Ouders begeleiden voorkomt mishandeling

Risicogezinnen die hulp krijgen van een gespecialiseerde verpleegkundige, mishandelen hun kinderen minder vaak.

Een Amerikaans programma waarbij jonge, laagopgeleide ouders drie jaar lang intensieve begeleiding krijgen van een gespecialiseerde verpleegkundige, blijkt ook in Nederland kindermishandeling te voorkomen. Op het onderzoek dat dit aantoont, is gezondheidswetenschapper Jamila Mejdoubi gisteren gepromoveerd aan het VUmc.

Van de 237 onderzochte Nederlandse risicogezinnen die de hulp kregen vanuit het programma Voorzorg, was na drie jaar over slechts 11 procent een melding ingediend bij het AMK (Advies- en Meldpunt Kindermishandeling). Bij de 223 risicogezinnen die de hulp niet kregen, was dat 19 procent. Van alle kinderen in Nederland wordt gemiddeld, naar schatting, 3 procent mishandeld. Mensen die een vermoeden van mishandeling melden zijn doorgaans buren, leraren of hulpverleners.

Bij de 460 geselecteerde risicogezinnen waren de vrouwen hooguit 26 jaar. Zij kregen voor het eerst een kind, hadden een laag opleidingsniveau en waren op het moment van selectie hooguit 28 weken zwanger. Enige kennis van de Nederlandse taal was vereist omdat het Voorzorg-materiaal in het Nederlands is vertaald. Verder moesten de vrouwen ten minste één extra risicofactor hebben, bijvoorbeeld financiële of psychosociale problemen.

De groep risicogezinnen die Voorzorg niet kregen, hadden gewone kraamhulp en bezochten het consultatiebureau, zoals vrijwel alle jonge ouders. De gezinnen die het hulpprogramma wel kregen, werden gemiddeld zo’n 40 keer bezocht door de gespecialiseerde verpleegkundige. Tien keer tijdens de zwangerschap en dertig tot vijftig keer in de eerste twee jaar van het leven van de baby. De verpleegkundige bouwde een band op met de ouders, of de moeder, en werd zo een steun voor het gezin.

Voorzorg (in de VS Nurse-Family Partnership geheten) is het eerste hulpprogramma dat beoogt kindermishandeling te voorkomen – en dus niet te beperken wanneer die al gaande is. Ongeveer 50.000 Nederlandse kinderen leven niet in hun eigen gezin, maar in een pleeggezin of tehuis, omdat ze thuis mishandeld of verwaarloosd worden. Een veelvoud is thuis onder toezicht gesteld van jeugdzorg.

Een ander positief effect van het hulpprogramma is dat de ouders minder onderling geweld meemaken dan de vergeleken groep, de vrouwen minder gaan roken tijdens de zwangerschap en ook minder roken wanneer de baby opgroeit.

Elk huisbezoek van de verpleegkundige duurt ongeveer anderhalf uur. Ze geeft gezondheidsadviezen, opvoedingstips en begeleidt de ouders in hun pogingen om gezonder en gestructureerder te leven dan ze deden.

Veertig bezoeken van een verpleegkundige, dat lijkt erg duur, zegt promotor Remy Hira Sing van het VUmc. „Maar de gevolgen van kindermishandeling kosten veel meer: veel kinderen hebben hun leven lang psychische problemen waar ze hulp voor nodig hebben.”