Ballet als sfeermaker voor het zakendoen

De dansers van Het Nationale Ballet spelen tijdens hun twee weken durende tournee door China een dubbelrol. Hun shows worden ook ingezet als vernislaag voor Nederlandse handelsmissies.

De Amsterdamse burgemeester Eberhard van der Laan te midden van dansers van Het Nationale Ballet, in het nationale theater in Beijing. foto WassinkLundgren

Kletsnat na twee uur dansen op topniveau maakt eerste solist Jozef Varga (35) op de bühne van het nationale theater in Beijing een elegante buiging voor de Amsterdamse burgemeester Eberhard van der Laan en fluistert, zwaar ademend: „Wie is dat? Wat doet hij hier?”

De Slowaakse ster van Het Nationale Ballet, dat net met het 173 jaar oude romantische drama Giselle een Chinees publiek in vervoering heeft gebracht, wist niet dat hij en de andere dansers tijdens hun twee weken durende China-toer een dubbele rol hebben gespeeld. Niet alleen speelden zij in de Giselle van choreografe Rachel Beaujean de verliefde graaf Albrecht, het boerenmeisje Giselle of boswachter Hilarion, maar ze traden ook op als oliemannetjes en -vrouwtjes in twee, elkaar overlappende Nederlandse handelsmissies. Eeuwenoude kunst moet een steeds grotere rol gaan spelen in hedendaagse Hollandse vleikunst.

„Goh, echt waar? En wat heeft dat opgeleverd? Big contracts? Big bucks?”, vraagt de Californische ballerina Joanna Mednick, met een directheid die verraadt dat zij al geruime tijd in Nederland woont. Zelfs na twee aktes op de punten van haar tenen, huppelt Mednick opvallend energiek en met wuivende armen naar de burgemeester en zijn Chinese gasten. Het gezelschap wordt ter wille van de staatsiefoto omringd door ballerina’s in witte voiles, in Giselle de zogeheten Willi’s, de geesten van bedrogen vrouwen die in het bos passerende mannen letterlijk dooddansen. Van der Laan dankt de gepolijste dansers, die niet eens beseft hebben dat zij ook in een heel ander toneelstuk optraden.

Bruggen bouwen

Op papier heette het dat minister voor Buitenlandse Handel Lilianne Ploumen, de burgemeester en de twee grote delegaties van bedrijfsleiders „het grootste en meest toonaangevende dansgezelschap van Nederland” hebben „meegenomen” naar China om „bruggen te bouwen”. Chinese gasten van de minister en de burgemeester vulden de zalen in Shanghai en Beijing waar, na diners en recepties, speciale voorstellingen werden gegeven. Los daarvan trad Het Nationale Ballet ook op voor de klanten en werknemers van een van de grootste architectuurbedrijven van China, het Beijingse BIAD. In werkelijkheid was het niet Het Nationale Ballet dat „meegenomen” werd, maar eerder andersom, want de minister en de burgemeester plooiden hun agenda’s naar het programma van het ballet. Twee verschillende Nederlandse werelden die elkaar in Beijing treffen terwijl zij in hetzelfde gebouw huizen en elkaar nooit zien.

Staatsbezoeken worden allang „aangekleed” met het Concertgebouworkest of een van de grote dansgezelschappen. Maar dat ook gewone handelsmissies, die doorgaans bestaan uit reeksen ‘matchmaking-events’, diners en voorspelbare speeches, worden voorzien van een culturele vernislaag, is betrekkelijk nieuw.

„Ach, wij hebben er geen probleem mee om een rol te spelen in het decor van een handelsmissie”, zegt directeur Ted Brandsen van Het Nationale Ballet. „Wij hadden deze tournee overigens al veel eerder gepland, het kwam toevallig mooi uit. Ik vind het zelfs wel leuk om onderdeel te zijn van zo’n missie en een bijdrage te leveren aan het succes ervan.” Laten we wel zijn, grijnst de voormalige danser en choreograaf, „wij zijn ook een Nederlands exportproduct. Wij zijn hier weliswaar voor de l’art pour l’art, maar een beetje l’art pour le commerce kan geen kwaad.”

Hij voegt er zakelijk aan toe dat het wel „een beetje teleurstellend en heel Hollands” is dat Nederlandse bedrijven zonder te betalen kunnen profiteren van de aanwezigheid van Het Nationale Ballet. Sinds de bezuinigingen moet ook de succesvolle en gelauwerde artistiek directeur zich bezighouden met aardsere zaken dan de perfect uitgevoerde bourrée of fouetté en tournant.

Brandsen: „Nederlandse bedrijven vergeten dat wij moeten toeleggen op deze tournees – we spelen net niet quitte, dit is beslist geen moneymaker – en dat wij zware bezuinigingen hebben ondergaan. Zij denken dat wij toch wel betaald worden uit de belastingruif, maar weten niet dat wij een miljoen euro per jaar hebben moeten inleveren.” Was Rembrandt niet ook een ondernemer? Is niet iedere kunstenaar niet ook een beetje een zakenman? Nou dan!

„Ik snap wel dat bedrijven niet aan de ene kant mensen kunnen ontslaan en aan de andere kant geld uitgeven aan ballet, maar als wij een bijdrage leveren aan hun profijtelijke activiteiten in het buitenland dan zouden wij daarvoor betaald moeten worden. Wij zijn geen balletmissionarissen. In Amerika is dat sponsormodel heel normaal. Ik denk dat wij met onze financiering ook die richting op moeten”, meent Brandsen die al afspraken heeft gemaakt voor een nieuwe Chinatournee in 2017.

