Culturele sector kan leren van woningcorporaties

Illustratie Dario Castillejos

Vorige week donderdag presenteerde de parlementaire enquêtecommissie Woningcorporaties haar bevindingen. Een dag later bracht het Financieele Dagblad de successen van cultureel ondernemerschap in kaart. Wij willen de culturele sector uitdagen om, op basis van de bevindingen van de commissie, na te denken over de risico’s van ondernemerschap. De ternauwernood afgewende ondergang van toneelgezelschap De Utrechtse Spelen is daarvan een voorbeeld.

Velen zullen dit een onzinnige vraag vinden, zolang sommige ensembles voor meer dan de helft van hun inkomsten afhankelijk zijn van subsidies. Recent werd er nog hevig gediscussieerd over het voornemen van het Wereldmuseum in Rotterdam om een deel van de collectie te verkopen en meer te focussen op de horeca-activiteiten in het museum: ondernemend, maar volgens velen niet wenselijk. Juist het Wereldmuseum wordt als positief voorbeeld naar voren geschoven in het FD. Net als Museum Boijmans van Beuningen (‘waar we de kassa kunnen laten rinkelen doen we dat’). De bezuinigingen van de afgelopen jaren hebben het zakelijke instinct van veel culturele instellingen aangewakkerd, maar regelmatig leidt dit onder het mom van ‘ondernemerschap’ tot het nemen van onverantwoorde risico’s.

Er kan worden geleerd van andere sectoren waarin maatschappelijke organisaties gestimuleerd werden ondernemerschap te tonen. In de jaren 90 vonden beleidsmakers dat woningcorporaties te afhankelijk waren geworden van subsidies. Ze moesten meer ruimte krijgen om inkomsten via de markt te verwerven. Toen was niet te voorzien dat dit ondernemerschap zou resulteren in onverantwoorde derivatenhandel,de aanschaf van Maserati’s en een parlementaire enquête als gevolg. Deze enqûete noemt als oorzaken van deze excessen onder andere een gebrek aan grenzen aan het ondernemerschap en een interne en externe ontoereikende governancestructuur. De verschillen tussen de sectoren zijn natuurlijk groot, maar wij denken dat de culturele sector en de overheid van de fouten van corporaties kan leren.

Van overheden vraagt dit een eenduidige definitie van ondernemerschap en beter toezicht op de risico’s. Van culturele instellingen mag worden verwacht dat ze de interne governancestructuur versterken en dat ze ondernemen door verantwoorde risico’s te nemen, zonder het voortbestaan van hun organisatie op het spel te zetten.

& Anna Stutje, adviseurs culturele sector KWINK groep