Je denkt op die set wel even: o, fuck

De Nederlander Hoyte van Hoytema is de cameraman van Interstellar. Het is zijn eerste grote film. „Ik moest leren om de rem er bij mezelf af te halen.”

Voor Interstellar ging Christopher Nolan op zoek naar een nieuwe cameraman, omdat zijn vaste partner, Wally Pfister, zelf films wilde gaan regisseren. Zijn keuze viel op Hoyte van Hoytema, de Nederlandse cameraman die carrière maakte in Zweden, waar hij nog steeds woont. Hij brak internationaal door met het vampiersprookje Let The Right One In (Tomas Alfredson, 2008) en is een veelgevraagd cameraman in Hollywood. Hij draaide onder meer The Fighter ( David O. Russell, 2010) en Her (Spike Jonze, 2013). Inmiddels is hij druk met de voorbereidingen van de nieuwe James Bondfilm, die gepland staat voor oktober 2015.

Hoe onstond het contact met Nolan?

Hoyte van Hoytema: „Chris heeft voor Interstellar met een hoop cameramensen gepraat. Hij was geïnteresseerd in mij, maar ik had al afspraken staan voor een andere film, waardoor ik niet kon. De plannen voor die andere film stortten op zeker moment in. Toen heeft mijn agent contact opgenomen met Chris om te vragen of hij nog geïnteresseerd was. Dat bleek zo te zijn.”

Gaan de eerste gesprekken meteen over hoe de film eruit moet gaan zien?

„Juist niet. Als je samen een film maakt, ga je best een intieme relatie aan met elkaar. Het belangrijkste is dat je goed met elkaar kunt opschieten, goed kunt communiceren. Hoe je tegen het scenario aankijkt, is minder van belang. Je praat eigenlijk over van alles, maar niet over de film.”

Waarom kwam Nolan naar u toe?

„Ik denk dat hij met deze film iets nieuws en iets anders wilde proberen, en dat hij in mijn eerdere werk raakvlakken daarmee zag. Ik pas niet zo in het maniërisme van de meeste cameramensen in Hollywood, die voor een film zoals deze in aanmerking zouden komen. De film heeft een groot budget, maar Chris wilde het geen glossy uiterlijk geven. Hij was op zoek naar een meer aardse, vrije, tikkeltje anarchistische benadering; met een zekere spontaniteit. Het voelde aan alsof we een heel grote studentenfilm, of een heel grote indiefilm, aan het maken waren.”

Uit uw films spreekt vaak veel intimiteit en warmte.

„In principe ben ik het meest geïnteresseerd in mensen, in gezichten, in de emotionele kanten van een verhaal. Ik denk dat Chris me daar ook op uitgezocht heeft. Zijn ervaring met grote, epische films, en mijn ervaring met kleine en intieme, was een goede combinatie.”

U heeft uw stijl niet aangepast aan een film op deze grote schaal?

„Niet echt. Maar ik vond het wel heel leuk dat ik nu eens mijn tanden kon zetten in een film die veel groter is dan ik zelf, met veel minder restricties ook dan bij eerdere films. Als er heel veel geld beschikbaar is voor een productie, maakt dat natuurlijk verschil. Ik was gewend om bij indiefilms altijd heel pragmatisch te zijn. Bij Interstellar was dat anders: je had de mogelijkheid om eerst de beste oplossing te bedenken, en pas daarna te vragen hoe dat praktisch te realiseren is en wat het kost. Ik moest leren om de rem er bij mezelf af te halen.”

Gaf dat een euforisch gevoel of was dat juist een beetje beangstigend?

„Allebei. Als je voor de eerste keer op zo’n gigantische set staat in LA, denk je wel even: o, fuck. Je hebt uitgedacht hoe je het gaat doen, maar als je daar ineens staat, is dat overweldigend. Maar je krijgt niet de kans om lang geïntimideerd te blijven, je moet gewoon aan de slag.”

U heeft op een gletsjer gedraaid in IJsland. Moeilijk?

„Ja. Je staat in de ijzige kou te draaien, soms terwijl je tot je middel in het water staat. Maar daar hou ik ook heel erg van. Hoe slechter het weer is, en hoe kloteriger je je voelt op de set, hoe mooier de beelden blijken te zijn, als je de rushes bekijkt aan het einde van de dag.”

Wat stond u voor ogen bij de beelden van de ruimte?

„Daar ging het er absoluut niet om om de kijker te imponeren, maar om het perspectief zo eerlijk mogelijk te laten zijn, om de wereld te bekijken vanuit het blikveld van de personages. Dat is vaak niet de meest sensationele hoek, maar wel de meest geloofwaardige. Daar hebben we geprobeerd zo sterk mogelijk te zijn. Soms is dat best moeilijk, want je weet zelf natuurlijk ook heel goed hoe je het vetste beeld zou kunnen maken.”