Overigens steunen grote Nederlandse bedrijven het gezelschap al door in te schrijven op de zakendiners in de Stopera, waar bedrijfsleiders en hun gasten voor 10.000 euro een tafel kunnen ‘kopen’ om al etend vanuit de coulissen naar de superlenige, pirouettes draaiende lijven te kijken.

Wereldtop

Waarom Het Nationale Ballet de wereld intrekt is duidelijk. Alleen maar in Amsterdam, Groningen of Maastricht wereldberoemd en de beste zijn, heeft weinig zin. „Je kan alleen op internationale podia bewijzen dat je tot de wereldtop behoort”, zegt Brandsen. Of de koppeling aan handelsmissies zin heeft, is echter een minder makkelijk te beantwoorden vraag. Over het nut van handelsmissies lopen de meningen in het algemeen sterk uiteen, hoewel voor China met zijn speciale Guangxicultuur vaak een uitzondering wordt gemaakt.

Dat Nederlandse kooplieden het ballet gebruiken als sfeermaker ligt in dansgek China voor de hand. Iedere avond gaan miljoenen, vooral vrouwen, de straten en pleinen op en de parken in om bij wijze van sport te gaan dansen. Ballet en moderne dans, kunstuitingen die tijdens de Culturele Revolutie verboden waren, maken een spectaculaire opmars door. Iedere grote stad heeft tegenwoordig niet alleen een of meerdere musea, maar ook danstheaters en academies. Zalen in Beijing, Shanghai, maar ook Hangzhou, Chengdu en Chongqing zitten vol, niet alleen bij de optredens van de grote internationale gezelschappen met hun klassieke of moderne repertoires, maar ook bij optredens van Chinese dansers.

Uitkomsten van handelsmissies worden vaak opgeklopt. „Nederlandse handelsmissie in China haalt voor half miljard euro aan Chinese orders binnen”, kopte bijvoorbeeld Teletekst vorige week. Het ging om de plaatsing van één gigantische order van de Shanghaise chipproducent SMIC bij het Nederlandse ASML. De ondertekening van het contract had ook zonder een minister kunnen plaatsvinden.

Feit is ook dat de investeringen van Chinese bedrijven in Europa tussen 2010 en 2013 zijn verviervoudigd tot 27 miljard euro, maar dat de Chinese investeringen in Nederland (1,3 miljard euro) achterblijven bij die in Zuid-Europa en zeker in Engeland. Er moet nog heel wat gedanst en op ministerieel en mogelijk zelfs koninklijk niveau gedineerd worden, voordat daar verandering in komt.

„Niet zo ouderwets de kritische journalist spelen”, maant burgemeester Van der Laan grijnzend als hij in de klassieke Chinese tuin van zijn Beijingse hotel een sigaret opsteekt. Hij zegt ervan overtuigd te zijn dat het cliché over het creëren van vriendschap in de omgang met Chinese ondernemers waar is. „Zakendoen is niet alleen business, maar ook elkaar leren kennen en elkaar aardig gaan vinden. Dat doe je door ook plezier met elkaar te maken en elkaar plezier te geven. Dat laatste is toch ook een van de functies van kunst? Als wij hier komen met wat een afspiegeling vormt van wat ons dorp Amsterdam in het piepkleine Nederland te bieden heeft dan geeft dat een heel andere sfeer. Die sfeer is cruciaal.”

Vraag Van der Laan naar concrete resultaten en hij noemt de vestigingen van een van de grootste ICT-bedrijven en banken ter wereld, Huawei en ICBC, in Amsterdam als voorbeeld. Huawei gaat de Arena, waar je niet eens mobiel kan bellen, en heel Amsterdam Zuid-Oost van wifi voorzien en ICBC, met vier miljoen bedrijven als klant, breidt het drie jaar oude kantoor in Amsterdam gestaag uit als een van de meest succesvolle onderdelen van het Europese netwerk.

„Dat is het resultaat van intensieve, uitstekende contacten opbouwen. Is dat concreet genoeg?”, vraagt de burgemeester ironisch. Zeer concreet, en vermoedelijk politiek gevoelig, zijn de wensen van China Southern, een van de grootste luchtvaartbedrijven ter wereld en partner van KLM, om de vluchten op Schiphol drastisch uit te breiden.

„China Southern wil groeien, groeien en nog eens groeien. Daar hebben wij als dorpje bij Schiphol natuurlijk enorm veel belangstelling voor en wij zijn gevraagd hen daar een klein beetje mee te helpen”, vertelt Van der Laan. Hij gaat lobbyen om het aantal slots van China Southern op Schiphol uitgebreid te krijgen. De topmannen van ICBC en China Southern zaten uiteraard in de zaal om de geoliede machine van Het Nationale Ballet te bewonderen: de kaarten voor de voorstelling waren gekocht door de gemeente Amsterdam.

Voor de dansers zelf maakte het allemaal geen enkel verschil, zij leefden ook in China in hun eigen, naar binnen gerichte wereld van repetities, masterclasses en optredens. De meesten waren zich niet eens bewust van speciale gasten. Alleen de Chinese dansers waren nerveus en niet vanwege de „high level politicians” maar omdat hun families in de zaal zaten die zij soms meer dan een jaar niet hadden gezien.

En erger nog, ook hun oude dansmeesters in China zaten in het publiek, zegt de nog natrillende Mao Jingjing (21). Lachend vertelt zij dat je het in de ogen van een Chinese leraar nooit goed genoeg doet. „Maar ik geloof dat hij dit keer niet helemaal ontevreden was. Hij was zelfs een beetje trots.”