Kop Doe de test: hoe ‘Piketty’ ben jij?

De Franse econoom Thomas Piketty is vandaag in Nederland. Doe de test: hoe dichtbij Piketty’s opvattingen sta je zelf?

1. De sociale ongelijkheid moet worden verkleind.

A. Ja. Inkomens en vermogens moeten eerlijk worden verdeeld. Alleen dan kunnen we spreken van een rechtvaardige wereld.

B. Ja, de afgelopen decennia is de ongelijkheid te hard gestegen. Een geheel gelijke samenleving is ondenkbaar, maar we slaan nu door naar de andere kant.

C. Dat hangt ervan af waar. In Nederland zijn we al behoorlijk egalitair. Als we nog meer nivelleren, komt de groei in gevaar.

D. In godsnaam niet. We dragen al de helft van ons inkomen af aan de staat. Straks worden we een land waarin de apathische klasse eet uit de ruif gevuld door de talentvolle klasse.

2. Erfenissen moeten zwaarder worden belast.

A. Erfenissen moeten volledig toevallen aan de staat en worden herverdeeld. Het is niet eerlijk dat sommigen veel erven en anderen niets.

B. Als ze niet worden belast wordt rijkdom volledig erfelijk. Dat willen we niet in een meritocratische samenleving.

C. Moeilijk. Niet te veel in elk geval, we betalen al zoveel belasting.

D. Nee, dat is een vorm van diefstal.

3. Bij de naam Piketty denk ik….

A. Salonsocialist!

B. Eye-opener!

C. Interessante data!

D. Gevaarlijke marxist!

4. Het is terecht dat topmannen vele malen meer verdienen dan de gemiddelde werknemer.

A. Nee, iedereen zou evenveel moeten verdienen.

B. Nee, er mag verschil zijn, maar dit is buiten proportie.

C. Het hangt ervan af in welke sector en wat de prestaties van de bestuursvoorzitter zijn.

D. Ja, anders loopt talent weg naar andere bedrijven.

5. De jaren 1950-1970 waren een geweldige tijd.

A. Nee, want toen leefden we evengoed in het kapitalisme.

B. Ja, toen waren inkomens en vermogens eerlijker verdeeld.

C. Het was goed dat er toen meer gelijkheid was, maar in de periode daarna schoot het kabinet-Den Uyl wel door met nivelleren.

D. Er stond toen een straf op talent en een beloning op onvermogen.

6. Er moet een mondiale progressieve belasting op vermogens komen.

A. Dat zou goed zijn, maar er is nog veel meer nodig om de wereld rechtvaardig te maken. Een opstand van het proletariaat bijvoorbeeld.

B. Ja, want alleen op regionaal (en liefst mondiaal) niveau kunnen vermogens worden aangepakt. Anders vlucht het kapitaal de grens over.

C. Op zich een leuk idee, maar onhaalbaar.

D. Nee! Waarom moeten we mensen straffen die goed hebben verdiend?

7. Tegengaan van sociale ongelijkheid lost armoede op.

A. Als het vermogen gelijk wordt verdeeld is niemand meer arm.

B. Het zal de armoede niet oplossen, maar wel andere positieve effecten hebben, zoals minder machtsconcentratie en een daadwerkelijke meritocratie.

C. Nee, ongelijkheid op zich leidt niet tot armoede.

D. Nee, juist gelijkheid leidt tot armoede. Kijk maar naar de Sovjet-Unie.

8. Het kapitalisme heeft gefaald

A. Ja, dat wisten we allang, maar nu kunnen we er écht niet meer omheen. Tijd voor een revolutie!

B. Nee, maar het moet wel ingrijpend worden bijgestuurd om te voorkomen dat we qua ongelijkheid terugkeren naar de 19e eeuw.

C. Nee, het kapitalisme werkt prima, alleen de uitwassen moeten bestreden worden. Maar angst voor een terugkeer naar de 19e eeuw is overdreven.

D. Het kapitalisme is het enige systeem waarin mensen in vrijheid kunnen leven. Als mensen met de uitkomsten ervan niet kunnen leven, hebben ze pech gehad.

Uitslag

Meeste A? Je bent een socialist van de oude stempel. Je gelooft dat het kapitalisme inherent onrechtvaardig is. Pas als de productiemiddelen in handen zijn van de arbeiders, ben jij tevreden.

Meeste B? Je bent een Pikettyaan. Je deelt zijn analyse: het kapitalisme is het beste systeem dat er is, maar als we vermogen niet zwaarder belasten neemt de ongelijkheid onaanvaardbare vormen aan.

Meeste C? Je bent een pragmaticus. Een beetje sociaal, een beetje liberaal. Nivellering vind je niet per se een vies woord, maar het moet niet ten koste gaan van de groei.

Meeste D? Je bent een echte liberaal die gelooft in de zegeningen van de vrije markt. In Piketty zie je een kwaadaardige socialist die de rijken hun zuurverdiende geld wil afpakken.