Een sport voor helden (en dus niet alleen voor vijftigplussers)

Het heeft een suf imago en doet nog het meest denken aan nordic walking in de sneeuw: langlaufen. Onterecht. Langlaufen is een heroïsche sport bij uitstek. Sterker nog: zonder langlaufski’s was de Tweede Wereldoorlog misschien wel heel anders afgelopen.

Illustratie Aart-Jan Venema

In de vroege ochtend van 19 oktober 1942 arriveren vier mysterieuze mannen op een hoogvlakte in Zuid-Noorwegen. In het pikkedonker zijn ze komen aanzweven met hun parachutes; ze landen in een dik pak sneeuw. Iets verderop wordt hun bagage gedropt: een langwerpig pakket, met voedsel en langlaufski's.

Het is ruim twintig graden onder nul op de Hardangervidda, en in de verste verte is geen beschutting te bekennen: de enige begroeiing, centimeterhoog struikgewas, ligt onder de sneeuwlaag verborgen.

Duisternis en kou: niet de ideale omstandigheden voor een langlauftochtje. De vier Noren zijn dan ook niet voor hun plezier naar de Hardangervidda gekomen, maar voor het redden van – wie weet – de wereld.

Missie Grouse: de fabriek vernietigen

De Noren zijn de afgelopen jaren opgeleid in Groot-Brittannië door een geheime organisatie, de Special Operations Executive. En nu hebben ze, onder de codenaam Grouse, een doel in eigen land: het vernietigen de zwaarwaterfabriek bij het dorpje Vemork, in de Noorse provincie Telemark. Noorwegen heeft weliswaar een neutraliteitsverklaring ondertekend aan het begin van de oorlog, maar veel geholpen heeft dat niet – de ligging is te strategisch om te negeren, en dus zijn de Duitsers het land in mei 1940 alsnog binnengevallen. Onder andere de fabriek in Vemork is voor hen interessant, want zwaar water is onmisbaar bij de productie van een waterstofbom.

De Noren hebben eerder al de blauwdrukken van de fabriek in handen gekregen via een spion uit Vemork en kennen de plattegrond uit hun hoofd. Langlaufend zullen ze zich naar de fabriek begeven, en daar samen met een Britse delegatie (die later per zweefvliegtuig zal arriveren, onder de codenaam Freshman) de boel onklaar maken.

Mooi plan, maar het gaat fout. Vreselijk fout. De Noren komen na een wekenlange koude zwerftocht eindelijk op de plek aan, maar de twee zweefvliegtuigen van operatie Freshman storten neer. De paar overlevenden worden gevangen genomen en geëxecuteerd.

De Noorse langlaufers weten te ontkomen, maar moeten zich gedeisd houden. De Duitsers weten nu dat de geallieerden het op Vemork hebben gemunt. Uitgeput, hongerig en koud keren de vier terug naar de Hardangervidda. Daar treffen ze een verlaten hutje aan, waar ze zichzelf maandenlang in leven houden met hun laatste restjes proviand en mossen die ze onder de sneeuw van stenen schrapen. Vlak voor Kerst hebben ze geluk, en schieten ze een rendier. Langlaufen blijven ze al die maanden doen. Niet uit sportiviteit, maar om warm te blijven. Stilzitten kan de dood betekenen in de kou.

Tijdens de wintermaanden blijft er radiocontact met de Engelse basis, en in februari 1943 is het tijd voor een nieuwe poging. Weer binden de vier hun langlaufski’s onder, weer skiën ze dagenlang door sneeuwstormen, om zich uiteindelijk bij een andere Noorse delegatie te voegen die door de geheime organisatie Special Operations Executive is gevonden. En dan gaat alles opeens razendsnel.

Een epische tocht van 400 kilometer

De Noren dringen de fabriek binnen, maken de machines onklaar en skiën zo hard als ze nog nooit geskied hebben. Natuurlijk ontdekken de Duitsers algauw dat de fabriek is gesaboteerd, en sturen een zoekploeg van drieduizend soldaten. Maar de Duitsers zijn lang niet zo bekend en ervaren in de bergachtige omgeving. De langlaufers weten te ontsnappen, en beginnen aan een epische skitocht van ruim 400 kilometer naar Zweden. Daar zijn ze veilig, en horen ze over hun triomf: de Duitsers hebben de zwaarwaterproductie in Vemork noodgedwongen gestaakt.

Het verhaal over ‘de helden van Telemark’ bevat heldenmoed, avontuur, ontbering: kom daar maar eens om bij je gemiddelde ski- of snowboardtochtje, wanneer je lekker lui per stoeltjeslift de berg word opgehesen.

Maar zelfs als je niet op het punt staat om een zwaarwaterfabriek onklaar te maken, is langlaufen allesbehalve suf. Denk aan de biatlon op de Olympische Winterspelen: alleen al het meetorsen van een geweer op je rug geeft het voortploeteren op lange latten een zeker cachet. Met ruim 25 kilometer per uur overbruggen de atleten afstanden van wel 50 kilometer.

In Scandinavië trekken jonge mensen er in het weekend massaal op uit om een dagje te gaan langlaufen. Maar in Nederland wordt ‘nordic skiing’, net als ‘nordic walking’, vooral geassocieerd met vijftigplussers. Terwijl het ideale van de sport juist is dat je het ’s winters, met een beetje sneeuw, gewoon buiten kunt doen – in de duinen bijvoorbeeld, of op de hei. Staan je hardloopschoenen er verwaarloosd bij in de wintermaanden, omdat ze te nat worden van die halfzachte papsneeuw? Dan is langlaufen een ideaal alternatief – je hoeft je er niet voor terug te trekken op een troosteloze borstelbaan of in een overdekte, peperdure skihal.

Natuurlijk, er moet wel sneeuw liggen, anders kom je alsnog terecht op een indoor-langlaufbaan. Maar zelfs dan vormt langlaufen een aangenaam alternatief voor SnowWorld of SnowPlanet. Geen liftjes met lange wachtrijen, geen gillende kinderen. En minstens zo’n goede total body work-out als skiën of snowboarden.

Mocht je Nederland te weinig reliëfrijk vinden, dan kun je je langlaufski’s alsnog meenemen naar het buitenland. Een stuk minder gesjouw dan met je board of met je te zware skischoenen: twee ranke latten, twee stokken en lichtgewicht schoeisel is alles wat je nodig hebt. Onder sommige langlaufschoenen zijn zelfs wieltjes of ijzers te monteren, zodat je ze ook als skates of schaatsen kunt gebruiken.

Wat een goede langlaufplek in het buitenland is? Simpel: de Hardangervidda natuurlijk. Op deze hoogvlakte wordt jaarlijks nog de Heroes of Telemark Raid georganiseerd: zeven en een halve dag cross country skiën in het spoor van de heldhaftige Noren. Zodat je je voor even ook een stoere langlaufheld kunt voelen.