Burn-out? Werk is het probleem niet.

Het taboe op werkstress doorbreken – dat probeert minister Asscher. Maar dit is niet het échte probleem, meent Bram Bakker. Stress in het privéleven, gebrek aan beweging en te weinig ontspanning tellen net zo goed mee.

Illustratie Jenna Arts

De campagne van de overheid om ons te waarschuwen voor werkstress krijgt veel aandacht. Onder regie van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wordt iedereen aangemoedigd zijn of haar werkstress te checken. De Facebook-pagina Check je werkstress heeft in korte tijd al meer dan 10.000 likes gekregen. En deze week is zelfs uitgeroepen tot een heuse ‘check je werkstressweek’.

Op zichzelf is het prachtig dat mensen stilstaan bij de belasting die het werk hun bezorgt. De term ‘werkstress’ is dan ook handig gekozen. Het probleem is echter dat het een totaal onzinnige kreet is, die slechts bijdraagt aan een niet-realistische kijk op de vele burn-outgevallen die ons land telt.

Iedere week spreek ik nieuwe mensen die ten prooi zijn gevallen aan een burn-out. Nog nooit heb ik in zo’n gesprek gehoord dat werkstress als de oorzaak van het ziekteverzuim werd aangeduid. Natuurlijk zijn er veel mensen die hard, en met enige regelmaat te hard werken. En er zijn veel te veel werkgevers die onredelijke verlangens hebben waar het de productiviteit van hun personeel betreft. Maar daar zit het probleem niet.

Burn-outs, maar ook de meeste depressies en angststoornissen, zijn het gevolg van een verstoorde balans tussen inspanning en ontspanning. Daarbij speelt aanleg zeker een rol, maar dat is niet het belangrijkst. De ingrijpende veranderingen die de afgelopen decennia in de leefwijze van de meeste mensen zijn opgetreden, spelen een veel grotere rol dan welke veeleisende baan ook.

Allereerst is er het nog steeds toenemende gebrek aan lichaamsbeweging, dat als doodsoorzaak inmiddels het roken evenaart. Wie hierover meer wil weten, kan het beste het onlangs verschenen boek Laat je hersenen niet zitten van professor Erik Scherder lezen. Lichaamsbeweging betekent voor onze overbelaste hersenen een vorm van herstel. Dit geldt eveneens voor andere vormen van ontspanning, zoals yoga, meditatie, seks of domweg even niets doen. Steeds minder mensen gunnen zichzelf de tijd om te lanterfanten of te pierewaaien.

Doorlopend moet er iets gebeuren, en als er even niets op de agenda staat, storten we ons massaal op de sociale media.

Een permanent overbelast brein

Niet werkstress, maar vrijwel permanente overbelasting van ons brein is het echte probleem. De mensen die zich dagelijks ziek melden op hun werk, vertellen in verschillende vormen allemaal hetzelfde verhaal: „Al heel lang had ik het eigenlijk veel te druk en wist ik dat ik het wat rustiger aan zou moeten doen. Maar die signalen heb ik genegeerd en toen kwam er nog iets bij en ging het ineens niet meer.”

Dat wat erbij kwam, is meestal iets dat geheel los staat van het werk: een kind met problemen, een partner die vreemd ging, een zieke moeder aan de andere kant van het land en andere variaties op hetzelfde thema– overbelasting.

Als mensen het heel druk hebben, kunnen er stressverschijnselen optreden. Die zijn echter weinig specifiek: de een krijgt hoge bloeddruk, de ander is om de haverklap ziek en een volgende heeft ineens last van angstaanvallen. Stresshormonen, met name cortisol, spelen hierbij een belangrijke, negatieve rol, maar de exacte interactie tussen een overbelast hoofd, een lichaam dat te weinig beweging heeft en stresshormonen is nog niet precies bekend. Wetenschappers zijn er druk mee bezig, en dit belangrijke werk verdient ruime ondersteuning.

Geen verschil tussen werk- en privéstress

Maar wat iedereen kan begrijpen, is dat er in ons lichaam geen onderscheid wordt gemaakt tussen verschillende soorten stress. Er is geen fundamenteel verschil tussen stress die wordt veroorzaakt door een (te) drukke baan en stress ten gevolge van sores in het privéleven.

Een term als werkstress suggereert meer kennis dan er is. Het is bovendien misleidend, omdat stress in zijn algemeenheid wel een grote oorzaak is bij het ontstaan van arbeidsverzuim, maar een totaal aspecifieke. Het draagt eraan bij dat werknemers zich achter de rol van slachtoffer kunnen blijven verschuilen, doordat niet zijzelf maar hun werk de oorzaak van het verzuim is.

Dat is onzin en draagt niet bij aan de constructieve aanpak van het probleem van de verstoorde balans tussen in- en ontspanning die de hele westerse wereld teistert. Ook mensen zonder baan, zoals scholieren en bejaarden.

Dat probleem verdient een veel bredere aanpak dan de benadering via het werk die minister Asscher nu heeft gekozen. Zolang andere ministeries niet meedoen, zal het aantal slachtoffers van burn-out gestaag blijven toenemen.