Palestijn ontdekt de auto als wapen

Spanning in gedeelde stad loopt op na Palestijnse kamikaze-aanslagen en Israëlische repressie.

Foto Reuters

Aan de Sderot Hayim Barlev in West-Jeruzalem staat een groepje orthodoxe Joden verzameld rond een mobieltje. Ze bekijken de beelden die beveiligingscamera’s hebben gemaakt van de aanslag die enkele uren eerder aan deze straat is gepleegd. Een Palestijn reed hier gistermiddag met zijn auto in op een groepje voetgangers. Een Israëlische agent kwam om, dertien omstanders raakten gewond.

Gisteravond volgde bij de Israëlische nederzetting Alon Shvut op de bezette Westelijke Jordaanoever een soortgelijke aanslag. Hierbij raakten drie militairen gewond.

Het waren de derde en vierde Palestijnse aanslag in twee weken tijd in Jeruzalem en op de Westelijke Jordaanoever. Vorige week werd de joodse activist Yehuda Glick neergeschoten. Een week eerder reed een auto in op een groepje wachtenden bij de sneltram, waarbij een drie maanden oude baby en een Ecuadoriaanse uitwisselingsstudente omkwamen.

De situatie in Jeruzalem is al maanden explosief. De gemoederen raakten verhit door de moord op drie joodse tieners in juli, de levende verbranding van een Palestijnse tiener en de Gaza-oorlog die daarop volgde.

De laatste weken heeft het geweld ook een religieuze dimensie. Joodse activisten eisen dat Joden mogen bidden op de Tempelberg in Oost-Jeruzalem, waar de Rotskoepel en de Al-Aqsa-moskee staan. Uit veiligheidsoverwegingen is dat niet toegestaan. De Israëliërs en de Palestijnen beschuldigen elkaar van het aanwakkeren van de religieuze spanningen.

De crisis kreeg gisteren ook een internationale dimensie toen Jordanië gisteren zijn ambassadeur terugtrok uit Israël vanwege schendingen van de heilige plek. Israëlische ordetroepen zouden de moskee binnen zijn gegaan met hun laarzen aan, een grove belediging, en het gebouw flink hebben beschadigd. Sinds vorige week een Joodse activist is neergeschoten, die ijverde voor meer Joodse toegang tot de Tempelberg, zijn er vrijwel dagelijks fikse rellen tussen Israëlische ordetroepen en Palestijnse jongeren.

Palestijnen lijken de personenauto definitief ontdekt te hebben als wapen tegen Israëliërs. Op sociale media wordt opgeroepen meer van dit soort aanslagen te plegen. Ongevaarlijk voor de bestuurders is dit niet. In veel gevallen, zo ook gistermiddag, wordt de chauffeur gedood door de Israëlische politie. De verdachte van de aanslag op de Westelijke Jordaanoever is vandaag opgepakt.

Op de plek van de aanslag in Jeruzalem draalt de 17-jarige Joodse student Moshe Shukrun wat rond, de ene na de andere sigaret opstekend, wachtend op een betoging. Hij is boos, onder meer op de politie. „Ze doen niks, daarom blijft het gebeuren. Ze moeten die Arabieren weghalen hier. We kunnen niet in angst blijven leven. Doe maar hetzelfde met ze als ze in Gaza hebben gedaan.” Bij de Gaza-oorlog kwamen 2.100 Palestijnen om.

Aan het eind van de middag vechten Palestijnen met de politie in het Shuafat-vluchtelingenkamp in Oost-Jeruzalem, waar de verdachte van de aanslag in Jeruzalem vandaan komt. Het ‘kamp’ bestaat uit een groepje dicht op elkaar gebouwde flats met een hoge, betonnen muur eromheen.

De uitgang is een permanent bewaakt checkpoint. Palestijnse jongeren voeren hier hun vaste ritueel op: ze gooien met stenen en vuurwerk naar de bewakers. De Israëlische oproerpolitie reageert met traangas en rubberkogels. Door de rellen heen proberen Palestijnen terug naar huis te komen. Ze houden hun neus en mond bedekt met een sjaal of trui.

Een uitweg uit de geweldsspiraal lijkt er vooralsnog niet te zijn. Leiders aan beide zijden gooien olie op het vuur. Hamas prees gisteren de aanslag met de auto in Jeruzalem. Het Israëlische kabinet heeft al duizend extra agenten naar Jeruzalem gestuurd. Als repressie tegen Palestijnen niet werkt, ziet Israël maar één oplossing: meer repressie. Dit loopt uiteen van het streng bestraffen van kleine vergrijpen – gisteren kreeg een jongen honderd euro boete omdat hij schilletjes van zonnebloempitten op straat gooide – tot het slopen van huizen waarvoor geen bouwvergunning is afgegeven.

In de woorden van premier Netanyahu: „De strijd om Jeruzalem kan lang duren, maar ik weet zeker dat we winnen.”