Oorlog in Syrië slaat over naar S-Arabië

Bij een aanslag op shi’ieten zijn acht doden gevallen. De leider van de aanvallers vocht mee in Syrië en Irak. De sektarische verhoudingen staan op scherp.

Saoedi-Arabië vreest dat het sektarische geweld in Syrië en Irak overslaat naar het koninkrijk. De autoriteiten hebben vijftien mensen gearresteerd die verdacht worden van een aanslag maandag op shi’ieten in het dorp al-Dalwah. Volgens de Saoedische nieuwszender Al-Arabiya werden de aanvallers geleid door een man die in Syrië en Irak had gevochten.

De timing van de aanslag stond bol van de symboliek: hij viel op de rouwdag Ashura, wanneer shi’ieten de dood van imam Hussein herdenken. Hussein sneuvelde in 680 in een veldslag bij Kerbala (in het huidige Irak), die het begin vormde van het schisma tussen sunnieten en shi’ieten.

De aanvallers openden maandagavond het vuur bij een husseiniya, een religieus gebouw waar een plechtigheid gaande was om Ashura te markeren. „Het gebed was net ten einde”, zegt een gewonde jongen in een video die door shi’itische activisten is verspreid. „Ik, Mahdi, Maher en Amer liepen naar buiten. Toen zagen we een man met een geweer uit een zijstraat komen. Hij schoot op Mohammed, Hassan, toen op mij en Mahdi. Daarna volgden meer schoten.”

De aanval toont dat Saoedi-Arabië niet immuun is voor het sektarische geweld dat is ontketend in Syrië en Irak. Het is deels een zelf gecreëerd probleem. Koning Abdullah steunde extremistische rebellengroepen in Syrië die vochten tegen het (shi’itisch)-alawitische regime van Assad. Hun ultrapuriteinse interpretatie van de islam staat dicht bij het wahabisme dat de staatsgodsdienst is in Saoedi-Arabië. Duizenden Saoediërs zijn de afgelopen jaren afgereisd naar Irak en Syrië om zich aan te sluiten bij extremistische verzetsgroepen, velen aangemoedigd door conservatieve Saoedische geestelijken.

Velen raakten er geïnfecteerd door de radicaal islamitische ideologie van de Islamitische Staat, die fel anti-shi’itisch is. Shi’ieten zijn voor hen afvallige moslims die doen aan afgoderij en moeten worden afgeslacht.

Dat laatste gaat de meeste Saoediërs te ver. Maar velen koesteren op zijn minst argwaan jegens shi’ieten. Van de 20 miljoen inwoners van Saoedi-Arabië is 15 procent shi’itisch. Ze kunnen hun religie niet in vrijheid praktiseren. Ze klagen over discriminatie en marginalisatie. Ze bekleden nauwelijks hoge functies in de politiek en het veiligheidsapparaat, en worden door de Saoedische autoriteiten gezien als afvalligen of zelfs als agenten van de shi’itische aartsrivaal Iran.

De verhoudingen werden twee weken geleden op scherp gezet toen de prominente shi’itische geestelijke Nimr Baqir al-Nimr ter dood werd veroordeeld wegens het aansporen van „buitenlandse inmenging”, „ongehoorzaamheid” en schieten op veiligheidstroepen. Hij was een uitgesproken voorstander van de anti-regeringsprotesten van shi’ieten die uitbraken in de olierijke oostelijke provincie in 2011. Zijn arrestatie twee jaar geleden, waarbij hij een kogelwond opliep, veroorzaakte dagenlange onlusten. Dat kan met zijn executie weer gebeuren.

De autoriteiten lijken vastbesloten om te voorkomen dat de verhoudingen verder op scherp komen te staan. De afgelopen dagen werden vijftien verdachten aangehouden in zes verschillende steden. De hoogste raad van geestelijken veroordeelde de aanslag als een „barbaarse aanval en een afschuwelijke misdaad. De daders verdienen de strengste religieuze straffen.” Daarbij zijn de kantoren gesloten van de religieuze televisiezender Wesal TV, die ervan beschuldigd wordt de haat tegen shi’ieten aan te wakkeren. De zender noemde ze consequent ‘renegaten’, een term die teruggaat naar het schisma uit de zevende eeuw.