Republikeinse winst lost patstelling op

De nieuwe Republikeinse meerderheid in het Congres zal zich verantwoordelijker moeten gedragen dan eerst, denkt Jacob Weisberg.

Sinds Barack Obama president werd, hebben de Republikeinen in het Amerikaanse Congres indrukwekkende successen geboekt met een eenvoudige strategie: verzet je tegen alles wat de steun heeft van de president, geef hem de schuld van ieder probleem en stel zijn beleid bij iedere verkiezing ter discussie.

In 2010 heeft deze aanpak ertoe geleid dat de Republikeinen een meerderheid kregen in het Huis van Afgevaardigden, met een winst van 63 zetels. In 2014 lukte dat ook in de Senaat, waar de partij nu een meerderheid heeft van minstens 52 tegen 48 zetels.

Je zou denken dat de jongste klap voor de Democraten betekent dat de polarisatie in Washington alleen nog maar erger kan worden. Als het tot het uiterste vasthouden aan de eigen standpunten zo gunstig is geweest voor de partij die nu de volledige zeggenschap heeft over de wetgevende tak van de overheid, zal er dan voortaan überhaupt nog iets voor elkaar komen in Washington?

Toch zou de politieke situatie in januari juist wel eens kunnen opklaren. Toen de Republikeinen niet het volledige Congres in handen hadden, was het rationeel – zij het cynisch – voor hen om zich te gedragen alsof alles wat goed ging Obama sterker zou maken. Een zwakke economie, ook al werd die nog wat verder ondermijnd door een crisis over het schuldenplafond (door de Republikeinen veroorzaakt) was uiteindelijk Obama’s probleem en niet dat van hen. Maar de Republikeinse motieven zullen de komende tijd anders zijn. Samenwerking met Obama – althans op specifieke punten van wederzijds belang – kon wel eens zinvoller zijn dan onophoudelijke tegenwerking.

Het eerste argument voor verzoening is dat de Republikeinen nu snel evenveel verantwoordelijkheid zullen dragen voor wat er in Washington gebeurt. Zij zullen in staat zijn zelf wetsontwerpen in te dienen. Als ze alleen maar voorstellen doen die Obama zeker zal vetoën, zoals het intrekken van de Affordable Care Act (Obamacare), zullen ze daar weinig krediet voor krijgen bij de kiezers. Omgekeerd zal het uitspreken van zijn veto over iedere wetgeving die de Republikeinen door het Congres loodsen Obama veroordelen tot voortijdige irrelevantie.

Dit is een versie van de logica die zich ook al deed gelden nadat de Republikeinen bij de verkiezingen van 1994 zowel de Senaat als het Huis van Afgevaardigden naar zich toe hadden getrokken. Ondanks het bittere conflict, dat leidde tot diverse shutdowns, slaagden Bill Clinton en de Republikeinen erin een compromis te sluiten over een belangrijke hervorming van de sociale voorzieningen, een evenwichtige begroting en talloze kleinere kwesties. De komende twee jaar zal Obama het niet langer alleen voor het zeggen hebben, maar nu de economie aantrekt zullen de Republikeinen dat ook niet willen.

Een tweede reden dat de samenwerking in 2015 wel eens zou kunnen toenemen is de veranderende dynamiek binnen de Republikeinse partij zelf. Tot vorig jaar kwam het grootste gevaar voor het Republikeinse establishment van de extreme conservatieven van de Tea Party. Maar bij de voorverkiezingen van dit jaar begon de macht van de Tea Party af te kalven, omdat het geld van rijke donateurs naar oude, gevestigde namen is gevloeid, die in een betere positie verkeerden om hun bolwerken uit Democratische handen te houden. Dit zal des te meer waar zijn in 2016, omdat de opkomst bij presidentsverkiezingen veel groter is en er veel meer mensen Democratisch zullen stemmen.

Als je een Republikein bent die denkt dat de grootste bedreiging voor je positie van rechts komt, neem je een enorm risico als je met Obama compromissen sluit. Maar als het je voornaamste zorg is dat je het zult afleggen tegen een Democraat, heb je een extra motief om deals te sluiten met de oppositie over zaken waarbij het Democratische standpunt populairder is dan het Republikeinse.

En een laatste reden om op meer ‘bipartisan- ship’ (samenwerking tussen de twee grote partijen) te hopen: het tot het uiterste vasthouden aan de eigen standpunten is een heilloze strategie gebleken. Hoewel er bij verkiezingen maar één partij kan winnen, boekt de politiek als geheel een heel ander resultaat . Tussen de verkiezingen door hebben de Democraten en Republikeinen een spel met alleen maar verliezers ontwikkeld, waarbij het onvermogen om compromissen te sluiten het respect voor iedere politicus heeft doen afnemen.

Een cultuur van strijd en verlamming die tot minachting voor Washington leidt, zorgt ervoor dat uiteindelijk alle politici aan macht en invloed inboeten.