Ze kenden maar één leider

In een van de minst ontwikkelde landen ter wereld brak vorige week een opstand uit. De president kwam na 27 jaar ten val.

Voor het huis in Ouagadougou van een parlementslid van president Compaorés partij brandden de afgelopen dagen auto’s uit. Foto Reuters

De vele winkeltjes langs de stoffige wegen in de hoofdstad Ouagadougou waren weer open, kinderen in uniform liepen naar school en aan de universiteit begonnen de colleges weer. Het leven in Burkina Faso hervatte gisteren zijn normale, slaperige gang na de volksopstand tegen president Blaise Compaoré.

Maar de studenten, die vorige week een voortrekkersrol speelden bij de opstand, hadden wel wat anders aan hun hoofd dan college. Hun overwinningsroes heeft plaatsgemaakt voor ontgoocheling. De gesprekken op de campus gaan maar over één ding: de nieuwe militaire machthebbers. „We vertrouwen het leger voor geen cent, we vrezen dat ze onze revolutie zullen kapen”, verwoordt Gabriel Kambou de stemming aan de telefoon.

Jongeren als Kambou zijn bijzonder trots op hun ‘revolutie’. En met reden: ze hebben één van de langstzittende leiders van Afrika afgezet. President Compaoré, die in 1987 met geweld de macht greep, kwam vrijdag ten val na een week van protesten. Aanleiding voor de volkswoede vormde een aangekondigde grondwetswijziging, zodat Compaoré zich voor de vijfde keer op rij verkiesbaar kon stellen.

„Ik heb geen andere president gekend dan Compaoré”, zegt Kambou, een gevoel dat de jonge demonstranten verbond. Ruim 65 procent van de bevolking is onder de 25 jaar. „Sinds de staatsgreep van 1966 is het leger onafgebroken aan de macht geweest. Dat is ontoelaatbaar. We willen geen corrupte militairen die alleen aan zichzelf denken, maar een burgerregering die het land ontwikkelt.”

Burkina Faso is één van de minst ontwikkelde landen ter wereld. Het overgrote deel van de overheidsuitgaven komt uit ontwikkelingshulp. Naar schatting 80 procent van de jongeren is werkloos. Het kleine land net ten zuiden van de Sahara produceert alleen wat katoen. En buitenlandse mijnbedrijven delven er naar goud. Maar daar heeft alleen de kliek rond de president flink van geprofiteerd.

Rijkdom wakkerde woede aan

Die elite woont in Ouaga 2000, een wijk in Ouagadougou met enorme ommuurde villa’s, waar mensen in de nieuwste terreinwagens rondrijden. Die exorbitante rijkdom wakkerde de woede onder de Burkinabé aan. Betogers sloegen vorige week aan het plunderen in Ouaga 2000. Vooral de huizen van regeringsfiguren, zoals de gehate broer van Compaoré, moesten het ontgelden.

„Deze groep schermde Compaoré volledig af van de realiteit”, zegt Gideon Vink, een Belgische televisiemaker die al tien jaar in Ouagadougou woont. Hij maakt het programma Droit Libré TV met nieuws uit West-Afrika. „Alles om Compaoré heen werd opgepoetst. Hij heeft een paleis met privédierentuin in zijn geboortedorp. Dit is het meest ontwikkelde dorp van Burkina Faso, met een eigen radio- en televisiezender en straatverlichting. Om maar de schijn op te houden dat hij het land ontwikkelt. Maar de rest van het land leeft in grote armoede.”

De sluimerende onvrede over de situatie kwam al eerder naar boven. In 2011 brak er muiterij uit omdat militairen hun woontoelage niet hadden gekregen. Studenten sloten zich bij de opstand aan uit woede over de hoge prijzen, het gewelddadige politieoptreden en het algehele gebrek aan ontwikkeling.

Ook dit keer speelden studenten een belangrijke rol bij de protesten, die grotendeels werden georganiseerd via sociale media. „Bijna iedereen heeft Facebook op zijn telefoon”, zegt Kambou, die freelance journalist is. „Het is ons wapen tegen onderdrukking. Via Facebook hielden we elkaar op de hoogte en riepen we mensen op zich aan te sluiten bij de protesten.”

De autoriteiten zagen waar het gevaar vandaan kwam. Op het hoogtepunt van de protesten legden ze internet plat. Maar de maatregel kwam te laat. In Ouagadougou waren honderdduizenden mensen op straat. Ze staken het parlement en andere overheidsgebouwen in brand. Compaoré vluchtte naar Ivoorkust.

Machtsstrijd in het leger

Nu is er een machtsstrijd gaande tussen verschillende facties van het leger. Eerst zei de stafchef van het leger dat hij de macht had, maar enkele uren later werd hij alweer afgezet door een luitenant-kolonel van de presidentiële garde. „Dit is het meest gehate en gevreesde onderdeel van het leger dat al het vuile werk opknapte voor Compaoré”, zegt Vink. „Er is woede en onbegrip dat juist deze mensen nu de macht hebben gegrepen en de grondwet hebben opgeschort. De president is weg, maar zijn kliek niet.”

Veel Burkinabé vragen zich bovendien af hoeveel invloed Compaoré nog uitoefent vanuit Ivoorkust. In een interview op de Ivoriaanse televisie zei hij beschikbaar te blijven om mensen te „adviseren” over een „overgangsperiode”.

De nieuwe machthebber bezweert dat zijn bewind tijdelijk is, maar de oppositie wijst dit af. Toch verwacht Vink niet dat er een nieuwe opstand zal uitbreken. „Veel mensen ging het om één ding: Compaoré moest weg. Ze zijn bereid de nieuwe machthebbers het voordeel van de twijfel te geven.”