Tourskiën

Ik probeer me groot te houden, maar dat valt niet mee als je in de diepe sneeuw naar adem staat te happen, bijna kokhalzend van het zuurstoftekort. Ik sta nét drie minuten op de ski’s en heb misschien vijf bochten gedraaid. Ik ruk mijn volledig beslagen skibril af en probeer mijn ademnood te verbloemen met een overbodige vraag over de wand waar we in staan – of die ook een naam heeft. Het is niet gelukt. Het is Martijn Schell, de berggids met wie ik vandaag in het Franse La Grave op stap ben, natuurlijk niet ontgaan dat ik het zwaar heb, maar hij geeft uitvoerig antwoord zodat ik op adem kan komen én een spoor van waardigheid kan bewaren.

Ik luister niet echt,omdat ik vooral bezig ben met de vraag hoe ik hier in vredesnaam terecht ben gekomen. Hier, op deze plek, in deze toestand. Dit kón ik toch, in het hooggebergte van ongeprepareerde hellingen afskiën? Dat heb ik jaren gedaan, nadat ik een beetje uitgekeken was geraakt op pistes – druk, verijst of verbuckelt – en rijen voor de lift.

Tourskiën.

Ik wist niet dat het bestond, maar was verkocht vanaf het moment dat iemand zei, ’s zomers op een topje diep in de Alpen: kijk, ’s winters ga je hier dan op ski’s naar beneden.

Het bleek nog beter dan ik dacht. Een week onderweg, zelf de verlaten berg op lopen met vellen onder je ski’s in dat betoverend monotone ritme, slapen in berghutten waar de notentaarten en het bier op het terras absurd goed smaken na honderden hoogtemeters. En natuurlijk afdalen door de ongerepte sneeuw – hoewel dat ingewikkelder is dan het klinkt. Ik ben geen briljant skiër, en ongerept betekent lang niet altijd fluffy, wolkige stuifsneeuw, maar evenzo vaak keihard aangeblazen sneeuw of korstige lagen waar je telkens doorheen breekt – met potsierlijk vallen als gevolg.

In La Grave is het uitsluitend afdalen door ongerepte sneeuw. Een lift brengt je naar 3.200 meter en dan zoek je het zelf maar uit, 2.200 meter lager ligt het dorp. Geen pistes, wel goede kaarten en lawineberichten. Een mekka daardoor voor powderhounds, maar als je laatste skitocht al even geleden was, en je na een lange reis vanaf zeeniveau opeens op 3.200 meter staat, zonder blauwe piste om weer even aan het gevoel te wennen – dan is het niet zo gek dat de eerste bochtjes door de diepe, diepe sneeuw niet zo lekker gaan.

Toch?

Zo.

Ik heb mezelf moed ingesproken.

Martijn, we kunnen weer.