Goed journalistiek werk kan alleen met vrije toegang

De vrije toegang tot wetenschapsdatabases bevrijdt media juist van de pr-machines, schrijft Hendrik Spiering.

Wie mag er met Maarten ’t Hart in een helikopter? Wie spreekt wel eens met Scarlett Johansson? En wie kan Robbert Dijkgraaf bellen als je even iets wilt weten?

Redacteuren van deze krant. En u waarschijnlijk niet. Het vak van journalist is vol privileges en handige bijkomstigheden. Vrijwel altijd in het belang van de lezer: we beschrijven wat we horen, zien en meemaken zodat onze lezers wijzer worden over de vreemde wereld waarin we leven. Goede journalistiek is uitbreiding van de eigen ervaringen van de lezer. Anders zou de lezer Robbert Dijkgraaf ook wel zelf kunnen bellen.

Aangeboden reisjes worden meestal afgeslagen of zelf betaald. Maar film- en muziekrecensenten gaan gratis naar voorstellingen. Boekenkasten van recensenten puilen uit van gratis verkregen waar. En de meeste wetenschapsredacties ter wereld hebben gratis toegang tot wetenschappelijke bladen: een handig hulpmiddel om snel interessante studies te vinden. Niets meer, en niets minder.

Wetenschapsjournalist en voormalig plv. hoofdredacteur van NRC Handelsblad Warna Oosterbaan denkt daar anders over, schreef hij zaterdag in Opinie & Debat. In de wetenschap woedt een spannende strijd tussen ‘open access’ en het ‘Elsevier-model’. Open access betekent dat resultaten van wetenschappelijk onderzoek voor iedereen gratis toegankelijk zijn op internet. Tijdschriften verdienen dan aan onderzoekers die voor publicatie betalen. In het ‘Elsevier-model’ publiceren wetenschappers daarentegen gratis in een tijdschrift, dat vervolgens alleen tegen fors tarief toegankelijk is. Universiteiten wensen de dure abonnementen om hun eigen onderzoek te lezen niet langer te betalen.

Dat wetenschap – vrijwel altijd betaald met belastinggeld – voor iedereen vrij toegankelijk zou moeten zijn is vanzelfsprekend. Dat vindt Oosterbaan en dat vinden wij ook.

Maar met hun gratis toegang tot de dure databases van de tijdschriftuitgevers kiezen wetenschapsredacties juist partij tegen open access, meent Oosterbaan. De redacties houden zo een illusie van vrije toegang tot onderzoek in stand. En erger nog, zegt hij: wij verhogen de status van die veel te dure bladen. ‘Het is niet uit grootmoedigheid dat uitgevers als Elsevier inlogcodes aan journalisten geven. Het is meer een feilloos inzicht in de waarde van free publicity.’

Was dat maar waar! De wetenschapsredactie van NRC Handelsblad heeft bij sommige uitgevers flink moeten zeuren om toegang tot hun databases. Soms bleef het antwoord nee. We willen die toegang juist om los te komen van de publiciteitsmachines van deze uitgevers, die wekelijks persberichten sturen met de artikelen die zullen verschijnen. We kunnen dan veel breder in wetenschappelijke tijdschriften gaan zoeken naar diamanten en klompjes goud. Ooit bladerden we in leeszalen van universiteiten, nu vormen Sciencedirect en Springerlink onze bibliotheek. Net als de open access-site BioMed Central.

Misschien heeft Oosterbaan gelijk en ontlenen de dure uitgeverijen hun status inderdaad voor een deel aan het feit dat wij relatief vaak over hun topartikelen schrijven. Maar dan werkt dat ook in hun nadeel: juist omdat wij er over schrijven begint op te vallen dat de gewone lezer voor die stukken flink moet betalen. Terwijl de onderzoeken dus vaak mede met hun belastinggeld betaald zijn. Als wij er nooit over zouden schrijven, zou niemand zich daar druk over maken.