Niets blijft de toeschouwer bespaard

Tergende strijd tussen moeder en drie dochters, een vader die zelfmoord pleegt, zussenhaat en alcoholisme alom

Augustus, ergens op de vlakte met Els Dottermans en Sofie Decleir als dochters en Gilda De Bal als de moeder en Nona Buhrs als de Indiaanse Johnna. Foto Kurt van der Elst

Een verstikkend familiedrama in een poppenhuis, waarvan de ramen zijn dichtgeplakt: zo moet volgens de Amerikaanse auteur Tracy Letts zijn toneelstuk August: Osage County zijn. Maar het kan anders, vindt de Vlaamse regisseur en bewerker Tom Dewispelaere. „Wij trekken het stuk de verte in, klappen het poppenhuis open en daar ligt de vlakte voor ons, de hete vurige vlakte van het Amerikaanse westen. We hebben geen dichte ramen nodig om claustrofobie op te roepen. De horizon in dat midwesten geeft een gevoel van beklemming, hoe weids het daar ook is.”

Daarom heeft de bewerking die Dewispelaere in samenwerking met Stijn Van Opstal maakte een nieuwe ondertitel: Augustus, ergens op de vlakte. Vier belangrijke Vlaamse stadstheaters werken samen: NTGent, KVS uit Brussel en het Antwerpse Toneelhuis/Olympique Dramatique. De vlakte, die immense leegte van de staat Oklahoma waar het stuk zich afspeelt tekent de zielen en karakters van de personages. „De plains zijn een gemoedstoestand”, legt Dewispelaere uit. „Het is zoals de blues. Families wonen daar dagreizen ver van elkaar. Hierdoor ontstaan minimaatschappijen, waarin excessen en extreme emoties oplaaien. Het zou onmogelijk zijn het stuk naar de Kempen te verplaatsen of het te ‘verbelgischen’. Die afstand tussen gezinsleden kennen wij niet. In België wonen we allemaal bij elkaar om de hoek.”

Regisseur Van Opstal vult aan: „Het stuk is genereus en daardoor voor spelers verleidelijk zich te laten gaan. Die overdaad en psychologische voorspelbaarheid moesten we intomen. Als regisseurs hebben we hard gewerkt om de acteurs te behoeden virtuoos te gaan spelen. Het mooist is als het klein blijft, hoe groot de drama’s ook zijn. Dit stuk is Who’s Afraid of Virginia Woolf? in het kwadraat. Met de nodige valkuilen. Daarom hebben we veel geschrapt; we noemden dat ‘ontmantelen’. Het maakt de de getroebleerde familieleden raadselachtiger.”

Excessief is August: Osage County beslist. Tergende strijd tussen moeder en drie dochters, een vader die zelfmoord pleegt, spijkerharde zussenhaat en alcoholisme alom. Het zijn losgeslagen mensen die elkaar afbreken. Niets blijft de personages bespaard in dit toneeldrama, en niets blijft de toeschouwer bespaard. In de verfilming ervan uit 2013 met Meryl Streep en Julia Roberts in de hoofdrollen laaien de emoties hoog op. Moeder Violet is aan pillen verslaafd. Haar gedrag is onberekenbaar. Dochter Barbara voelt zich miskend en veronachtzaamd. Streep en Roberts zijn verwikkeld in een verbeten rivaliteit. Uiteindelijk kunnen ze alleen nog maar krijsen tegen elkaar.

Hoogtepunt in toneelstuk en de film is de visscène tijdens een gezamenlijk maaltijd. ‘Eat the fish, bitch!’ bijt Roberts Streep toe. De moeder weigert te eten; ze vergrijpt zich liever aan pillen.

Bij het Toneelhuis vertolkt Els Dottermans de rol van dochter Barbara en is Gilda De Bal de moeder. Dottermans zegt: „We zijn twintig minuten met elkaar aan het vechten en dan komt mijn uitval: ‘Eet de katvis, sloerie!’” In de Antwerpse Bourla Schouwburg heerst niet het realisme van de film. Een prairiehuis is nergens te vinden. Her en der staan stoelen verspreid. De horizon gloeit in de verte. Dit is een abstract beeld van het Amerikaanse westen, beklemmend in zijn leegte. Daar hoort ook muziek bij. Als muzikaal leidmotief klinkt het bluesy Lay Down Sally van Eric Clapton over een minnaar die zijn geliefde vraagt weer thuis te komen. „Won’t you stay with me?”, zingt Clapton. Volgens Dewispelaere vertolkt de song het hart van het stuk: de eenzaamheid, het verlangen naar elkaar: „Ondanks al die strijd koesteren de personages grote liefde voor elkaar.” Ze kunnen elkaar niet loslaten.”

„Die hitte is bijna tastbaar”, zegt Els Dottermans. „En in die hitte moet je juist met stilte en verstilling spelen. Ik zou dat willen benoemen als ‘losjes uit de mouw’. Dat betekent niet zonder emotie of gemakkelijk, maar waarachtig, zonder opsmuk. In die befaamde scène waarin dochter Barbara haar moeder toesnauwt over die vis moet ik juist mijn boosheid intomen.”

Volgens Gilda De Bal heeft het stuk „grote signalen nodig”. Over het personage Violet dat ze vertolkt, zegt ze: „Bij mijn eerste opkomst ben ik volgens de regieaanwijzing onverstaanbaar. Ze hallucineert. We maakten een andere keuze. Ik ben wel verstaanbaar en spreek de tekst helder uit, maar tussen de woorden zit geen logica. Als je Violet in de eerste scène zo als een verzopen vrouw neerzet, dan ontneem je haar geloofwaardigheid.”

Er is een personage dat ontkomt aan alle geweld. Ze is geheimzinnig, mysterieus, bijna drie uur lang slaat ze zwijgend de ruzies gade. Soms staat ze met de rug naar de spelers gekeerd, dan kijkt ze hen aan met verbaasde ogen. Ze heet Johnna, ze is van Indiaanse afkomst. Vlak voor zijn zelfmoord haalde vader haar in huis om voor zijn vrouw te zorgen, maar Violet weet niet eens wie zij is of hoe ze heet.

Haar aanwezigheid tekent een subtiele tragedie, die ook in Augustus, ergens op de vlakte zit verborgen: de familieleden bewonen de grond van haar Indiaanse voorouders, het is haar plek in de wereld. Els Dottermans: „Als je door haar ogen naar dat stelletje luxueuze ruziemakers kijkt, dan is het schaamtevol. Het is zo mooi dat de Indiaanse het laatste woord heeft. Eindelijk spreekt ze haar naam uit. ‘Ik heet Johnna’, zegt ze tegen Violet. Juist zij is de enige die zich om de verslaafde Violet bekommert.”