondergeschikte stil te houden, wat toch een fraai staaltje belangenverstrengeling was, bleek Nederland te netjes om dat uit te zoeken.

Dus hoe gaan we ons voortaan opstellen wanneer familieleden besluiten het persoonlijke politiek te maken? Als het gebeurt, dan kun je het nauwelijks verzwijgen, maar in feite lijken familieleden me even privé als uw seksleven.

„Zal ík even vertellen wat mijn vader vindt?”, vroeg Van Rijn, uiteindelijk toch nog machteloos, in Pauw. Van mij had dat dus niet gehoeven. Zolang er geen belangen verstrengeld raken, lijkt het me wel zo fair om niemand op zijn familie af te rekenen. Ook politici niet.