‘Media bevestigen stigma moslims’

Nederlandse nieuwsmedia berichten inderdaad negatief over moslims. „Maar de effecten zijn vrij klein.”

Foto Peter Hilz

Media berichten altijd negatief als het over moslims gaat. Het is een klacht die je vaak hoort van islamitische Nederlanders. Onderzoeker Anouk van Drunen wilde weten of Nederlandse nieuwsmedia hun verhalen en items over moslims inderdaad op een negatieve manier brengen. Ze analyseerde een half jaar lang Nederlandse kranten. Ze keek hoe lezers denken over moslims en of krantenartikelen effect hebben op hun ideeën? Gisteren promoveerde ze aan de Universiteit van Amsterdam op haar onderzoek naar de effecten van media op de publieke opinie over moslims.

En, waren de berichten over Nederlandse moslims altijd negatief?

„Niet altijd, maar vaak wel. Uit mijn onderzoek blijkt dat er verschillende negatieve invalshoeken zijn. Ik noem dat kaders. De moslims kunnen als probleem gezien worden: ze spreken slecht Nederlands, hebben vaker dan autochtonen een uitkering. Moslims kunnen ook als bedreiging worden gezien: denk aan terreur. Nieuwsmedia kunnen het anders-zijn benadrukken: moslimmannen geven vrouwen geen hand. En ze kunnen worden neergezet als een homogene groep, zonder onderscheid te maken tussen moslims onderling: islamitische vrouwen dragen altijd een hoofddoek.”

Is de invalshoek van bedreiging het laatste jaar toegenomen?

„Dat verwacht ik wel, maar dat heb ik niet onderzocht. Mijn krantenonderzoek liep van september 2009 tot maart 2010. Het was de periode van de Arabische Lente en de rechtszaak tegen PVV-leider Geert Wilders. In die periode werden moslims het vaakst als problematische groep getypeerd. Of als één homogene groep.”

Hoe onderzocht u hoe de nieuwsconsumenten werden beïnvloed?

„520 mensen vulden een vragenlijst in met open vragen. Ik vroeg bijvoorbeeld wat bij hen opkwam als ze aan een moslim dachten. De een dacht meteen aan integratieproblemen: Hun kinderen hangen tot laat op straat. De ander focuste op het geloof: moslims leven volgens de Koran. Of: moslims vasten tijdens de ramadan. Weer anderen categoriseerden moslims naar afkomst, en zagen ze als Marokkanen, Turken, Irakezen. In elk geval niet als Nederlanders. Een kwart van de ondervraagden zag moslims ook niet als Nederlanders maar weet dat vooral aan cultuurverschillen. Binnen de islam zijn vrouwen minder waard dan mannen.”

Hoe dachten ze over moslims?

„Dat verschilde per persoon. Maar overwegend behoorlijk negatief.”

Komt dat door de negatieve berichtgeving?

„Dat zou je verwachten. Maar uit mijn onderzoek bleek dat niet. Dat vond ik zelf ook opmerkelijk. Niet dat mensen na het lezen van negatieve artikelen opeens heel positief gingen denken over moslims, maar de effecten waren vrij klein. Als er een effect was, gingen mensen positiever denken.”

Het maakt voor de publieke opinie niet zoveel uit hoe media berichten?

„Het effect is anders dan verwacht. De berichtgeving over moslims is, zeker sinds 2001, overwegend negatief. Je kunt je voorstellen dat mediaconsumenten daaraan wennen en niet nóg negatiever gaan denken. Daarnaast is het mogelijk dat mensen die wél positief over moslims denken, meer gemotiveerd zijn om negatieve berichten tegen te spreken. Mensen die negatief denken, die worden bevestigd in hun oordeel en dan is het tegenspreken niet nodig.”