De eenentwintigste eeuw is nog lang, mijnheer Piketty

Een rockster-econoom deed gisteren Nederland aan. ‘Thomas Piketty on tour’ bezocht ook de Tweede Kamer, want zijn centrale stelling is uiterst politiek. In zijn vorig jaar verschenen boek Kapitaal in de eenentwintigste eeuw (vorige week kwam de Nederlandse vertaling uit) waarschuwt Piketty dat we een tijd tegemoet gaan waarin het bezit van vermogen structureel beter gaat renderen dan het verrichten van arbeid. De oplossing is een progressieve belasting op vermogen, om dat tij te keren. Voor sommigen is dat een uiterst linkse stelling. Voor anderen een poging om het kapitalisme te beschermen tegen zijn eigen sociale dynamiek, en zo te preserveren.

Nederland heeft een lange traditie in het streven naar gelijkwaardigheid. Dat verklaart wellicht waarom Piketty hier zo’n interesse wekt. Tegelijk heeft dat streven naar gelijkwaardigheid een buitengewoon egalitaire samenleving opgeleverd. De inkomensverschillen zijn in ons land zeer klein vergeleken met het buitenland. De vermogensverschillen zijn groter, maar als de pensioenvermogens daarbij in aanmerking worden genomen, dan is ook in dat opzicht de ongelijkheid veel minder. Een rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid trok dan ook een zeer milde conclusie over de ongelijkheid in Nederland.

Dit betekent niet dat er geen risico’s zijn. Innovatie en de grotere openheid van de wereldeconomie maken arbeid kwetsbaarder dan kapitaal. Grotere bedrijven hebben hun belastingdruk in de regel zien verminderen, waarbij de druk op de werkende en consumerende mens juist toenam.

Maar of we een eeuw tegemoet gaan waarin de ongelijkheid onherroepelijk uit de hand loopt, is twijfelachtig. De kritiek uit academische hoek op Piketty’s stelling snijdt hout: het is helemaal niet gezegd dat we decennia van lage economische groei krijgen. Het is tegelijkertijd onlogisch dat een steeds grotere hoeveelheid kapitaal kennelijk hetzelfde, hogere, rendement zou blijven opleveren. De aantrekkingskracht van Piketty’s boek voor publiek en politiek ligt in zijn vooruitblik. Maar in die toekomstschets ligt precies ook de zwakte.

Nederland staat intussen voor een belastinghervorming, als de plannen van het kabinet in die richting doorgaan. De vermogensbelasting maakt daar deel van uit, en heeft inderdaad een bijstelling nodig. Dat is echter vooral nodig omdat de systematiek van de huidige vermogensrendementsheffing discutabel is gebleken en mensen met bescheiden bezittingen hard raakt. Verandering is hier nodig. Maar niet op basis van een onbewijsbare theorie die kaarsrecht afstevent op nivellering.