Stoutmoedige, pulserende film over verdriet en zinloos geweld

Als hij het woord ‘violet’ hoort, moet hij altijd aan ‘violent’ denken. Er zit in de associaties van het brein van het Vlaamse filmtalent Bas Devos (1983) maar één letter verschil tussen paars en gewelddadig. En dat soort gedachtespinsels zijn meteen heel kenmerkend voor zijn speelfilmdebuut, dat natuurlijk Violet heet omdat het gelijknamige nummer van de Amerikaanse blackmetalband Deafheaven er bijna integraal in te horen is. Het lied schreeuwt wanhoop uit. ‘Waarom zijn sommigen weg, maar wij nog steeds hier?’, brult het.

Dat is ook precies de vraag die de 15-jarige Jesse zich stelt, maar hij kan hem niet uitroepen, want hij is volledig geïmplodeerd na de gewelddadige dood van zijn beste vriend Jonas.

Violet gaat over de stilte en de schreeuw; over vechten, vluchten of verstarren; over rouw en onvermogen; en over het leven dat op een of andere manier altijd maar doorgaat, maar dat dat niet per se een troostvolle gedachte is. En hij gaat over BMX-fietsers die met hun kleine fietsjes zwaartekracht en logica tarten.

Spectaculaire beelden levert dat op. Als je de film ergens mee zou willen vergelijken dan met een film als het controversiële Elephant (2003) van Gus Van Sant, over de massamoord op de Amerikaanse Colombine Highschool. Net als in die film zoekt Devos naar de betekenis van zinloos geweld onder jongeren. Waar Van Sant zijn hoofdpersonen in lange camerabewegingen omcirkelde, speelt Devos – ook narratief – met scherpte en onscherpte en scherptediepte; om iets zichtbaar te maken dat eigenlijk onzichtbaar is, namelijk verdriet. Met dank ook aan het waanzinnige 65mm-beeld, in een claustrofobische 4:3-verhouding: zo vitaal en vol van kleur en leven dat het schrijnt. Violet is, zo vertelde Devos in een interview, ook de laatste zichtbare kleur van het spectrum.

Wat een stoutmoedige film is het geworden. Beeld (cameraman Nicolas Karakatsanis van Rundskop en The Drop) en geluid vormen samen een pulserend ervaringslandschap, een emotionele trip, waardoor je als toeschouwer inlogt op de pijn van een onbekende. Dat is precies wat film kan zijn: een empathiemachine.