Gun AOW’er een kans op werk

De een is nu vicepresident van de Raad van State, de ander burgemeester van Rotterdam. Maar toen de CDA’er Donner en de PvdA’er Aboutaleb respectievelijk minister en staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) waren, bogen ze zich over de positie van AOW’ers en concludeerden: het moet hun makkelijker worden gemaakt om na de pensioengerechtigde leeftijd door te werken.

Dat was in 2008. Overwegingen van toekomstige krapte op de Nederlandse arbeidsmarkt en de noodzaak om de AOW-leeftijd te verhogen, speelden toen een belangrijke rol en de financiële crisis die tot groeiende werkloosheid zou leiden, was nog niet gespot.

Vorige week, jaren later en nogal wat werklozen verder, kondigde het huidige kabinet aan dat het AOW’ers het doorwerken wil vergemakkelijken. Een voorstel met vertraging. Staatssecretaris Klijnsma (PvdA) had beloofd dat ze er afgelopen zomer mee zou komen en toen Kamp (VVD) nog minister van SZW was, in het eerste kabinet-Rutte, stelde hij zelfs in het vooruitzicht dat de maatregelen per 1 juli 2013 zouden ingaan. Nu lijkt het 1 januari 2016 te worden.

Steeds gaat het er daarbij om dat het voor werkgevers aantrekkelijker wordt om AOW’ers in dienst te houden of opnieuw te nemen. Als ze dat doen, zo luidde en luidt het voorstel, hoeven ze de werkende AOW’er die (langdurig) ziek wordt, niet twee jaar door te betalen, zoals ‘gewone’ werknemers, maar slechts zes weken. Bij reorganisatie moet de AOW’er als eerste op straat worden gezet.

De vakbeweging (FNV, CNV) reageerde afwijzend op het wetsvoorstel. In soms dramatische bewoordingen: „Een dolk in de rug van hardwerkend Nederland”, luidde het bij de FNV. Toe maar. De kritiek komt voort uit angst dat (goedkopere) ouderen een baan bezetten die daardoor aan de neus van een jongere werkloze voorbijgaat. Dat is inderdaad ongelukkig, maar die situatie doet zich ook nu voor: de oudere zzp’er die zijn diensten aan een werkgever aanbiedt of dat via een uitzendbureau doet. Hou dat maar eens tegen.

De pensioengerechtigde leeftijd komt voor de een te laat, voor de ander op tijd en voor de derde te vroeg. Flexibilisering is logisch. Dat vergt van werkgevers dan wel dat ze met name voor 50-plussers leeftijdsbewust loopbaanbeleid ontwikkelen.

Uit onderzoek is gebleken dat zo’n 14 procent na de pensioengerechtigde leeftijd betaald werk wil blijven verrichten. Van belang is daarbij dat vrijwilligheid vooropstaat, en daarin voorziet het voorstel. Ook en juist voor de werkgever. De pensioengerechtigde leeftijd van de werknemer biedt de werkgever de meest eenvoudige manier om een arbeidsovereenkomst kosteloos te beëindigen. Die moet hem niet worden ontnomen.