Rituele dans van majesteit en media

Het persgesprek met de koning verloopt volgens drie wonderlijke wetten, bleek tijdens het staatsbezoek aan Japan en Korea.

Koning Willem-Alexander,koningin Máxima en ministerBert Koenders (Buitenlandse Zaken, PvdA) krijgen een rondleiding door het paleiscomplex Gyeongbokgung tijdens hun bezoek aan Zuid-Korea. Foto ANP

Enigszins gespannen drentelen journalisten door het kleine zaaltje op de negentiende verdieping van het majestueuze Shilla hotel in Seoul. Het is bijna kwart over drie, dinsdagmiddag. Koning Willem-Alexander en koningin Máxima zijn in de lift op weg naar boven. Hun staatsbezoeken aan Japan en Korea zijn bijna afgelopen.

Het programma vermeldt het ‘persgesprek’ met de koning. Aan het eind van staatsbezoeken blikt het staatshoofd altijd terug op het verloop, gevolgd door vragen van de pers. De ontmoeting kent wonderlijke trekken. Niet alleen blijkt het staatsbezoek altijd weer een doorslaand succes te zijn geweest. Het daaropvolgende vraag-antwoordspel is onderworpen aan een aantal regels en gebruiken die voor buitenstaanders moeilijk te vatten zijn.

Een uitleg van drie belangrijkste ‘wetten’ op een rij.

Wet 1. Het persgesprek kan (vrijwel) nooit nieuws opleveren.

De vele tientallen persgesprekken van koningin Beatrix en nu koning Willem-Alexander, genereren nooit opzienbarende headlines. Of het moet zijn dat de koning nog steeds „geëmotioneerd reageert” op de ramp met de MH-17, zoals de NOS gisteren meldde na het persgesprek in Seoul. Of dat de koning „niet kiest” in de nationale Zwarte Piet-discussie (ANP).

De keren dat de persontmoeting hard nieuws opleverde – bijvoorbeeld toen koningin Beatrix de kritiek van PVV op haar hoofdbedekking tijdens het staatsbezoek aan Oman in 2012 afdeed als „onzin” – zijn op één hand te tellen. De reden is eenvoudig. Voor de uitspraken van het staatshoofd geldt de ministeriële verantwoordelijkheid. De minister-president moet diens uitspraken in het parlement kunnen verantwoorden. Dus moet het staatshoofd zich terughoudend opstellen. Voor het ceremoniële koningschap van Willem-Alexander geldt deze regel a fortiori.

Ondanks dat, proberen meereizende journalisten nieuws te maken met uitspraken van de koning. Ook gisteren kwamen kritische vragen langs, bijvoorbeeld over de recente ophef over de hoge kosten van de paleisverbouwingen. Ze werden allemaal door het staatshoofd vriendelijk omzeild. Daarbij wordt hij geholpen door het verzoek van de Rijksvoorlichtingsdienst (RVD) aan meereizende journalisten om hun vragen van te voren in te dienen. Dit om de voorbereiding te vergemakkelijken.

Volgens Pieter Klein Beernink, royaltyverslaggever van De Telegraaf, ontaardt de persontmoeting onnodig in een zelfkwelling voor media die nieuws willen maken. „Het gesprek is geen gewone persconferentie”, zegt hij. „Het is onderdeel van het formele programma van het staatsbezoek. Daarvoor gelden dus ook formele regels.”

Wet 2. Televisie heeft meer vrijheid dan schrijvende pers.

Sinds het bezoek van Willem-Alexander en Máxima aan Brazilië, november 2012, mogen ook televisieverslaggevers met draaiende camera’s vragen aan het staatshoofd stellen. In het tijdperk van Beatrix was dit not done. De verandering, bedoeld als modernisering, maakte koning Willem-Alexander op slag populair bij televisiejournalisten, zeker toen hij deze gewoonte na de troonswisseling van 2013 bestendigde.

Tegelijk met de introductie van de televisie bij het persgesprek, hielden de Koning en de Rijksvoorlichtingsdienst een oude regel in stand. Schrijvende verslaggevers mogen sinds jaar en dag de uitspraken van het staatshoofd niet letterlijk citeren, maar moeten parafraseren, een lijn waarvan overigens in de praktijk door journalisten regelmatig wordt afgeweken.

De regel functioneert als veiligheidsklep. Door de parafrase kan de RVD achteraf altijd zeggen dat de betreffende journalist de woorden van koning of koningin verkeerd heeft weergegeven. Bij letterlijk citeren is dit lastiger. GroenLinks stelde over deze regel in 2010 kritische vragen aan toenmalig premier Balkenende. De partij vond de regel uit de tijd.

Inmiddels lijkt er iets anders aan de hand. Door de introductie van de televisiecamera sinds 2012 en de handhaving van het oude citeerverbod voor schrijvende journalisten, ziet de televisiekijker de koning teksten uitspreken, waarvan hij in de krant alleen parafrases terugziet. Niemand die de ratio van dit verschil begrijpt, zeker niet tijdens een koningschap dat afscheid leek te nemen van ‘protocolfetisjisme’. De RVD laat echter weten vooralsnog aan de niet-citeer-regel te willen vasthouden.

Wet 3. Het persgesprek moet persrelaties met het Koningshuis niet beschadigen.

Ondanks het feit dat het persgesprek geen nieuws oplevert, kan het toch gevolgen hebben. Vervelende gevolgen wellicht, bijvoorbeeld voor de relatie tussen royaltyreporters en het Koningshuis. Het gesprek aan het einde van het staatsbezoek aan Polen, afgelopen juni, bood voorbeelden hoe vaste royaltyverslaggevers deze gevolgen zoveel mogelijk proberen te beperken.

Meereizende journalisten hadden het plan opgevat de koning te vragen hoe hij terugkeek op zijn controversiële borrel met president Poetin in Sotsji. De RVD had al haar bedenkingen toen deze vraag van te voren werd ingeleverd. Toen de hoofdredacteur van het blad Vorsten dit plan vernam, vroeg ze de betreffende schrijvende journalist om de vraag voor het laatst te bewaren. „Als jij die vraag als eerste stelt, klapt de koning dicht en krijg ik geen antwoorden meer op mijn vraag”, zei ze.

In goed collegiaal overleg werd besloten de vraag over Sotsji voor het laatst te bewaren. Conform de werking van wet 1 kwam er overigens geen opzienbarend antwoord.

De royaltyverslaggeefster van de NOS wilde in het televisierondje van het persgesprek dezelfde vraag stellen. Ze besloot deze echter over te laten aan een meegereisde NOS-collega, onder meer om haar relatie met het koningshuis niet te belasten.