‘Janine zweeft als hangglider boven noten’

De componist schreef zijn eerste vioolconcert, voor het Koninklijk Concertgebouworkest en vooral voor zijn muze Janine Jansen. „Het is echt een portret van haar geworden.”

Repetitie met het Concertgebouworkest. Links Michel van der Aa, naast dirigentVladimir Jurowski en violisteJanine Jansen Foto Andreas Terlaak

Wat gebeurt er als je Nederlands beste violiste en een van de beste orkesten ter wereld een vioolconcert laat spelen van de meest succesvolle Nederlandse componist van zijn generatie? Op die vraag moet vanavond een antwoord komen. Dan gaat Michel van der Aas Violin Concerto in première in het Amsterdamse Concertgebouw. Hij schreef zijn stuk voor het Koninklijk Concertgebouworkest en Janine Jansen.

Het kón ook niet voor iemand anders geschreven zijn. In 2010 kwam Van der Aa, huiscomponist van het Concertgebouworkest, op het idee een vioolconcert voor Jansen te maken. „Het is een concert voor en over haar”, zegt de componist die nooit eerder een vioolconcert schreef. „Ik heb altijd een muze nodig, het is niet dat ik maar wat opschrijf en dan wel zie wie het uitvoert. Gelukkig wilde ze meewerken. Het is echt een portret van haar geworden.

„In het stuk heb ik haar stage presence proberen te vatten. Op het moment dat zij opkomt, is een concert bij haar al begonnen. Ze is meer dan iemand die de noten heel goed speelt. Zij heeft iets instinctiefs – ze zweeft als een soort hangglider boven de noten. Je kunt haar vergelijken met Arjen Robben: dat soort mensen kan heel veel, maar op het moment dat het erom gaat, is er genoeg ruimte om iets geniaals te doen.”

Vernieuwer

Van der Aa (45) geldt als een van de belangrijke vernieuwers in de kunstmuziek: hij maakte drie multidisciplinaire muziektheaterwerken, hij laat pop en beats toe in zijn werk. Waarom grijpt hij terug op de oude vorm van een vioolconcert? Van der Aa: „Het is een beladen ding ja, het heeft een heel groot historisch residu. Er zijn veel prachtige vioolconcerten gemaakt, dus vroeg ik me ook wel af: wat heb ik eraan toe te voegen? Maar volgens mij is het echt een stuk in mijn eigen taal.”

Bovendien: hij houdt gewoon erg van de viool. Zijn vrouw is violiste bij het Nederlands Kamerorkest en speelde eerder bij het Concertgebouworkest. Doordat hij haar hoorde repeteren, leerde hij veel stukken van binnenuit kennen. Zijn eerste vioolcompositie, Double (1997), schreef hij voor een eerdere vriendin – ook een violiste. „Ik merk dat ik vaak in strijkersklanken denk.”

De werkkamer van Michel van der Aa staat vol met elektronica. Een wand van de zolder van zijn huis in het Amsterdamse IJburg wordt volledig in beslag genomen door een modulaire synthesizer. Niet gek: in zijn muzikale taal zijn elektronica een belangrijk bestanddeel. Maar in zijn nieuwste werk is geen filter, synthesizer of sample te horen. „Het is heel old school”, zegt hij. „Zoals ze het vroeger deden.”

Dat is opmerkelijk: zijn laatste grote werken, zijn 3D-opera Sunken Garden en zijn klarinetconcert Hysteresis, waren juist „super high tech”, zoals hij het zelf noemt. „Na die stukken had ik er behoefte aan om het zonder elektronica te doen. Maar op een bepaalde manier zijn die elektronische klanken toch weer teruggesijpeld in de manier waarop ik het orkest gebruik. Sommige dingen die ik normaal met een soundtrack zou doen, worden nu overgenomen door de musici.”

Zoals het „doorknippen van de akoestiek”. „Dat is iets wat ik soms doe als ik musici met een soundtrack laat spelen – als het orkest een akkoord speelt en daar ineens mee stopt, hoor je de galm van hetzelfde akkoord in de soundtrack terug. Dat laat ik nu de verschillende orkestgroepen doen. Dat kun je ervaren als een kamer waar je in- en uitloopt. Dat geldt altijd voor mijn muziek: ik laat er de luisteraar in rondwandelen. Als componist open ik ramen voor de luisteraar.”

Het stuk duurt ongeveer 26 minuten. Het orkest is klein bezet, maar met relatief veel percussie en een grote rol voor de koperblazers. En een traditioneel element: het stuk bestaat zoals vrijwel alle grote vioolconcerten uit drie delen.

Van der Aa: „Het eerste is het meest abstracte deel. Het tweede is een intiem, maar epic middenstukje en het slotdeel is een virtuoze achtbaanrit, gemaakt op een energiebal die ronddraait in het orkest en door Janine en het orkest heen en weer wordt gekaatst. Ik denk dat het een van mijn meest veelkleurige stukken is: het schiet van heel abstracte passages en polyritmiek naar beats en melodie. En dat op een manier die voor mij organisch is. Maar je moet altijd maar afwachten wat het publiek ervan vindt.

Onverwachte bochten

„Het spannen van de spanningsboog vond ik een van de interessantste dingen aan het componeren. In de eerste minuten hoef je bijna niets te doen, dan kan de informatiedichtheid klein zijn. Maar verderop in het stuk moet die juist groter worden, en met onverwachte bochten. Het nadenken over informatie en communicatiesnelheid, daar heb ik heel lang over gedaan. Pas lang daarna heb ik de eerste noot gezet.”

In totaal werkte hij anderhalf jaar aan het concert. Eerder schreef hij al een kort kamermuziekstuk, Miles Away, waarin Jansen te horen was tijdens haar kamermuziekfestival in Utrecht. „De samenwerking met haar was fantastisch. Toen ze voor het eerst de partij van het concert doorspeelde, viel me op dat ze meteen wist wat er moest gebeuren.”

Maar Jansen geldt niet als specialist in nieuwe muziek. Ze speelt zelden nieuw werk. Waarom nu wel dit concert? „Omdat het over háár gaat. Ik dacht: wat past er bij haar? Het is muzikaal, raakt aan de traditie, ik wist dat een stuk dat draait om extended technique haar niet gelukkig zou maken. We hebben veel over muziek gepraat en ze is naar repetities geweest van Up-close, mijn stuk voor cello en strijkorkest. Tijdens het schrijfproces heb ik gezien hoe ze mijn muziek speelde, en dat heeft mij weer beïnvloedt. Het is echt ons stuk geworden.”

Toch is er wel iets wat hij nog met haar moet bespreken. Wat doet ze aan tijdens het concert? Ook op hoe het er vanavond uitziet heeft hij graag invloed. „Ik zou het gek vinden als je daar niet over nadenkt. Toen ik Up-close schreef voor celliste Sol Gabetta, ben ik ook met haar naar een winkel gegaan om een jurk uit te zoeken. Die solist, dat is de protagonist in jouw stuk, het is jouw punt van toegang. Dus het lijkt me heel leuk om dat met Janine te overleggen.”