Bartoli imponeert, ook met witte bontmuts

Het is een intrigerende kortsluiting: een barokaria op een Russische tekst. De dikke ‘sjs’ en ‘zni’ klanken lijken verdwaald in een door de Italiaanse taal gedomineerd genre. De kennismaking met dat obscure Russisch barokrepertoire is te danken aan mezzosopraan Cecilia Bartoli, die voor haar nieuwste project ‘Sint Petersburg’ in de archieven van het Mariinsky Theater dook. Talloze onbekende aria’s van het 18e-eeuwse tsarenhof trof ze daar aan, een selectie verscheen recent op cd en gaat nu mee op promotietournee. Zingen in het Russisch is ook voor haar een primeur.

Hoe avontuurlijk Bartoli’s Russische avontuur ook lijkt, gisteravond in het Concertgebouw klonk haar optreden met vlotte ensemble I Barocchisti wel erg voorspelbaar. De tsarina’s haalden hun componisten uit Italië en Duitsland, de libretti waren vaak Italiaans. Zo kon het dat de op safe spelende Bartoli, op een enkele Russische aria na, geheel in haar moedertaal zong. En dat ging in vakkundig maar niet altijd geniaal werk van onder meer Araia, Raupach en Hasse met het gebruikelijke Bartoli-geluid: rollende r’s, uitvergrote affecten, een vibrato met de vleugelslag van een kolibrie.

Een improvisatieduel met de trompettist voelde ingestudeerd. Maar Bartoli’s perfecte virtuositeit en timbre-beheersing blijven imponerend. Een volgspot deed haar jurken extra glitteren. In de laatste – toch nog Russischtalige – uitsmijter kreeg ze haar fans plat met een witte bontmuts.