Column

Kinderen migranten zoeken ook het geluk

Ik ben Kuba (2DOC/IKON).

Ze worden nog steeds ‘Oostblokkers’ genoemd en we weten bijna niets over hen. 25 Jaar na de val van de Muur, het jubileum van de week op televisie, mag je die conclusie wel trekken, als je ziet wat er aan reportages en documentaires zoal langs komt.

In het op zich mislukte item van De Wereld Draait Door (VARA) wordt de desinteresse wel goed duidelijk. Een schoolklas uit Assen kijkt terug op hun excursie naar Berlijn in november 1989, die stomtoevallig samenviel met het omslaan van een bladzijde in de geschiedenis.

Sommige oud-leerlingen worden nu nog emotioneel als ze aan de gezichten van die mensen in hun Trabantjes denken. Maar niemand, zelfs de gepensioneerde leraar Duits, verraadt enig inzicht in de ware betekenis van de gebeurtenissen. Hij dacht vooral aan het wegvallen van lastige grenscontroles op de eigen terugreis.

Ook de Nederlandse antiekhandelaar die tot 1989 voor miljoenen guldens aan roofkunst uit de DDR haalde, vertelt voor de camera van ÉénVandaag (AVROTROS) doodgemoedereerd dat hij geen idee had dat het wel eens om van de burger gestolen waar zou kunnen gaan.

Voor het beste inzicht in het hoofd van de mensen aan de andere kant van het voormalige IJzeren Gordijn heb je het meest aan echte documentaires. De drie die 2DOC deze week al uitzond vervulden die functie voortreffelijk.

Tamelijk conventioneel vertelden sprekende hoofden van één voormalig gezin in Hester Overmars’ Verboden Vlucht (NCRV) over hun desintegratie na gevangenisstraf en verbanning, wegens een mislukte vluchtpoging naar de Bondsrepubliek. Meer impressionistisch portretteerde Sabibe König in Marienborn (NOS) bewoners van het dorp aan de oostelijke kant van de grensovergang bij Helmstedt. Ze hebben wel enige last van nostalgie naar het gemeenschapsgevoel van toen. Vooral het archiefmateriaal is prachtig.

Maar de hoofdprijs gaat tot nu toe naar de Noorse documentaire Ik Ben Kuba (IKON) van Åse Svenheim-Drivenes. Alleen de titel knipoogt naar het communistische verleden, bezongen in de gestileerde propagandadocumentaire over Fidels heilstaat Soy Cuba (Michaïl Kalatozov, 1962).

Kuba is nu de naam van een Pools jongetje, dat voor zijn vier jaar jongere broertje Mikolaj moet zorgen. Toen Kuba 12 was, ging het bedrijf van zijn ouders op de fles. Vader moest gaan werken in een Schotse fabriek, moeder maakt schoon in Wenen en probeert elk weekend terug te gaan naar het stadje in Silezië, waar haar zoontjes permanent lopen te klieren.

Het is een bekend probleem. Op het Roemeense platteland zie je overal kinderen met te duur speelgoed, onder toezicht van hun grootouders. Psychiaters maken zich zorgen over het zelfmoordpercentage onder pubers met ouders in het buitenland.

Maar nooit eerder zag ik het verdriet, de landerigheid, de wanhoop van ouders én kinderen zo goed in een documentaire geobserveerd. Het geeft een heel nieuwe dimensie aan het woord ‘gelukszoeker’.