Stel eindelijk een onderzoek in naar vroeger wanbeleid SNS

Het wanbeleid voorafgaand aan de nationalisatie moet onderzocht, stellen P.W.J. Coenen en M. Westra. Aandeelhouders hebben er recht op.

Als er gerede twijfel is aan het beleid, moeten aandeelhouders zich tot de Ondernemingskamer kunnen wenden. Die stelling zal door de meeste lezers worden bevestigd. Maar in de eerste onteigeningszaak onder de nieuwe Interventiewet, te weten SNS, spreekt dat niet vanzelf.

In mei 2006 haalde SNS op de beurs maar liefst ruim 1,3 miljard euro op. Tot verbazing van onder andere de VEB, kocht het toenmalige bestuur van SNS daarna voor 810 miljoen euro een voor haar geheel nieuwe bedrijfsactiviteit: professioneel vastgoed uit de Bouwfondsportefeuille van ABN Amro. In twee boeken van journalisten van NRC Handelsblad en Het Financieele Dagblad staat hoe het SNS daarmee verging. Tegen alle signalen van een aanstormende crisis in bouwde SNS haar vastgoedpoot uit tot meer dan 13,5 miljard euro. Van 2009 tot en met het eerste kwartaal 2013 boekte SNS daar in totaal voor bijna 5 miljard euro op af. De bestuurders van SNS en de commissarissen stonden er bij en keken ernaar.

Deze strategie luidde de ondergang in van van SNS als beursgenoteerde onderneming. Dijsselbloem ging – onder druk van De Nederlandsche Bank – over tot nationalisatie. Er volgden juridische procedures over de rechtmatigheid van de onteigening en de waarde van de onteigende effecten. Ook kwam er een onderzoek naar het nationalisatieproces onder de nieuwe Interventiewet. Maar naar de oorzaak, falend beleid van de bestuurders en het toezicht, is nog altijd geen onafhankelijk onderzoek gedaan. Als het aan betrokken partijen ligt – zoals de Nederlandse staat als (indirect en enig) aandeelhouder, de betrokken onderneming SNS, de Advocaat Generaal en de vakbonden – komt dat er voorlopig niet. Reden voor de VEB om de Ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam te verzoeken een onafhankelijk onderzoek te gelasten naar mogelijk wanbeleid over de periode van de beursgang in 2006 tot aan het moment van nationalisatie. Of de Ondernemingskamer de onteigende aandeelhouders tot een dergelijk verzoek toelaat, is nog te bezien. De VEB meent dat Nederlanders, waaronder onteigende beleggers, recht op de waarheid hebben.

Dat het bij SNS fout zat, volgt ook uit de woorden van premier Rutte. Hij zei op 1 februari 2013 dat we „hier hebben te maken met mismanagement in een bank”. Bovendien is aan geen der aandeelhouders, behalve de Nederlandse staat, verantwoording afgelegd over het boekjaar 2013. Dat recht is aandeelhouders door de onteigening ontnomen. Een onafhankelijk onderzoek over die periode zou ook (deels) in die lacune kunnen voorzien.

De Ondernemingskamer past het enquêterecht ruim toe. Reeds eerder werden enquêtes gelast zonder dat aandeelhouders aan alle wettelijke vereisten voldeden. Datzelfde moet gelden voor de onteigende aandeelhouders van SNS. Zij hebben een economisch belang en behoeven de broodnodige rechtsbescherming van de Ondernemingskamer nu dat belang door een omstandigheid buiten hun toedoen in het gedrang is gekomen. De VEB vertrouwt erop dat de Ondernemingskamer recht zal doen aan deze belangen en de moed zal tonen een onderzoek te gelasten.