‘Den Haag had onze ambassadeur uit Moskou moeten terugroepen’

Oud-diplomaat met ervaring in grote internationale crisissituaties hekelt uitblijven diplomatieke sancties na neerhalen MH17.

Rouwstoet met de stoffelijke resten van inzittenden van vlucht MH17, op 23 juli op de A2 richting Hilversum. Foto David van Dam

Meteen nadat in juli vlucht MH17 was neergehaald, had Nederland daar gevolgen aan moeten verbinden voor de relatie met Rusland – bijvoorbeeld door de Nederlandse ambassadeur uit Moskou terug te roepen. Dat zegt oud-topdiplomaat Pieter Feith, een van de Nederlandse diplomaten met de meeste ervaring in internationale crisissituaties.

„Het terugroepen van de ambassadeur was een belangrijk gebaar geweest”, zegt Feith. „Nederland moet zichzelf niet wegcijferen.”

Den Haag heeft zich aanvankelijk terecht gericht op eerst de berging van de slachtoffers en vervolgens het onderzoek, zegt Feith. „Maar wat ik gemist heb, is de derde fase: de schuldvraag, en de consequenties voor onze relatie met Rusland. Dat staat nog steeds uit.

„Met de separatisten hebben we geen betrekkingen. Hoewel er nog geen 100 procent zekerheid bestaat over de toedracht, is het wel steeds waarschijnlijker dat de separatisten die raket hebben afgevuurd. Maar dat ontslaat Rusland niet van een gedeeltelijke verantwoordelijkheid. En daar zijn we nog helemaal niet aan toe gekomen.

„Is dat omdat wij de Russen nodig hadden in fase 1 en 2? Ik had verwacht dat we na deze afschuwelijke gebeurtenis samen met de Australiërs en de Maleisiërs [die ook veel mensen aan boord hadden, red.] vrij snel een daad zouden stellen. Misschien een symbolische daad, zoals het terugtrekken van onze ambassadeur, maar iets waarmee je toch aangeeft dat we verontwaardigd zijn dat er meer dan 190 landgenoten zijn omgekomen. We moeten toch laten zien dat het neerhalen van zo’n toestel door de separatisten, die de steun hebben van Rusland, niet door de beugel kan. Als we wachten tot het onderzoek eindelijk is afgerond, dan gaat het zijn effectiviteit verliezen. Dan wordt het een slag in de lucht.”

Feith (69), die sinds zijn pensionering in Zweden woont, is even in Nederland voor de publicatie van zijn memoires Met het oog op vrede. Daarin schrijft hij vooral over de rol die hij als internationaal bemiddelaar en bestuurder speelde op de Balkan, en als leider van de succesvolle Europese vredesmissie in de Indonesische provincie Atjeh.

Hij erkent dat president Poetin niet opeens enorm geïntimideerd zou zijn als Nederland zijn ambassadeur had teruggetrokken. „Nee, dat zou zeker niet gebeurd zijn. Maar als ik een zuster of een broer had verloren in dat vliegtuig, dan had ik het toch belangrijk gevonden. Als iemand zonder wapenvergunning zijn pistool laat slingeren en zijn zoontje gaat ermee schieten, dan wordt die vader daar ook op aangesproken.

„Het bedrijfsleven heeft natuurlijk zijn eigen belangen, maar dat moet ons er niet van weerhouden een principieel punt te maken als onze landgenoten in zulke grote aantallen slachtoffer worden. De Australische premier heeft wél vrij ferme taal aangeslagen. Ik vond de Nederlandse aanpak nogal legalistisch – en niet echt politiek.”

Toen de Oekraïense crisis dit voorjaar oplaaide, zag Feith paralellen met wat hij op de Balkan had meegemaakt. Met name de militairen zonder insignes die vanuit Rusland op de Krim opdoken, de zogenoemde ‘groene mannetjes’, deden hem sterk denken aan de manier waarop vermoedelijk Servische militairen in het noorden van Kosovo de Servische minderheid te hulp kwamen. „De methodes waren gelijk. In Kosovo werden ze ‘zwarte mannen’ genoemd, waar ze precies vandaan kwamen was onduidelijk. Ook was er, net als in Oekraïne, opeens een Russisch humanitair konvooi dat Kosovo kwam binnenrijden. Het is een schimmige manier van oorlogvoeren, in stand gehouden door een hele actieve propagandacampagne. En ik niet weet of de NAVO daar een antwoord op heeft.”