Ik doe niet mee aan deze herdenking

En masse herdenken is onderdeel van een traditie, die maandag gevaar loopt. Filosoof Coen Simon betoogt dat we ons te veel laten leiden door emoties.

Herdenkingskruis voor de slachtoffers van vlucht MH17 bij het dorpje Rozsypne, Oost-Oekraïne. Foto ANP/Pierre Crom

In de zomer, even voordat de Boeing 777 met het vluchtnummer MH17 neerstortte op Oekraïens oorlogsgebied, had ik het met de moeder van een vriendinnetje van mijn dochter over dodenherdenking. Mijn dochter weigert aan de stilte mee te doen. Ze vindt niet dat iemand haar kan dwingen aan de dood te denken.

Ik dacht dat het misschien iets van haar leeftijd was. Maar het vriendinnetje had het niet, vertelde haar moeder. „Toch”, voegde ze eraan toe, „heeft je dochter gelijk. Ik doe ook niet mee. Ik maak zelf wel uit wanneer ik de doden herdenk.”

Tot dan toe had ik de herdenkingsweigeraars altijd allemaal onder dezelfde groep achtelozen geschaard, die op 4 mei om acht uur zonder schroom een ober roepen, toeterend van een familiebezoek wegrijden, of luidkeels blijven bellen in de trein. Ik had er niet bij stilgestaan dat er ook een moreel principe kon schuilgaan achter zulk gedrag. In dit geval: ‘herdenken moet van jezelf uitgaan en niet van een autoriteit’ komen.

Implicaties van 'zelf' nadenken

Deze afkeer van autoriteit kenmerkt onze tijd, maar een legitiem moreel standpunt is het niet. De Duitse filosoof Hans-Georg Gadamer wees er in Wahrheit und Methode (1960) al op dat redeneringen als deze de onredelijkheid van twee cultuurhistorische stromingen in zich verenigen. Het zijn: de rationele periode van de Verlichting, die gezag niet als vanzelf accepteert, en de Romantiek, die het ‘zelf’ ziet als enige bron van authentiek handelen. De afkeer onder Verlichtingsdenkers was goed te begrijpen, na eeuwenlange onderdrukking van het vrije denken door de dogma’s van de kerk. Maar in hun enthousiasme over het feit dat ze eindelijk helemaal zelfstandig mochten denken, zagen ze volgens Gadamer over het hoofd dat autoriteit ook een vorm van redelijkheid impliceert. Erkenning van autoriteit is altijd verbonden met de gedachte dat wat de autoriteit zegt niet onredelijk en willekeurig is, omdat autoriteit altijd steunt op eerder beproefde kennis.

Zoals het hoort

Een herdenking is bij uitstek afhankelijk van dit redelijke beroep op autoriteit. De wijze waarop we herdenken, is immers, net als opvoeding, het resultaat van een jarenlang debat waarvan de gewogen standpunten niet telkens opnieuw afgewogen kunnen worden. Kortom, het is rationeel te herdenken ‘zoals het hoort’.

En ‘hoe het hoort’, oftewel de vorm van het herdenken, is net als bij ieder ander ritueel het belangrijkste onderdeel ervan. De rituele functie van een herdenkingsplechtigheid is het in ere herstellen van een gemeenschappelijke voorstelling van de wereld nadat deze door een gruwelijke gebeurtenis is vernietigd. En de herdenking is pas geslaagd als deze samen en volgens de traditie wordt uitgevoerd. Dit betekent niet alleen dat herdenken geen individuele activiteit is, maar ook dat je een heel zwaarwegend argument moet hebben om er niet aan mee te doen. Het ritueel is namelijk cruciaal voor de eenheid van iedere gemeenschap.

Dit jaar kwamen ineens twee debatten over herdenken samen. Het ene ging over de invulling van de jaarlijkse dodenherdenking, het andere over de publieke en politieke reacties op de ramp met de MH17. Terwijl het Nationaal Comité 4 en 5 mei in beraad was over ‘een gemeenschappelijke basis’ voor onze nationale herdenking in een ‘fase dat we steeds meer afscheid nemen van mensen die uit eigen waarneming kunnen vertellen over de oorlog’, had heel Nederland plotseling de beelden op zijn netvlies van tientallen onschuldige landgenoten die het slachtoffer waren geworden van een nieuwe oorlog. Geen tijd voor een debat op opiniepagina’s, in praatgroepen, comités en geloofsgemeenschappen. Herdenken moest nú.

‘Ingrijpen!’

De verbijsterde publieke opinie smeekte de autoriteiten om alle soorten daden. Gevoed door de kop ‘Ingrijpen!’ op de voorpagina van de Telegraaf, en door tweets zoals die van The New York Times-columnist Roger Cohen: ‘Is dit het Srebrenica-syndroom of zo? Ik begrijp de passiviteit niet van Nederland wiens burgers zijn vermoord.” – 532 retweets.

De minister-president ging praten met de nabestaanden, maar liet aanvankelijk aan de Kamer weten dat herdenkingen in de vorm van een dag van nationale rouw ‘niet in de Nederlandse traditie passen’. Ineke Strouken, directeur van het Nederlands Centrum voor Volkscultuur en Immaterieel Erfgoed, ondersteunde deze visie meteen in de Volkskrant. ‘In Frankrijk, Engeland en België kan dat prima van bovenaf, maar hier levert zoiets protesten op. Hier bepalen we dingen liever zelf.’ Bovendien ‘legt zo’n dag het hele maatschappelijk leven plat’, zegt Strouken. ‘Dat is een hele grote inbreuk op het persoonlijk leven van mensen.’

Strouken kreeg wél en ook helemaal geen gelijk. Dat we hier ‘dingen liever zelf bepalen’, kwam in elk geval uit. Nog geen dag later kreeg het volk waar het om twitterde: een dag van nationale rouw. Ondanks ‘de traditie’ dus en ondanks de ‘grote inbreuk op het persoonlijk leven van mensen.’

Op de schouders gehesen

De publieke opinie sloeg om als een blad aan een boom en de premier en de minister van Buitenlandse Zaken werden als staatsmannen op de schouders gehesen. ‘Diep respect, klonk het in sociale media. ‘Vooral voor minster Timmermans. U hebt ons in ons hart geraakt, dank u, u was een rots in de branding. U heeft het fantastisch gedaan, de overheid ook. Petje af, alles was tot in de puntjes geregeld, trots op Nederland.’ Zie hier het verschil tussen een slaafse behoefte aan een sterke leider en het uit redelijkheid instemmen met autoriteit.

De nationale herdenking die maandag wordt gehouden ter nagedachtenis aan de slachtoffers van vlucht MH17 kan niet worden losgezien van de euforische dynamiek die is ontstaan bovenop de verslagenheid en machteloosheid over het neergehaalde vliegtuig. Het lichtzinnige protocol van de herdenking is daarvan een bewijs. Het is de eerste ‘Nationale Herdenking’, waarvoor, aldus een overheidscommuniqué, ‘geen landelijke richtlijnen voorgeschreven’ zijn. ‘Iedereen kan hieraan op eigen wijze invulling geven.’

Het niet willen volgen van een autoriteit, uit angst slaafs te lijken, levert het al te rationele individu over aan de irrationele waan van de dag. Die brengt de traditie van herdenken zelf in gevaar. Een bezwaar dat zwaarwegend genoeg is om aan deze herdenking níet mee te doen.