Badkamer begon als rustplek voor bejaarde pausen

De Romeinen kenden al publieke baden. Maar de privé-badkamer is een uitvinding van het pauselijke hof.

De badkamer, die in de negentiende eeuw populair werd bij de gegoede burgerij, deed al rond 1500 zijn intrede in het Vaticaanse paleis in Rome. Het waren de pausen en kardinalen van de Renaissance die in hun privévertrekken de eerste badkamers ter wereld lieten aanleggen. Kerkvorsten dachten door in afzondering een bad te nemen hun geestelijke en lichamelijke gezondheid op peil te houden – en daarmee hun gezag. Baden droeg zo bij aan politieke stabiliteit. Aldus kunsthistorica Loes Raimond-Waarts, die vandaag op dit onderwerp promoveert in Groningen.

In de Renaissance werd het Vaticaan een vorstelijk hof dat niet onderdeed voor de machtigste hoven van Europa. Pausen voerden oorlog en moesten hun mannetje staan. Toch verwierven ze dit hoogste kerkelijke ambt vaak pas op gevorderde leeftijd. De Spanjaard Rodrigo Borgia werd op zijn 61ste tot paus gekozen (als Alexander VI, 1492-1503) en Giuliano della Rovere was ook bijna zestig toen hij paus werd (als Julius II, 1503-1513).

Infectieangst

Op die leeftijd kampten pausen vaak met chronische kwalen en waren ze extra bevattelijk voor infectieziekten. Genezing daarvan was vaak niet mogelijk. Zijn Heiligheid moest sterk zijn, gezag uitstralen en mocht vooral niet ziek worden. Daarom omringden kerkvorsten zich met lijfartsen die hun strenge leefregels voorschreven. Onderdeel daarvan waren lichaamsbeweging, een goede nachtrust en regelmatig baden. Baden reinigde niet alleen het lichaam; een warm bad, genoten in de afzondering van een aangenaam versierde ruimte, werkte ook ontspannend, zeiden de artsen.

Sinds het einde van de 15de eeuw lieten pausen en kardinalen badkamers aanleggen in hun privévertrekken. Openbare badhuizen waren te riskant gezien het gevaar van besmetting. Bovendien wensten kerkelijke leiders hun lijf te onttrekken aan openbare blikken. Tekenen van aftakeling zouden hun gezag aantasten.

Loes Waarts heeft zeven nog bestaande badkamers van pausen en prelaten bestudeerd. De eerste privébadkamer in het Vaticaanse paleis werd gebouwd in 1494-95 voor Alexander VI, toen er in Rome een uitbraak was van syfilis. Zijn opvolger Julius II volgde zijn voorbeeld, net als enkele kardinalen.

Frivoliteiten

Voor de decoratie van de badkamers putten architecten en schilders inspiratie uit klassiek-Romeinse voorbeelden, zoals de schilderingen in het badhuis dat keizer Titus liet bouwen. De landschappen en mythologische taferelen op muren en plafonds hadden een functie. Waarts formuleert die zo: „De gedachte was dat aangename en ontspanning opwekkende schilderingen tegenwicht konden bieden aan uit balans geraakte emoties.”

De bloei van de privébadcultuur aan het pauselijke hof duurde niet lang. In de zeventiende eeuw werden er geen privébadkamers meer ingericht in het Vaticaan en in stadspaleizen van kardinalen. Het Concilie van Trente (1545-1563) scherpte de regels aan wat betreft kuisheid en seksualiteit. De frivool gedecoreerde badkamers die Waarts beschrijft, kwamen in een kwaad daglicht te staan. Het baden werd allengs minder belangrijk gevonden voor de gezondheid van pausen en prelaten.

Architecten en schilders gingen voortaan badkamers ontwerpen voor edelen en vorsten elders in Italië, in Frankrijk en in Spanje.